'comitologie' 2

Op hoofdlijnen heeft Kees Versteegh een verdienstelijk artikel geschreven over de Brusselse comitologie, het netwerk van de Commissie van zo'n 450 speciale comités met gedelegeerde bevoegdheid tot wetgeving. Toch twee kritische opmerkingen. Ten eerste moet hij niet bij herhaling schrijven dat het fenomeen academisch en maatschappelijk nagenoeg onbekend is. Zelf doceer ik al vijftien jaar over comitologie op de universiteit, train jaarlijks zo'n vijftig binnen- en buitenlandse organisaties op het lobbyspel van onder meer comitologie en publiceer, vaak samen met buitenlandse collega's, er ruim tien jaar over in boeken als EU Committees as Influential Policymakers (1998), wetenschappelijke tijdschiften als Journal of Common Market Studies en populaire media. En niet zonder succes, want van alle door Versteegh genoemde getallen, zoals het aantal van 450 comitologie-comités en de gemiddelde comitékosten van 40.000 euro 's jaars, ben ik de enige bron.

Ten tweede behoeft het artikel ten minste twee correcties en twee aanvullingen. De eerste correctie is dat Europees Parlement en Raad van Ministers alleen in theorie comitologie kunnen `overrulen' via een speciale procedure. In de praktijk zijn zij daartoe nog nooit in staat geweest en dan prevaleert het Commissievoorstel. Ten tweede wordt er binnen comitologie zelden of nooit gestemd, maar besloten via ruime consensus (niet te verwarren met eenstemmigheid). Eerste aanvulling is dat daarnaast nog zo'n 1.800 `platte' expertencomités bestaan (zonder formele bevoegdheid), waarvan de invloed op de beleidsuitkomsten vaak niet verschilt van die van comitologie. De tweede aanvulling is een generieke: er valt over de Europese werkvloer van comités nog heel veel meer van academische en praktische relevantie te melden. Gewoon een kwestie van lezen en luisteren.