Beperking op arbeiders uit Oost-Europa

Werknemers uit de Midden- en Oost-Europese landen die vorig jaar in mei zijn toegetreden tot de Europese Unie, moeten ook het komende jaar een vergunning hebben om in Nederland te mogen werken.

De ministerraad besloot gisteren op voorstel van staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) het restrictieve toelatingsbeleid van vorig jaar te handhaven.

Wat de regels vanaf mei volgend jaar zullen zijn, besluit het kabinet op basis van een evaluatie die dan gehouden wordt. ,,Dat hangt ook een beetje samen met wat andere landen dan doen'', zei premier Balkenende (CDA) gisteren na de ministerraad. In principe kan de overgangstermijn nog tot 2011 worden verlengd.

Het kabinet besloot vorig jaar, bij de uitbreiding van de Europese Unie, werknemers uit Midden- en Oost-Europa alleen tot de Nederlandse arbeidsmarkt toe te laten als het aanbod aan Nederlandse arbeidskrachten tekortschiet. Werkgevers die werknemers uit deze landen willen laten komen, moeten een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), dat toetst of er sprake is van zo'n tekort.

Voor een aantal beroepssectoren die een structureel tekort hebben aan Nederlandse arbeidskrachten, is een versnelde procedure ingesteld. Voorbeelden zijn internationale chauffeurs in het beroepsgoederenvervoer, personeel voor de binnenvaart en OK-assistenten. Ook voor zogenoemde `kenniswerkers' wordt een uitzondering gemaakt. In mei vorig jaar werd bovendien, op aandringen van de Tweede Kamer, besloten Midden- en Oost-Europese werknemers tijdelijk versneld toe te laten tot de land- en tuinbouwsector, omdat de oogst dreigde te mislukken.

De toestroom van Midden- en Oost-Europese werkzoekenden overtreft de verwachtingen met een verdubbeling naar bijna 25.000 vorig jaar. De meesten (20.700) waren Polen, veelal seizoensarbeiders in de land- en tuinbouw. Het Centraal Planbureau rekende op maximaal 10.000 Midden- en Oost-Europese seizoensarbeiders per jaar. Staatssecretaris Van Hoof liet vervolgens weten dat hij meer wil doen om Nederlandse werklozen met een uitkering in de land- en tuinbouw aan het werk te helpen. Sindsdien zijn er verscheidene projecten aan de gang waarbij werklozen in deze sector worden geplaatst. Deze constructie beperkt het papierwerk en de kosten voor werkgevers.