Bellen met Europa

Art.I-22 De Europese Raad kiest zijn voorzitter met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor een periode van tweeënhalf jaar. De voorzitter is eenmaal herkiesbaar.

De vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henri Kissinger schijnt ooit vertwijfeld te hebben uitgeroepen: `Als ik Europa wil bellen, wíe moet ik dan bellen?' Als dat toen al een probleem was, hoe zal dat dan zijn met inmiddels 25 EU-landen?

De kwestie heeft de schrijvers van de Europese Grondwet geïnspireerd tot een ingreep die de EU meer `smoel' moet geven, vooral op het internationale toneel. Zo krijgt de Europese Raad, het hoogste politieke orgaan in de Europese Unie, een vaste voorzitter.

Tot nog toe wordt deze Europese Raad de regelmatige bijeenkomsten van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-landen plus de voorzitter van de Europese Commissie elk halfjaar geleid door een andere regeringsleider (of staatshoofd als Frankrijk of Finland aan de beurt is). Afgelopen halfjaar was dat premier Balkenende, nu is het zijn Luxemburgse collega Juncker. De Europese Grondwet maakt aan dit rouleren een eind.

De Europese Raad ,,bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten'', aldus de Grondwet, en geeft ,,de nodige impulsen''. Hij oefent geen wetgevingstaak uit. De voorzitter ,,leidt en stimuleert'' dit werk en krijgt daarvoor een kleine staf. De baan kan niet langer worden gecombineerd met de functie van regeringsleider of staatshoofd. Als hij of zij ernstig tekortschiet, kan de Raad de voorzitter wegsturen.