Alles inleveren voor comeback

Martin Verkerk heeft zich afgemeld voor zijn lievelingstoernooi Roland Garros, dat maandag begint. Al tien maanden weerhoudt een schouderkwetsuur hem van proftennis. ,,Ik ben af en toe echt door een hel gegaan.''

Met de tong uit zijn mond slaat Martin Verkerk de ballen terug naar zijn coach Nick Carr. Het zweet loopt over zijn lijf. Af en toe trekt hij een pijnlijke grimas. Voor het eerst sinds maanden staat de 26-jarige Nederlander deze week weer op een tennisbaan. Als een volley in het net belandt, slingert Verkerk zijn racket over de gravelbaan van de Haagse tennisvereniging WW. ,,Come on Marty, concentrate!'', roept de Nieuw-Zeelander Carr tegen zijn pupil. Verbeten zet Verkerk door en maakt de oefensessie af.

Puffend gaat hij op een bankje naast de baan zitten. Met een handdoek veegt het servicekanon zijn gezicht schoon. Echt genieten van zijn eigen tennis kan hij nog niet. Daarvoor loopt het allemaal nog te stroef. Maar Verkerk is al lang blij dat hij zo'n zeven weken na een tweede operatie aan zijn rechterschouder weer een bal mag slaan. ,,Natuurlijk is het leuk om weer te tennissen'', zegt Verkerk na de training op het terras van de tennisvereniging waar hij de komende weken aan zijn comeback zal werken. ,,Maar ik voel nog steeds pijn. Dat kan ook bijna niet anders. Mijn niveau is nog heel laag. Bij iedere bal die ik sla denk ik toch aan mijn schouder. Hoe zou die zich houden? Toch heb ik de laatste tijd wel een positief gevoel. Ik ga ervan uit dat het allemaal goed komt.''

De afgelopen tien maanden heeft Verkerk meer dan eens gevreesd dat zijn carrière voorbij was. Na een positief bericht volgde keer op keer een terugval. In juli vorig jaar speelde hij in de eerste ronde van het challenger-toernooi in Hilversum tegen de onbekende Argentijn Emiliano Redondi zijn laatste partij. Hij won nog wel, maar moest zich daarna gedwongen terugtrekken. Aanvankelijk leek een rustperiode van een paar weken voldoende te zijn. De Olympische Spelen en de US Open gingen zonder Verkerk voorbij, maar de pijn bleef. In oktober vorig jaar volgde een onvermijdelijke operatie bij de Berlijnse specialist Dirk Jung. Het labrum, dat voor stabiliteit aan het schoudergewricht moet zorgen, werd glad gemaakt. Twee cystes werden verwijderd en van het sleutelbeen moest een paar millimeter worden weggesneden om het gewricht meer ruimte te geven. De operatie werd als geslaagd beschouwd. Na een maand of drie mocht Verkerk weer een racket oppakken.

In het zonnige Florida begon Verkerk begin dit jaar vol goede moed aan zijn terugkeer. Maar de pijn was niet weg. Een forehand kon hij amper slaan. Tegen beter weten in zette hij door, maar al snel bleek dat een nieuwe ingreep noodzakelijk was. Hij was de wanhoop nabij. ,,Ik ben af en toe echt door een hel gegaan. Zo'n revalidatie gaat echt met pieken en dalen. Er zijn dagen bij dat het mentaal heel moeilijk is. Je wilt zo graag tennissen, maar het kan niet. `Komt het allemaal nog wel goed', denk ik dan. Soms moet ik me afreageren. Zo ben ik al aan mijn vierde mobiele telefoon toe. Op een dag heb ik er eentje zo de Rijn ingegooid.''

Kort nadat Verkerk het bericht kreeg dat hij opnieuw onder het mes moest, nodigde het Davis-Cupteam hem uit om als gast aanwezig te zijn bij de landenontmoeting Zwitserland-Nederland. Als toeschouwer keek hij toe hoe zijn collega's in Fribourg ternauwernood een plek in de kwartfinales veiligstelden. Voor Verkerk was het treffen echter één groot drama. ,,Dat doe ik dus echt nooit meer. Ik vond het helemaal niets. Die jongens zijn lekker aan het tennissen en ik kon niets doen. Ik zat daar maar een beetje. Ik wilde eigenlijk weggaan, maar ben toch gebleven om ze te steunen. Ik zal het me niet nog een keer laten gebeuren. Als ik niet kan tennissen heb ik afleiding nodig. Dan wil ik dingen doen die ik leuk vind. Uit eten gaan. Naar Formule 1 kijken. Naar tennis kijken vind ik eigenlijk sowieso niets. Ik zou ook niet naar mezelf gaan kijken. Maar zelf spelen vind ik daarentegen fantastisch. Het gevoel van winnen is zo mooi. Ik zou alles wat ik bezit ervoor over hebben om weer te kunnen spelen. Het zou me nu niet eens kunnen schelen als ik met 6-0 en 6-0 van de baan geveegd zou worden. Ik zal pas echt genieten als ik helemaal pijnvrij ben.''

De voorbije maanden hebben volledig in het teken gestaan van één ding: de Schouder. ,,Er gaat eigenlijk geen minuut van de dag voorbij of ik denk aan die schouder. Dat is voor mensen in mijn omgeving misschien niet altijd even prettig. Maar het is niet anders. Ik vind dat ik van mijn familie en mijn vrienden wel wat mag vragen. Ze hebben aan de andere kant ook van me kunnen genieten in tijden dat het goed met me ging. Sommigen vinden het misschien egoïstisch, maar je kan het ook professioneel noemen. Topsport is nu eenmaal hard. Een sporter is met zichzelf bezig. Ik kijk ook niet naar anderen. Iedereen gaat zijn eigen weg. Iedereen is anders.''

Maandag begint in Parijs het door Verkerk zo geliefde toernooi van Roland Garros. Op het gravel in de Franse hoofdstad verbaasde Verkerk in 2003 vriend en vijand door de finale te halen. In twee weken tijd veranderde hij van een onbekende, modale tennisser in een nationale held. Dit jaar moet Verkerk het toernooi tot zijn spijt missen. ,,Roland Garros zal dit jaar langs me heen gaan. Ik zal niet naar Parijs gaan en ik kijk ook niet op de televisie. Dat vind ik te moeilijk'', zegt de inwoner van Alphen aan den Rijn. ,,Maar natuurlijk sta ik af en toe nog stil bij twee jaar geleden. Ik heb daar toch wel wat neergezet. Daarna ontstond een gekte. Ik werd overal aangesproken. Mensen wilden de meest bizarre dingen van me. Ik word nog steeds vaak herkend, maar het is nu toch anders. Ze groeten me en vragen hoe het met me gaat. Ik ben nu niet meer de Verkerk die de finale van Roland Garros haalde, maar `de patiënt' Verkerk. Om je heen hoor je dan opmerkingen van `hij zal toch wel nooit meer terugkomen'. In landen als de Verenigde Staten of Frankrijk is het respect voor een sporter veel groter. Het zal wel met de Nederlandse nuchterheid te maken hebben. Ach, ik trek me allang niets meer aan van wat anderen over me zeggen. Dat heeft toch geen zin.''

Verkerk denkt dat hij door de afgelopen negen maanden vooral als mens anders in het leven staat. Door alle pieken en dalen is hij van een jongen veranderd in een volwassen man. Een jaar geleden werd hij na zijn zege bij de Dutch Open nog bevangen door emoties. Met zijn tweede ATP-titel rekende de gravelspecialist af met het predikaat `eendagsvlieg'. Op dat moment wist hij nog niet dat na zijn titel op het gravel van Amersfoort een lijdensweg zou volgen. ,,Ik was toen zo blij dat ik in eigen land die titel won. Hoewel de mensen het nooit recht in mijn gezicht zeiden hoorde ik vaak dat ik een eendagsvlieg zou zijn. Maar je wordt echt niet zomaar nummer veertien van de wereld. Behalve dat ik in de finale van Roland Garros heb gestaan won ik eerder dat jaar ook het toernooi van Milaan. Maar dat weet vrijwel niemand. In Nederland plakken ze snel een stempel op iemand. Ik had het gevoel dat ik me steeds meer moest bewijzen. Je blijft dan horen dat ik niet goed voor mijn sport zou leven. Ze zien direct als ik een keer ergens een biertje drink. Daar kan ik niet tegen vechten. Maar `de mensen' zien niet wat ik er allemaal voor doe om terug te keren.''

Als Verkerk een geslaagde comeback maakt, dan zal hij naar eigen zeggen gemotiveerder dan ooit zijn. ,,In het verleden riep ik nog wel eens dat ik op mijn dertigste zou stoppen. Zoals ik het nu zie ga ik zolang mogelijk door. Dat wil zeggen, ik wil natuurlijk wel op hoog niveau blijven spelen. Mijn niveau schat ik in op top-20. Ik heb laten zien dat ik dat kan. Toen ik geblesseerd raakte was ik nog niet op mijn top. Hoelang ik nodig heb om terug te keren weet ik niet. Mijn voordeel is dat ik in mijn hele carrière pieken en dalen heb gekend. Zoals het er nu naar uitziet richt ik me op de Dutch Open in juli. Daarvoor zou ik graag de challengers in het Italiaanse Biella en Scheveningen spelen om ritme op te doen. Al waak ik ervoor me echt op een bepaalde datum vast te pinnen. Daarvoor ben ik tegen te veel terugslagen aangelopen.''

Toch hebben de negatieve gevoelens bij Verkerk plaats gemaakt voor positivisme na zijn tweede operatie op 28 maart in New York door de Amerikaan David Altchek. Volgens de Verkerk dé specialist op het gebied van schouderoperaties. ,,Na overleg met de Duitse dokter Jung ben ik naar Altchek toegegaan. Hij is de beste ter wereld in zijn vak. Hij heeft naar de schouder gekeken en liet me meteen weten dat nog een ingreep noodzakelijk was. Dat was een tegenvaller. Ik zie altijd enorm op tegen operaties. Ik ben gewoon bang dat ik niet meer wakker word. Dat had ik al toen ik als jongen aan mijn amandelen geopereerd moest worden. Ik weet niet hoe dat komt. Die angst zit nu eenmaal in me. Zo heb ik ook vliegangst en zou ik nooit gaan duiken. Lucht en water vind ik niets. Aan ziekenhuizen heb ik echt een hekel. Ik ben de dagen voor de ingreep heel gespannen. Eigenlijk ben ik dan voor helemaal niemand aanspreekbaar. Ik ben dan enorm chagrijnig. Ik heb het toch maar weer laten gebeuren. Maar ik was heel blij toen ik weer wakker werd. De dokter kwam me direct na de operatie uitleggen wat hij allemaal had gedaan. Ik was echter zo moe dat ik weer in slaap donderde en alles vergat. Daarna moest hij het allemaal nog een keer vertellen.''

In zijn bed in New York kreeg Verkerk te horen dat de kans aanzienlijk groot is dat het gewricht weer helemaal de oude wordt. Vier weken na de operatie bepaalde de specialist dat hij op maandag 16 mei voor het eerst weer een balletje mocht slaan. De komende weken zijn cruciaal voor zijn toekomst. En zo lang Verkerk niet helemaal terug is, zal het blijven malen in zijn hoofd. ,,De doktoren kunnen roepen wat ze willen, maar het gaat er toch uiteindelijk om wat de sporter zelf voelt. Die paar procenten van twijfel zullen blijven tot ik echt terug ben. Een paar jaar geleden stond ik voor de keus: stoppen of gaan werken met Nick Carr. Ik heb toen voor Nick gekozen. Wat er anders van me geworden was? Dan was ik denk ik een ondernemertje geworden. Ik was er dan ook echt wel uit gekomen. Nu ligt het anders. Er is niets ergers voor een topsporter dan te moeten stoppen met een blessure. Mocht het zover komen dan zal ik een reisje maken en alles op een rijtje zetten. Eigenlijk wil ik daar niet aan denken. In een zwart gat zal ik niet snel terecht komen.''