VAN DE LEZER

Elsbeth Etty is het niet eens met Pieter Steinz dat De Stille Kracht handelt over de ondergang van Van Oudijck. Het is maar wat je verstaat onder `ondergang'. Beschouw je het verhaal als een psychologische roman, dan kun je toch zeker spreken van `de val' van de `tragische held' of protagonist Van Oudijck door blindheid [..] Opvallend dat geen van beiden de blindheid vermeldt voor het bestaan van zijn zoon Si-Oudijck in de kampong, verwekt bij een huishoudster voor zijn eerste huwelijk.

Wil van der Veur

Bert Bruinsma ergert zich aan de vele herhalingen, aan het gebruik van woorden als `aandonzen'. Zelf had ik al lezend ook wel eens (een flard van een moment) het gevoel in een meisjesboek van vroeger terecht te zijn gekomen. Het opgetogen, overdreven, gelukzalige, dwepende levensgevoel van pubermeisjes lijkt soms vorm te krijgen in de manier waarop Couperus het innerlijk leven aanstipt. Maar door de wijze waarop hij er vervolgens in doordringt stijgt het daar meteen ook weer heel ver bovenuit. Zoals bijvoorbeeld zijn beschrijving van Leonie van Oudijck; eerst de bekoorlijkheid, de elegantie, haar schoonheid,haar omgangsgemak, maar dan dringt hij toch door in het diepst van haar wezen,voorzover dat diepte heeft; haar dubbelzinnigheid, haar onvermogen van iemand te houden (`een uitstraling van glanzend egoisme was om haar'). [..] De pen mag dan wel in parfum gedoopt zijn (Hermans), er is ook een spatje welwillend gif aan meegegeven.

Ruth van der Weele

Hoe houdt Otto van Oudijck zich als mens staande in Indië na zijn ondergang als bestuurder? Die vraag houdt mij bezig na Elsbeth Etty's kritiek op Pieter Steinz' typering van Van Oudijck als tragische held in De Stille Kracht.[..]

Het lijkt er meer op dat hij uiteindelijk blijft omdat hij een veel jongere Indische vrouw trouwt en daarmee ook een volledige Indische familie te onderhouden krijgt.[..] Hij onderhoudt zijn schoonfamilie en koopt daarmee in feite het huiselijk geluk dat hij zoekt.

Edith Frieling

Mijn visie op het boek veranderde toen ik in 1974 met mijn vader (geboren en getogen op Oost-Java) naar Walter van der Kamps tv-verfilming van De stille kracht keek. De man zat zich continu kapot te lachen om de in mijn ogen voortreffelijke film. De makers snapten volgens hem niets van Indië en het leven daar (er werd niet in gezweet, de prachtige kleren en haren van de acteurs plakten nooit aan hun lijven, de geluiden klopten niet, de regen was al te duidelijk nep, enz. enz.) Intussen werd mij wel duidelijk dat het gros van de Indisch-Nederlandse literatuur, te beginnen bij Multatuli, als belangrijk aspect heeft: het onbegrip van de niet in het land geborenen voor Indië en de aan dat land verknochte mensen.

Elsbeth Etty

Hoe werkt de Leesclub? Klik op `Veelgestelde vragen'op www.mrc.nl/leesclub

Een selectie uit de discussie van de afgelopen week op www.nrc.nl/leesclub