Mouse en de democratie

De republiek lijkt te bezwijken onder de aanvallen van vreemde strijdkrachten. De democratie wordt bedreigd nu de leider de paranoïde angsten van het volk begint uit te buiten. In deze verwarring weten we het plotseling niet meer: loopt de staat groter gevaar door de vijand of is de leider zelf het eigenlijke kwaad? Ziedaar het probleem van Star Wars Episode III: Revenge of the Sith, zoals verklaard door George Lucas, de maker. Het verhaal kan opgevat worden als een gelijkenis waarin de Amerikaanse politiek het verborgen onderwerp is. Toen hij in de jaren zeventig (v.d.v.e.) zijn serie begon, dacht hij aan het drama van Vietnam. Maar ook zijn er elementen van het oude Rome, de Franse Revolutie en Hitler.

Houdt Episode III verband met de oorlog in Irak, werd Lucas op de persconferentie in Cannes gevraagd. Toen hij de film schreef, was daar nog geen oorlog. ,,In die tijd steunden we Saddam Hussein. We gaven hem massavernietigingswapens. Toen was Iran de vijand. Maar de parallellen tussen wat we destijds in Vietnam deden en wat we nu in Irak doen, zijn ongelofelijk. [...] Telkens zien we dezelfde patronen. Dreiging van buiten leidt tot de behoefte aan meer controle. En de democratie, gehinderd door een eindeloos intern geruzie, werkt niet meer. Laten we hopen dat we deze toestand bij ons kunnen vermijden. Misschien zal mijn film de mensen wakker schudden.'' Aldus George Lucas, geciteerd in The Guardian.

De krant die u nu leest zal er ook melding van hebben gemaakt, maar dit stukje wordt geschreven op een plaats waar die niet wordt verkocht. Op de voorpagina heeft The Guardian een foto van zes soldaten uit het epos. Hier staan ze het Paleis van het Festival te bewaken. Vervaarlijk aangeklede heren, met een valhelm annex stofbril en gasmasker op hun hoofd, machinepistool, patronengordel en in hun witte harnas ter hoogte van het middenrif een luchtroostertje. Als je hier de democratie wilt bedreigen, ben je nog niet gelukkig. En toch doen ze aan Mickey Mouse denken.

Een jaar of vijfentwintig geleden heeft Saul Steinberg hem getekend, bewapend met een kalasjnikov. Dat werd toen door sommige critici als een wat al te cynische kijk op deze held beschouwd. Maar als je goed oplet, zie je dat de genen van Mickey Mouse steeds verder doordringen. In de prehistorie van Jurassic Parc kijkt een ondeugende jonge brontosaurus als Mickey. In de reclame op de televisie zie je opgetogen consumenten die een guitige oogopslag hebben terwijl ze hun mond volproppen. En in de verre toekomst van Star Wars hebben de soldaten die de democratie verdedigen, Mickey hoofden.

Het zal een jaar of acht geleden zijn dat ik op een bijeenkomst was waar de invloedrijkste beeldend kunstenaar van de twintigste eeuw moest worden uitgeroepen. Picasso kreeg de meeste stemmen. Dan kwamen Mondriaan, Mies van der Rohe, meer goede bekenden. Nee, zei Frans Haks, toen directeur van het museum in Groningen. De beste en de invloedrijkste is Walt Disney. Men was het niet met hem eens, maar hij heeft gelijk. Met Mickey Mouse en Donald Duck heeft Disney de wereld de gemeenplaatsen van de gezichtsuitdrukking geschonken. Je zou je niet verbazen als deze soldaten van het Empire uit Star Wars afschrikwekkend begonnen te snateren.

Laten we hopen dat het epos van George Lucas de mensheid goed zal doen. Terwijl ik op de televisie naar beelden uit Cannes zocht, trof ik op BBC World de directe uitzending van een hoorzitting van de Amerikaanse Senaat. Ondervraagd werd de Britse politicus George Galloway, die ervan verdacht wordt of werd voor Saddam Hussein twintig miljoen vaten olie te hebben geëxporteerd. Galloway was niet onder de indruk. Belachelijke kletspraat noemde hij de beschuldiging. Hij keerde het geschut, beschuldigde de Amerikaanse regering ervan de oorlog te hebben gerechtvaardigd met een stapel leugens. En nu, zei hij, probeert u de aandacht daarvan af te leiden met de moeder van alle rookgordijnen. De ondervragers gingen in verwarring ten onder.

Galloway is een man van een jaar of vijftig, met niets in zijn voorkomen dat naar reclame zweemt. Hij hield zijn blik voortdurend op de tegenstander gevestigd, zijn intonatie was niet nadrukkelijk, hij aarzelde geen seconde terwijl hij telkens weer de tegenaanval opende. Het was een dramatische krachtmeting, waarin hij de gewone, regelrechte, onversierde, niet op publiciteit mikkende partij bleef. Een zeldzame uitzending, en een genot om te zien. Misschien iets voor NOVA of Knevel op zaterdag. Het zou in ieder geval weer eens iets anders zijn.