`Ik hou van op m'n bek gaan én binnenlopen'

Atelier Van Lieshout, het door Joep van Lieshout opgerichte kunst- collectief, is door het tijdschrift Kunstbeeld uitgeroepen tot de spraakmakendste kunstenaar uit Nederland en België van 2004. Portret van een kunstenaar die graag ondernemer wil zijn. ,,Ik heb het gevaar nodig; ik hou van risico lopen, van op mijn bek gaan, én van verschrikkelijk binnenlopen.''

Bij de twee overburen, de Rotterdamse vuilverbranding en de opslagloodsen van het scheepvaartconsortium Maersk, moet de dag zo te zien nog beginnen. Maar in de werkplaats van Atelier Van Lieshout is het 's morgens om kwart voor negen al een hels kabaal. Machinegebrom, hamerslagen en een stemmig vioolconcert van Radio 4 vullen de voormalige katoenopslagplaats in het havengebied van Rotterdam.

De enorme hal is opgedeeld in verschillende werkplaatsen. Op de afdeling `schuimwerk' wordt de basisvorm van beelden in piepschuim vervaardigd. Op twee steunen ligt een elf meter hoge toren van gestileerde mensfiguren, een lantaarnpaal bestemd voor de gemeente Nieuw-Vennep. Daarnaast staat een nóg groter beeld voor de gemeente Nieuwegein. Een in overall gehulde medewerkster snijdt en schuurt aan een grafmomument, een schedel zo groot als een boodschappenautootje. Een opdracht van de weduwe van kunstenaar Peter Giele, zegt Charlotte Martens, expositie- en verkoopmanager van Atelier Van Lieshout. ,,Dat wordt een huisje waar je met z'n tweeën in kunt zitten.''

In de timmerwerkplaats legt een stagiair de laatste hand aan een houten toilet annex varkenstrog. Dit zwartgeteerde meubel kan het zonder water stellen, want de uitwerpselen vallen direct in de voederbak. Op de metaalafdeling zijn een paar smeedijzeren stoelen in productie, die door een Amerikaanse verzamelaar zijn besteld. Maar het grootste kunstwerk-in-wording staat midden in de loods: een 8 meter lang en 2,5 meter hoog beeldhouwwerk in de vorm van een endeldarm. Mannen met zuurstofmaskers spuiten een polyester huid op het geraamte van piepschuim, hout en kranten.

De reuzendarm is een haastklus, legt Martens uit. Half juni moet het in Zwitserland voor de deur van Art Basel staan, de belangrijkste moderne-kunstbeurs ter wereld. Het darmvormig bouwwerk is een `orgaansculptuur', waarvan Atelier Van Lieshout er recentelijk meer maakte. Na het Baarmoederhuis wordt dit de Barrectum, een roze café dat via het aarsgat kan worden betreden. Martens zoekt nog een uitbater voor het rectumcafé. Maar als zich geen kandidaat aandient is het ook goed, zegt ze lachend: ,,Dan ga ik zelf achter de tap staan.''

Atelier Van Lieshout (AVL) is in 1995 opgericht door Joep van Lieshout (41). Op de academie in Rotterdam gaf de student beeldhouwen al blijk van ondernemingszin. Hij vroeg een BTW-nummer aan en nog vóór zijn eindexamen had hij een eerste stagiair voor zich werken. Al snel werden dat er twee, daarna vijf en vervolgens trok hij de eerste freelancers aan. Toen architect Rem Koolhaas hem in 1994 vroeg of hij voor een nieuwbouwcomplex in Lille tien bars en vijfhonderd toiletten wilde maken, besloot hij een professionele werkplaats te beginnen. ,,Uitbesteden was te duur, ik moest echt zelf gaan produceren.''

Atelier Van Lieshout maakte begin jaren negentig naam met tafels, wastafels en andere handgemaakte gebruikskunst in kleurrijk polyester, het handelsmerk van het kunstcollectief. Later maakte het atelier ook grotere woonmodules (`survivalcampers' en andere mobile homes), en daarna groots opgezette concepten voor zelfstandige wooncommunes, utopische modellen die de spot drijven met de op winstbejag gefixeerde maatschappij. Critici wisten zich er niet altijd raad mee. Waren de multivrouwenbedden, de survivalcampers en de wasbakken bestempelen kunstobjecten of design? Voor Atelier Van Lieshout geen vraag om lang bij stil te staan. Met evenveel animo maakt het kunstbedrijf toiletten voor dagelijks gebruik, als `wapentuig' en `wurgseksbedden'.

Om de stroom opdrachten en tentoonstellingen de baas te blijven, breidde Van Lieshout zijn creatieve team, werkplaats en productenaanbod steeds verder uit. In de orderportefeuille zitten steeds enkele tientallen opdrachten en jaarlijks doet het kunstcollectief wereldwijd aan zo'n vijfenveertig tentoonstellingen mee. Naast de producten uit het eigen atelier, ontwerpt Van Lieshout de laatste jaren eveneens voor andere fabrikanten. Bijvoorbeeld stoelen en tafels voor de Nederlandse meubelfabrikanten Moooi en Lensvelt en onlangs espressokopjes voor koffiefabrikant Illy. ,,Ik wil meer designproducten maken. Daarmee kan ik als kunstenaar mijn publiek uitbreiden. Wat ik graag zou willen? Een modelijn voor mannen. Een Atelier Van Lieshout-vrijetijdspak, en een kostuum voor op kantoor. Ontwerpen die veertig jaar meekunnen. Al mijn producten gaan een leven lang mee. Een tafel van ons bij het grof vuil? Dat zal nooit gebeuren. Ik maak daarom de meest milieuvriendelijk producten die er zijn, niemand gooit ze weg.''

Ontwerper Herman de Jongh (39) is een van de oudgedienden bij Atelier Van Lieshout. Hij is al negen jaar in dienst en een van de vijf `kernteamleden' die het bedrijf leiden. ,,We begonnen met z'n vieren, en we zijn ook weleens met dertig man geweest. Nu werken hier twintig mensen, inclusief de stagiairs. We spelen een spel, we zijn kunstterroristen. Ja, in dit bedrijf zit hiërarchie, maar die is eenvoudig te doorbreken. Als hier morgen een schoonmaker binnenkomt met gouden ideeën, kunnen onze rollen zo zijn omgedraaid. In al die jaren is dit een ongewoon bedrijf gebleven, al zijn we in sommige opzichten net als andere bedrijven. We beginnen 's morgens om half negen. Wie altijd te laat komt, kan ophoepelen.''

De enige die meestal wat later komt, is oprichter Joep van Lieshout zelf. Vandaag stapt hij om tien uur zijn kantoor binnen. Morgen moet hij naar de meubelbeurs in Milaan, om met een fabrikant te praten over een fauteuil, overmorgen reist hij naar Rome voor andere verplichtingen. ,,Ik heb bedroevend weinig tijd om in mijn eigen atelier aan nieuwe dingen te werken. Als ik geluk heb, ben ik daar één dag per week.''

De expansie van zijn bedrijf groeide hem vorig jaar boven het hoofd. Van Lieshout: ,,In het begin konden we met z'n allen aan één tafel lunchen. Moppen tappen, geintjes maken, ik kende iedereen. Later, toen hier dertig mensen werkten, moesten we aan verschillende tafels zitten. Soms had ik geen idee wie er naast me zat. Dan sluipt onverschilligheid binnen en krijg je minder loyale werknemers. De natuurlijke grootte voor een creatief bedrijf als het onze is zo'n vijftien personen.''

Het kunstbedrijf dreigde zelfs kopje onder te gaan. Het aantal grote opdrachten liep iets terug en voor het eerst sinds de oprichting kreeg Van Lieshout vorig jaar te maken met betalingsproblemen. ,,Mijn vaste lasten waren enorm opgelopen. Om quitte te spelen moest ik al 1,8 miljoen euro omzetten.'' Diverse banken weigerden hem een overbruggingskrediet van 100.000 euro. ,,Onbegrijpelijk. Een succesvol kunstenaar, een grote voorraad verkoopbaar werk en een volle tentoonstellingsagenda, en dan willen ze je zo'n futiel bedrag niet lenen. Helaas zie je dat wel meer. Wie durft nog zijn nek uit te steken? Liever verschuiven we verantwoordelijkheden. Maar zo'n van durf gespeende houding is de dood in de pot, het houdt veel avontuur en ondernemerschap tegen.''

De kunstenaar ging te rade bij ondernemer en kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh, oud-voorzitter van de Kamer van Koophandel in Rotterdam. ,,Joop keek heel kritisch naar mijn bedrijf. Hij vond mijn vaste lasten te hoog, het ontbrak aan effiency en ik had te weinig inzicht in de kosten. Hij adviseerde om niet met een kaasschaaf, maar met een bijl te reorganiseren. Anders zou ik binnen de kortste keren weer bij hem op de stoep staan. Ik moest me voortaan concentreren op de kunst en stoppen met alle flauwekul daar omheen. Dus bijvoorbeeld niet meer de catering bij grote projecten voor mijn rekening nemen. En nog een les: over de omzet moest ik me geen zorgen maken. Winst, dat was veel belangrijker. Door schaarste te creëren konden de marges omhoog, hield Joop me voor. En die meeropbrengst zou me in staat stellen de dingen te doen die ik graag wil doen. Heel wijze adviezen. Zelf was ik te emotioneel en miste ik de ervaring voor zo'n scherpe analyse.''

Van Lieshout saneerde stevig. Hij ontsloeg tien mensen, inclusief zijn zakelijk directeur en hij sneed flink in de kosten, onder meer door een grote opslagloods weg te doen. Om meer inzicht in de kosten te krijgen, ontwierp hij een projectadministratie. Trots toont hij een spreadsheet op zijn laptop. Voor iedere klus is er een begroting, en worden werktijden en kosten bijgehouden. ,,Ik weet nu precies waar ik winst of verlies op maak'', zegt hij wijzend naar de getallen op het scherm.

De acht vaste galeries van het kunstcollectief ontvingen voortaan mailings en ook toonde het bedrijf zich meer betrokken bij de verkoop van kunstwerken. Met succes, want in twee jaar tijd verdubbelden de galerieprijzen en steeg de verkoop navenant. Daarnaast schreef het bedrijf zich vaker in op interessante publieke opdrachten. En zelf deed Van Lieshout ook meer zijn best om de omzet te stimuleren. ,,Als ik op een beurs hoor dat er een Afrikaanse verzamelaar rondloopt, stap ik op zo'n man af. `U kunt de eerste Afrikaan worden die werk van mij koopt', zeg ik dan.''

Klanten uitnodigen voor tentoonstellingen en ze vervolgens nabellen om te informeren naar hun reacties, volgens Van Lieshout helpt het echt. Een nieuw museum? Hij zoekt meteen contact met de directeur. Misschien kan zijn bedrijf de toiletten of iets anders bouwen. Of anders misschien een tentoonstelling of een aankoop afspreken. Hij vertelt hoe hij laatst de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam tegenkwam. ,,Die schiet ik meteen aan. `Moet je niet eens wat kopen? Jullie zijn het belangrijkste museum van Nederland, maar Boijmans heeft meer werk van ons.''' Kunst verkopen alsof het tweedehands auto's betreft? ,,Verkopen is leuk'', grijnst Van Lieshout.

Tót de reorganisatie ging het atelier heel passief op zoek naar opdrachtgevers. ,,Als de telefoon rinkelde namen we hem op. Daar gaan we nu bewuster mee om. We nemen alleen nog interessante opdrachten aan die goed rendement opleveren. Een flinke netto winst geeft de financiële ruimte voor wilde projecten zonder opdrachtgevers, zoals de orgaansculpturen. Creativiteit is nu direct gerelateerd aan geld. Door het grotere inzicht in de boekhouding ben ik bewuster bezig met wat ik zal maken aan vrije kunstwerken. Als ik vroeger, toen alles financieel nog door elkaar liep, een groot project wilde beginnen, zei men hier op kantoor weleens: `Zou je dat nu wel doen, dit is onverkoopbaar.' In de nieuwe opzet weet ik wanneer iets kan. En het moet ook, want die grote, spraakmakende projecten zijn heel belangrijk voor onze naam en dus de continuïteit van het bedrijf.''

Het resultaat van de saneringsoperatie? Met zijn atelier gaat het weer de goede kant op, zegt Van Lieshout. De cijfers van het eerste kwartaal stemmen hem tot tevredenheid. Tijd kortom voor nieuwe stappen. Atelier Van Lieshout onderzoekt een expansiemogelijkheid die niet gepaard hoeft te gaan met ongewenste personeelsgroei. Het bedrijf overweegt arbeidsintensief werk uit te besteden in China. Ontwerper Herman de Jongh is net terug van een studiereis naar Sjanghai. Hij raakte geweldig onder de indruk van de mogelijkheden, al ziet hij nog veel praktische problemen. ,,Zij zijn goed in veel voor weinig. Terwijl wij als kunstbedrijf het moeten hebben van weinig voor veel.''

Oprichter Joep van Lieshout droomt al van een Chinees atelier. Vijftien mensen die arbeidsintensieve producten maken die weinig begeleiding vergen. ,,In het vliegtuig maakte ik laatst een schetsje van een polyester stoel. Dat kladje mailde ik naar China. Twee weken later kwam een prototype naar Nederland, exact zoals ik het had getekend!''

China opent nieuwe vergezichten, zegt Van Lieshout. ,,Neem de Barrectum. Door ons hoge arbeidsloon kost dat 60.000 euro, in China hooguit een zesde. Ik kan dingen verzinnen waar de factor arbeid me niet belemmert. Wat vroeger niet kon of niet mocht omdat het te duur was, kan nu. Ik zit niet langer gevangen in een spinnenweb dat bedrijf heet. Ja, zulke uitdagingen spreken me aan. Ik hou van ondernemer zijn. Ik heb het gevaar nodig; ik hou van risico lopen, van op mijn bek gaan én van verschrikkelijk binnenlopen. Maar vergis je niet. Geld is voor Atelier Van Lieshout geen doel op zich – daarin onderscheiden wij ons van reguliere bedrijven. Met geld verwerven we de vrijheid om dingen te maken waar niemand op zit te wachten.''

Vanaf 4 juni heeft Atelier Van Lieshout een overzichtstentoonstelling in het KRÖller-Müller museum in Otterlo. Zie ook www.ateliervanlieshout.com