Het meest frustrerende beroep

Het meest frustrerende beroep dat je in China kunt hebben, lijkt me altijd dat van verkeersregelaar. Je krijgt dan van de gemeente een bruin uniform (compleet met pet), een fluitje, een megafoon en een vlaggetje, en het is je taak om te zorgen dat iedereen zich keurig aan de verkeersregels houdt.

Het interessante is dat je je werk moet doen op plekken waar ook al een stoplicht staat. Als dat op groen springt, dan blaas je op je fluitje en zwaai je met je vlaggetje. Dat is het teken dat iedereen nu echt mag gaan lopen, fietsen of autorijden.

Bij rood moet je de mensen tegenhouden, en dat is nu precies waar de frustratie begint. Het lukt nog wel om de meeste fietsers zodanig te commanderen dat ze achter de witte stopstreep blijven met hun voorband. Maar wat doe je met brutaaltjes die rustig toch door rood de hoek om scheuren?

Niets, effectief gezien. Je kunt moeilijk je post verlaten, dus je kunt alleen maar hard door je megafoon brullen dat door rood fietsen streng verboden is. Maar als er geen agent in de buurt is om zo'n misdadiger ook echt een bekeuring te geven, houdt het daarmee ook weer op.

China kent veel regels, en er zijn veel ambtenaren aangesteld om te zorgen dat die regels ook echt worden nageleefd. Je zou daarmee verwachten dat China een ordelijk, Japans-aandoend land is, of anders toch een soort politiestaat, zeker als je de hoeveelheid uniformen in het straatbeeld ziet. Niets is minder waar. Net als bij de verkeersregelaars, die soms wel met z'n tienen één kruispunt bemannen, leidt de veelheid aan toezichthouders vaak juist tot meer chaos. Er zit een diep anarchisme in de Chinese maatschappij, wat maakt dat je in de praktijk wegkomt met veel wat officiëel verboden is. Niets mag, maar alles kan, als je het brutaalweg gewoon toch doet.

Voor de bestrijding van `het terrorisme' tijdens de Olympische Spelen van 2008 brengt dat de nodige risico's met zich mee. China zei onlangs dat het de Olympische Spelen in 2008 als een belangrijk doelwit voor terroristen beschouwt, en het land is nu bij andere landen in de leer om terrorisme tijdens de Spelen in Peking te voorkomen.

Ik vermoed dat één van de maatregelen de inzet van een ongelooflijke hoeveelheid agenten en andere toezichthouders zal zijn. Maar helpt dat ook? Misschien niet echt. Onlangs was ik bij een voetbalwedstrijd in de Oost-Chinese stad Jinan, waar een uiterst risicovolle voetbalwedstrijd tussen China en Japan werd gespeeld. De hele politiemacht van de provincie leek op de been gebracht, en je kon alleen naar binnen als je door een man of acht liet fouilleren. Dat moest niet één, maar twee keer gebeuren, door verschillende agenten.

Ik had opname-apparatuur bij me, en dat was verboden. Je zou denken dat ik met al die spullen in mijn zakken gepropt onmogelijk door de controles kon komen, maar dat viel reuze mee. Toen ik de eerste keer in het Engels verklaarde dat mijn, toch behoorlijk forse, microfoon een `souvenir' was, hielp een oudere agent twee van zijn jongere collega's uit hun vertwijfeling over wat ze te doen stond door me vriendelijk verder te wuiven.

Bij de tweede controle vonden ze de microfoon weer. Was dit dan het einde van mijn illegale gedrag? Nee hoor, ook daar ontstond weer verwarring over wat ik nou eigenlijk bij me had, en toen ik zachtjes met de massa mee doorschuifelde naar binnen, was er niemand die me terugriep.

Uitzonderlijk? Niet echt. Ook op het internationale vliegveld van Peking lukt het me vrijwel altijd om mijn gasten weg te brengen tot ver in het gebied dat officieel alleen toegankelijk is voor passagiers. Er staan ook daar enorm veel mannen en vrouwen in uniformen met strenge petten op, maar met een beetje brutaliteit is er geen vuiltje aan de lucht.

Voor de bestrijding van het terrorisme is dat misschien niet ideaal, maar eerlijk gezegd maakt het van China wel een prettiger plek om te wonen. De anarchie leidt tot meer vrijheid dan je op grond van de regels zou mogen verwachten, en het is ook door die anarchie, eerder dan door de regels, dat de Chinese economie de laatste vijfentwintig jaar zo'n grote vlucht heeft kunnen nemen.

Maar pas op: als de overheid het om de één of andere reden echt op je heeft voorzien, dan slaat ze je alsnog met alle regels om de oren. En ja: dan moet je wel toegeven dat die microfoon inderdaad niet mee naar binnen mocht, of dat je je in je fabriek al jaren niet aan de milieu- en arbeidsvoorschriften houdt. En dan kan ze je nog keurig terug dirigeren naar je plaats achter de witte stopstreep, terwijl je mag toekijken hoe je links en rechts wordt ingehaald.