Herinneren doet huiveren

Weinig gebouwen in Amsterdam boezemden tijdens de oorlog zo veel angst in als de voormalige Middelbare Meisjesschool (MMS) in de Euterpestraat. De Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst vorderden het statige gebouw in de Apollo-buurt als hoofdkwartier en verhoorruimte. Wie daar werd binnengebracht, had alle reden om het ergste te vrezen. Na de oorlog werd de straat omgedoopt in de Gerrit van der Veenstraat, naar de omgekomen kunstenaar en verzetsman, en in het gebouw huist nu het Gerrit van der Veencollege. Maar de huivering blijft, voor wie het zich weet te herinneren.

De Hollandsche Schouwburg in de Plantage Middenlaan, nog zo'n `schuldige plek.' Verzamelplaats van 20.000 Amsterdamse joden die op transport zijn gesteld. Een kilometer verderop, het gebouw op de hoek van de Dam en de Nieuwendijk. Daar zat voor de oorlog modehuis Wessel, en nu is het een bankgebouw. Maar in de oorlog was hier het Amsterdamse filiaal van de SS gevestigd, waar `gezonde, flinke Nederlanders' zich konden aanmelden voor het Oostfront.

Als je een hiërarchie zou samenstellen van Amsterdamse gebouwen die in de oorlog een bijzondere rol hebben gespeeld, dan staan deze bovenaan de lijst. Maar de stad kent nog steeds talloze andere, minder bekende gebouwen die ook hun rol hadden in de bezettingsjaren. Illegale drukkerijtjes, onderduikadressen, NSB-kringhuizen, wijkposten van de Luchtbeschermingsdienst; de lijst is te lang om hier op te noemen. Maar wat is er nog van dat verleden terug te vinden? Waar valt nog te achterhalen wie er achter de gevels van die naamloze Amsterdamse huizen woonden, wat er zich afspeelde?

Die vraag is dankzij Bianca Stigter, filmredacteur van deze krant, niet langer retorisch-filosofisch van aard. Zij achterhaalde van meer dan duizend Amsterdamse woningen en gebouwen de oorlogsgeschiedenis. Het resultaat staat in De bezette stad, een topografie van de hoofdstad in de bezettingsjaren.

Je wordt een beetje stil als je De bezette stad doorbladert. Stil uit verbazing en ontzag voor wat ooit geweest is, maar ook stil uit bewondering. Het moet een immens karwei zijn geweest om van alle Amsterdamse straten de gegevens in kaart te brengen, en Stigter verdient lof voor het volbrengen van dit dienstbare monnikenwerk. Hierboven staat met opzet `doorbladert', want dat is het: een bladerboek en geen leesboek. De bezette stad is een naslagwerk waarin je, eventueel met behulp van de bijgeleverde plattegrond, in gedachten door buurten kunt wandelen, al is het natuurlijk het aardigst om er met het boek op uit te trekken. Bladeren door De bezette stad is eigenlijk een vorm van archeologie. Sla het open op een willekeurige bladzijde en je leest bijvoorbeeld dat het verhuisbedrijf Puls, dat de woningen van joden leeghaalde, kantoor hield op Kerkstraat 303-305, terwijl nummer 225 een `lokadres' was waar joodse onderduikers werden verraden.

En zo gaat het maar verder. Rijnstraat 71-73, ooit de ijssalon Koco van de Duitse joden Cahn en Kohn. Vondelstraat 19, de woning van de grote Ko van Dijk, die daar tussen de schuifdeuren optrad voor een paar kaarsen en wat eten. Jan van Galenstraat 129, waar vandaan verzetsgroep Barbara telegrammen naar Londen zond. Bijna allemaal vergeten, aber das war einmal.

Bianca Stigter: De bezette stad. Plattegrond van Amsterdam. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 271 blz. €22,50