Fiscale sprookjes voor Kamerleden

De kapitaalsbelasting, de eeuwenoude heffing van 0,55 procent op nieuw uitgegeven aandelenkapitaal, brengt nog slechts 200 miljoen euro per jaar op. Al meer dan tien jaar vindt een parlementaire meerderheid dat de archaïsche heffing een keer het veld moet ruimen, maar niemand had daar haast mee. Opeens heeft staatssecretaris Wijn (Financiën) erg veel haast met de afschaffing. Laat hij zich daarbij door zijn oude werkgever een rad voor ogen draaien?

Wijn moderniseert de winstbelastingen, onder meer door alle winsttarieven en veel regels aan te passen en wel per 1 januari 2007. In één moeite door schaft hij de kapitaalsbelasting af – al per 1 januari 2006.

Die haast valt alleen te begrijpen vanuit de centrale missie van Joop Wijn: Nederland fiscaal aantrekkelijk laten zijn voor ondernemers. Ook andere Europese landen willen goed voor de dag komen, wat leidt tot een heilloze race om de laagste belastingtarieven over bedrijfswinsten. De ondernemers hebben het geluk dat Joop Wijn van nature begrip heeft voor de noden van het bedrijfsleven. Zijn laatste gewone baan was die van investment manager bij ABN Amro. Daarna ging hij de Tweede Kamer in, later maakte hij furore als staatssecretaris voor buitenlandse handel.

Zijn visie om bedrijven in Nederland te houden met lagere tarieven, wordt gesteund door het kabinet en in de Tweede Kamer. Maar het bedrijfsleven moet zelf voor die tariefverlaging opdraaien. ,,Een sigaar uit eigen doos'' zoals voorzitter Jacques Schraven van VNO-NCW teleurgesteld constateert. Dat is de afschaffing van de kapitaalsbelasting ook. En ook zij dient om bedrijven aan Nederland te binden. Maar waarom zo veel meer haast dan bij de andere maatregelen?

Dat komt door de beleggingsinstellingen. Die klagen over de Nederlandse (belasting)regels en zetten de politiek onder druk door te dreigen met vertrek uit Nederland. Daar schrikt men van op het ministerie van Financiën en naar goed Nederlands gebruik is dan binnen de kortste keren een commissie aan het werk. Die rapporteerde vier maanden geleden dat het probleem echt nijpend is. ,,De in Nederland gevestigde beleggingsinstellingen ervaren de kapitaalsbelasting als een zeer belangrijk concurrentienadeel ten opzichte van landen die die belasting niet kennen, zoals bijvoorbeeld Luxemburg'', zo concludeerde de Commissie modernisering beleggingsinstellingen bij monde van haar voorzitter de advocaat Jaap Winter. Het kabinet wringt zich nu in alle bochten om het de beleggingsinstellingen in Nederland naar de zin te maken, onder meer door de overhaaste afschaffing van de kapitaalsbelasting.

De staatssecretaris wordt daar ook toe opgepord door de vereniging van Nederlandse beleggingsfondsen, de Dutch Fund Association (www.dufas.nl). Wijn scoort hoge ogen bij de vereniging die wordt bijgevallen door gespecialiseerde belastingadviseurs als Martin Vink van de adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers. ,,Ik denk dat hiermee een einde komt aan de uittocht van beleggingsinstellingen naar het buitenland'', zo liet Vink op 23 maart in het Financieele Dagblad weten.

Maar is dat wel zo? Op 2 mei congresseerden de beleggingsinstellingen buiten bereik van media en politici, op een symposium van de Vereniging van beleggingsanalisten. Jan Jaap Hazenberg, hoofd global product management van ABN Amro Asset Management liet daar weten dat hij 24 van de 70 in Nederland gevestigde beleggingsfondsen naar Luxemburg overbrengt. Daarmee verlaat vier miljard euro aan beheerd vermogen ons land. ,,Door de fondsen samen te voegen met soortgelijke bestaande fondsen in Luxemburg, kunnen kosten over een groter vermogen worden gespreid'', zo verduidelijkt Hazenberg zijn motieven. Hij kan bovendien de Europese markt makkelijker vanuit Luxemburg bedienen. Dat zijn begrijpelijke, simpele commerciële afwegingen. De kapitaalsbelasting komt in dat verhaal niet voor.

Nu is het van tweeën één. Of Jaap Winter en Joop Wijn en Martin Vink weten best dat de ,,uittocht van beleggingsinstellingen'' niet met de afschaffing van de kapitaalsbelasting valt te stuiten, maar proberen toch de Tweede Kamer met dat argument tot de geforceerde afschaffing van de kapitaalsbelasting te bewegen. Of ze zijn zelf ook stomverbaasd dat ABN Amro (en de andere banken die net zo commercieel redeneren) beslissen op basis van recht-toe-recht-aan commerciële uitgangspunten waar deze kleine Nederlandse heffing geen zichtbare rol bij speelt.

Beide mogelijkheden zouden de Kamerleden moeten verontrusten. Die proberen aanstaande dinsdag inzicht te krijgen in de concurrentiepositie van de beleggingsinstellingen. Minister Zalm vraagt namelijk groen licht voor dekabinetsplannen om de regels voor beleggingsinstellingen te versoepelen. Als de branche de parlementariërs zou manipuleren, dan missen die de specialistische vakkennis en waarschijnlijk ook de ondersteuning om dat tijdig te onderkennen. Tussen de stapels officiële stukken en artikelen in vakbladen zit er niet één die klip en klaar duidelijk maakt dat de uittocht van beleggingsfondsen gewoon doorgaat, wat er ook met de kapitaalsbelasting gebeurt. Belastingadviseurs, belangenorganisaties en zogenaamd onafhankelijke hoogleraren, ze schilderen met het grootste gemak een schijnwereld.

De Tweede Kamer kan op dit terrein nauwelijks goed functioneren zonder deskundigen die geen (verborgen) eigen belangen hebben, maar specifiek voor het parlement werken. Voor economische vraagstukken heeft de Kamer onlangs zo'n eigen adviesraad ingesteld. Met de vaak fiscaal-technische discussie over de modernisering van de vennootschapsbelasting voor de boeg, is dat ook voor de fiscaliteit geen overbodige luxe.