Derrida achter de tralies

De vuistdikke roman Zeven vormen van dubbelzinnigheid van de Australische schrijver Elliot Perlman werd in het land van herkomst enthousiast ontvangen. Hij werd de Australische evenknie van Jonathan Franzen genoemd (De Correcties), maar zou menselijker en minder opzichtig dan zijn Amerikaanse collega zijn. Verder zou Perlman de sociale betrokkenheid van Dickens en de `metafysische visie' van Thomas Pynchon hebben. Het zijn erg uiteenlopende loftuitingen die passen bij de breedheid van deze roman, die zowel een psychologische thriller als een wetenschappelijk vertoog over literatuur wil zijn.

Deze pretenties zijn al terug te vinden in de titel, waarmee Perlman verwijst naar de klassieke literatuurstudie Seven Types of Ambiguity uit 1930 van de Britse dichter en academicus William Empson. In deze studie wordt onderzocht hoe betekenis kan veranderen via de kleinste variatie in het taalgebruik. Ook is het een zoektocht naar verborgen betekenissen in gedichten aan de hand van linguïstische analyses. Perlman doet iets vergelijkbaars. Hij gaat in zijn roman op zoek naar verschillende interpretaties van dezelfde gebeurtenis. Object van studie is de werkloze stalker Simon. Ontslagen als onderwijzer, heeft hij alle tijd voor zijn obsessie: zijn vroegere vriendin Anna, die een hoerenlopende beurshandelaar heeft verkozen, met wie ze zelfs is getrouwd, boven de intellectuele poëzieliefhebber Simon. Op een dag besluit Simon Anna's zesjarige zoontje Sam van school te halen en hem mee te nemen naar zijn eigen huis. Wanneer de politie gewaarschuwd wordt door Simons vriendin, de prostituee Angela, wordt Simon beschuldigd van kidnapping en als pedofiel bejegend door zowel de politie als door medegevangenen.

Is het ontvoering, een daad begaan in een vlaag van verstandsverbijstering, een onhandige liefdesverklaring aan Anna of een poging Sam te redden van ouders met het ongelukkige huwelijk van zijn ouders? Zeven verschillende bekentenissen moeten betekenis geven aan het voorval. Eerst geeft de joodse psychiater Alex Klima (de naam is een van de vele verwijzende knipogen in dit boek, in dit geval naar de Tsjechische schrijvende naamgenoot Ivan) zijn visie op het geheel. Dat Simon een wel erg grote obsessie voor Anna had, was hem wel duidelijk, maar gek verklaart hij de patiënt zeker niet. Daarna volgen getuigenissen van Joe, de man van Anna; de prostituee Angela, een collega van Joe, Simon zelf, Anna en een dochter van Alex Klima zo'n tien jaar na de gebeurtenissen. In de meeste getuigenissen zitten geslaagde passages, zo zijn de verhoren met veel vaart geschreven. Perlman heeft dankbaar gebruik gemaakt van zijn achtergrond als advocaat.

Zeven vormen van dubbelzinnigheid heeft een mooi gegeven, dat bovendien goed in de steigers is gezet. Behalve die verschillende visies, kom je ook steeds meer te weten over hoe het verder gaat na de arrestatie van Simon. Bepaalde voorvallen worden meermalen verteld, maar vanuit verschillende standpunten waardoor de herhaling niet storend of vertragend is. Hetzelfde geldt echter niet voor de literatuurwetenschapelijke verhandelingen die Perlman in zijn roman verwerkt. Hij wil te graag zijn roman een poëticale laag geven door boeken en verhandelingen die hij gelezen heeft erin op te nemen. Zo maakt Perlman de hamvraag of je meegaat in de opvattingen van de antiheld Simon expliciet in de roman: `Je leest een roman waarin de held of de antiheld een misdrijf begaat, laten we zeggen een daad van geweld. Met wie voel je dan mee? [...] Het punt is dat lezers zich meestal met een van de personages in een verhaal vereenzelvigen om nog beter aan de problemen en de verveling van hun eigen bestaan te kunnen ontsnappen.'

Zelden heeft een auteur beter weten te verwoorden wat er aan zijn roman mankeert. Want als lezer heb je geen moment de behoefte om je met de antiheld Simon te vereenzelvigen, hoe vervelend je eigen bestaan ook mag zijn. Hij is volstrekt ongeloofwaardig, tenminste voor hen die niet direct een betoog over Derrida en het deconstructivisme zullen afsteken tegen het bezoek in de gevangenis dat net alle detectiepoortjes van de bewaking is gepasseerd. De bezoeker zelf zal ook weinig geïnteresseerd zijn in een mening als: `Door te ontkennen dat er een vaste overeenkomst bestaat tussen taal en werkelijkheid, en dienovereenkomstig tussen taal en betekenis, ontkennen ze (de deconstructivisten) het bestaan van objectieve feiten en kennis. Daardoor kunnen ze bijvoorbeeld ontkennen dat de Tweede Wereldoorlog ooit heeft plaatsgevonden, kunnen ze alle wetenschap afdoen als niet meer dan een van die eindeloze fabels, en ontkennen dat de stukken van Shakespeare van grotere waarde zijn dan de verhalen van Enid Blyton.' Los van het feit dat dit een achterhaalde en redelijk krankzinnige samenvatting is van het deconstructivisme, is het bespottelijk dat iemand zulke gedachten heeft terwijl hij dagelijks verkracht en in elkaar gemept wordt door zijn medegevangenen.

De aangehaalde passages komen bovendien uit een dialoog, wat wel aangeeft hoe klinisch dit boek geschreven is. Alleen de personages waar Perlman zelf weinig mee heeft, de onbehouwen beursspeculanten Joe en diens collega, spreken enigszins aan. Simon en zijn vriendin Angela zijn te vervelend voor woorden met hun gekunstelde gesprekken over literatuur en het leven. En wat erger is: bij al die meningen die Simon spuit vraag je je voortdurend af: maar dit heb ik toch al honderddrie keer eerder gelezen? De theorie is goed, Perlman kent de kneepjes van het vak, maar de uitwerking klopt vaak niet. De vergelijkingen met illustere voorgangers zijn op basis van de pretenties wel mogelijk, maar de roman maakt ze niet waar.

Elliot Perlman: Zeven vormen van dubbelzinnigheid. Uit het Engels vertaald door Ronald Vlek. De Bezige Bij, 680 blz. €29,90