De houdgreep van consensus

De Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van de vakbeweging en de werkgeversorganisaties, vierde deze week zijn zestigjarig bestaan. In Wassenaar, waar in 1982 het fameuze `akkoord van Wassenaar' werd gesloten. Om dit te vieren, heeft de Stichting ook een bescheiden boek uitgebracht, Voorbij Wassenaar, dat terugblikt op haar activiteiten sinds 1982. Voor deze afgebakende periode is gekozen, omdat bij het vijftigjarig bestaan al een uitvoerige geschiedenis is geschreven, vanaf de oprichting in 1945.

Het akkoord van Wassenaar wordt algemeen beschouwd als een ommekeer in de arbeidsverhoudingen. Om te verklaren waarom dat zo is, schetsen de auteurs Bruggeman en Van der Houwen, beiden historici, eerst kort de rol die de Stichting van de Arbeid tussen 1945 en 1982 vervulde. De Stichting hield zich toen voornamelijk bezig met advisering over de loonontwikkeling in CAO's. Grofweg gezegd kwam het erop neer dat de Stichting advies uitbracht, waarna de regering een globale richtlijn opstelde over de toegestane loonontwikkeling. Tijdens de wederopbouw hielden de vakbeweging en de werkgevers zich hier keurig aan, omdat er eensgezind werd gebouwd aan een nieuwe samenleving. In de jaren zeventig en tachtig nam de regering steeds vaker haar toevlucht tot loonmaatregelen. Toch was er nog steeds sprake van centrale loonvorming.

Dit veranderde na het akkoord van Wassenaar, dat zo is genoemd omdat het in het Wassenaarse huis van VNO-voorzitter Chris van Veen werd gesloten. Het akkoord, dat namens de FNV werd ondertekend door toenmalig FNV-voorman Wim Kok, hield kort gezegd in dat de vakbeweging bij loononderhandelingen afzag van automatische prijscompensatie. In ruil daarvoor stemden de werkgevers in met arbeidsduurverkorting, waardoor er nieuwe banen gecreëerd konden worden.

De overheid beloofde na het afsluiten van dit akkoord om zich voortaan te onthouden van ingrepen in de loonontwikkeling. Het overleg over CAO's werd daarna op decentraal niveau, per bedrijfstak, gevoerd. Aanvankelijk leek het daardoor of de Stichting van de Arbeid haar bestaansrecht had verloren. Maar zij paste zich aan en richtte zich op andere terreinen.

In de jaren tachtig en negentig bracht de Stichting een ontzagwekkende reeks adviezen uit aan opeenvolgende regeringen over thema's als jeugdwerkloosheid, de arbeidsparticipatie van vrouwen, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de uitvoering van de WAO. Al die adviezen worden in Voorbij Wassenaar in kort bestek toegelicht, binnen de toenmalige politieke en maatschappelijke context. Een gemis is dat anekdotes of andere inkijkjes in de werkwijze van de Stichting van de Arbeid nagenoeg ontbreken. Vermoedelijk is dat opzet, omdat die al in het vorige jubileumboek stonden. Voorbij Wassenaar is daardoor minder geschikt voor de `gewone' lezer, maar des te meer voor beroepsmatig geïnteresseerden, als naslagwerk. Het boek is niet in de boekhandel verkrijgbaar, maar kan tegen betaling van verzendkosten door de Stichting van de Arbeid worden toegestuurd.

Jan Bruggeman en Paula van der Houwen: Voorbij Wassenaar. Stichting van de Arbeid, 111 blz. Gratis verkrijgbaar bij de Stichting, tel. 070-3499648