Dan ga je zitten, dan ben je verloren

De Turkse kunstenaar Kutlug Ataman maakte een intens portret van de inwoners van Küba, een sloppenwijk in Istanbul met eigen normen en waarden. Ataman: ,,Ik ben er bijna zeker van dat feiten niet bestaan.''

De locatie oogt weinig uitnodigend: een wanstaltige betonnen kolos, dichtgetimmerd met zwart hardboard, aan de drukke New Oxford Street in Londen. Een deur lijkt er op het eerste gezicht niet te zijn. `KÜBA', staat er in knalroze verf op het hardboard, met een pijl naar rechts. Dan de groezelige opgang en een bakje met foldertjes, die toeristenplattegrondjes van Istanbul blijken. Dit is de Sorting Office, het voormalige sorteerbureau van de Britse post dat al tien jaar leegstaat. Hier zou de tentoonstelling Küba van de Turkse kunstenaar Kutlug Ataman te zien moeten zijn. Maar behalve een verre zoem valt er niets te bespeuren. Eerst moet ik een stoffige betonnen trap op, en nog een, en nog een, tot ik in een enorme zaal sta met buizen en schachten en onduidelijke metalen voorwerpen. Nog een trap hoger, overal een dikke laag stof, afgesloten deuren, bordjes met `Security Alert Status' en `All Staff Are Forbidden Access'. Een gang door en de zoem zwelt aan tot een diep grommen.

En toch komt het nog onverwacht: de kakofonie van stemmen die je in het gezicht slaat nadat je de laatste klapdeur door bent, de immense lege ruimte met de betonnen pilaren en de hoge ramen, en de tientallen oude televisietoestellen die er staan opgesteld, op krakkemikkige kastjes en tafeltjes, met voor ieder toestel een comfortabele oude fauteuil of leunstoel. Op iedere tv een Turks pratende persoon, Engels ondertiteld. Hoe hieraan beginnen, in deze chaos? Dan ga je zitten, en ben je verloren.

`Hij had mijn broer een oor afgescheurd', vertelt een jongen rustig. `Ze zaten elkaar achterna met döner-spiezen. Als je in gevecht raakt met iemand uit Küba – he knows he's not going to live. Toen hebben we ze hierheen gehaald. We hebben zijn oog uitgestoken. We hebben ze een flinke aframmeling gegeven en toen konden ze weer gaan.' Even later vertelt hij op exact dezelfde toon over zijn hobby, het houden van vogels: `Vogels zijn een genot voor het oog. Hun schoonheid, hun kleuren, hun zachtheid. Er is een gele vogel, een heel mooie kleur geel. Die lijkt te lachen samen met zijn wijfje.' Hij breekt vaak in om geld te krijgen voor zijn vogels, zegt hij. Soms steelt hij ook vogels. Iedereen kent hem: `Mijn bijnaam in Küba is Minco.' Ik kan mijn ogen niet van Minco afhouden, alle achtergrondlawaai is verdwenen.

Een klein jongetje, een televisietoestel verder, verklaart trots: `When you're from Küba, you look and act bigger. Als je ergens naartoe gaat, durven mensen je niet lastig te vallen.' Hij demonstreert zijn breakdance-techniek. Een klein meisje vertelt het verhaal van Assepoester, en vervolgens hoe ze zelf van haar stiefmoeder op de betonnen vloer moet slapen.

Veertig televisietoestellen staan er hier, maar de neiging om te zappen is minimaal, zozeer weten de individuele verhalen je aan je stoel te nagelen. Pratende hoofden, veel meer is er niet voor nodig. Ze zitten op hetzelfde soort stoelen of banken als jij, er zijn dezelfde oude kastjes te zien, en vaak een afstandsbediening binnen handbereik, alsof zíj naar jóu aan het kijken zijn.

Ironische ogen

Ik wissel van fauteuil en zie een sympathieke, kettingrokende man met ironische ogen en een vermoeide glimlach: `Ik ging terug naar de Politieke Sectie, en ontmoette Garip, mijn folteraar. Je hebt een blinddoek om, dus je kan de politie niet zien. Ze brachten me naar zijn kamer. Hij zei: `Hee, hoe gaat het ermee?' Ik zei: `Goed, en jij?' Hij zei: `Neem zijn blinddoek af, laat hem me zien. Hij zal me nog vaak te zien krijgen vanaf nu.' Hij was goed in zijn werk. Hij was een goede folteraar.' Hij neemt een diepe teug van zijn sigaret, en vertelt hoe hij Garip daarna telkens weer tegen het lijf liep, in de winkel, op straat, in een restaurant, op de racebaan, en nooit wist of hij weer opgepakt ging worden. `Daar was Garip weer. Dierbare Garip. Fijne man.' Een nieuwe sigaret. `Voor mij zijn Küba, Garip, politiek en voetbal onvermijdelijk.'

Küba. Alle mensen die hier aan het woord zijn, jong, oud, man, vrouw, dorpsgek of intellectueel, hebben één ding gemeen: ze wonen in Küba, een sloppenwijk in het noordwesten van Istanbul. De buurt ontstond in de jaren zestig, toen Koerden, linkse activisten, criminelen en mensen die nergens anders terecht konden, op een braakliggend stuk land keten gingen bouwen. De gemeente en het leger kwamen de boel herhaaldelijk platwalsen met bulldozers, maar steeds bouwden de inwoners de hutten weer op. Zoals een tanige bejaarde vrouw vertelt: `We ginAtaman, Kutluggen met spades achter de ambtenaren aan. Ze renden als schapen.' Nog altijd komt de buurt op geen enkele plattegrond van de stad voor, ook niet op het kaartje dat je aan de ingang van de tentoonstelling in de hand gedrukt krijgt.

Uit de collectieve verhalen rijst een beeld op van een in legenden gehulde vrijstaat met eigen normen en waarden, hoofdzakelijk Koerdisch, maar verenigd in een afkeer van elke staatsinmenging, een liefde voor individuele vrijheid, en een onverbrekelijke onderlinge solidariteit. Problemen – en dat zijn er nogal wat – worden intern opgelost, niet door de politie, die zich er nauwelijks waagt. Niet dat de buurt niet zwaar te lijden heeft onder de armoede, het gebrek aan scholing en kansen, en het grove geweld dat er aan de orde van de dag is. Maar de inwoners klinken even vaak trots en weerbarstig als verslagen. Een man zegt: `Ik was bang, maar ik wist ook dat Küba me uit elke situatie zou redden.'

Küba is evenzeer een mythe als een plaats – de naam is ingegeven door Fidel Castro's verzet tegen buitenlandse inmenging, volgens sommigen; geïnspireerd door het criminele Little Havana uit de serie Miami Vice, volgens anderen. Het is ook een state of mind, stelt de kunstenaar Kutlug Ataman: ,,Dit bewustzijn is belangrijker dan religie, ideologie of afkomst. Het wonen in Küba definieert – boven alles – de identiteit van de mAtaman, Kutlugensen, uniek in de zin dat het niet politiek, etnisch, religieus, nationaal of door sekse bepaald is. Als je uit Küba komt, dan is dat genoeg.''

Ataman bracht drie jaar in de wijk door voor zijn project. Hij slaagde erin het vertrouwen te winnen van een aantal bewoners (,,vast niet voor 100 procent, maar wel genoeg voor een verhaal'', zegt hij zelf), voerde urenlange gesprekken, steeds opnieuw, en nam telkens zijn camera mee als een soort verlengstuk van zijn lichaam. Zodoende wist hij zijn geïnterviewden schokkende bekentenissen te ontlokken, hun diepste geheimen, sterke verhalen of `gewoon' hun levensgeschiedenis. Het zijn verhalen van een zeldzame intensiteit, en het kijken ernaar is een merkwaardig intieme ervaring.

Ataman (Istanbul, 1961) is van oorspong een filmmaker die bij toeval, maar uitermate succesvol, in de kunstwereld verdwaalde. Hij studeerde film aan de University of California in Los Angeles, maakte een paar goed ontvangen arthouse films en begon toen in 1997 aan een project rond de 87-jarige Turkse operazangeres Semiha Berksoy, semiha b. unplugged. In een bijna acht uur durend interview acteerde de diva haar eigen leven, althans, de mythe die haar leven al was. Ataman vond het zonde om in het materiaal te knippen, wist vervolgens niet wat hij ermee moest, maar kreeg een aanbod om het op de Istanbul Biennale te vertonen. Vanaf dat moment nam zijn carrière een hoge vlucht. Werk van hem was te zien op de Biennale van Berlijn en Venetië. Op Documenta 11 in Kassel was The 4 Seasons of Veronica Read, een werk op vier schermen met een jaar uit het leven van een obsessieve verzamelaar van amaryllisbollen, de grote hit. Vorig jaar werd Ataman genomineerd voor de Turner Prize met een installatie waarin zes mensen uit het zuidoosten van Turkije vertellen over hun eigen reïncarnatie. Titel: Twelve.

Verhuiskaartjes

Küba maakte Ataman in opdracht van Artangel, de Londense organisatie die zich specialiseert in ongewone projecten op ongewone locaties, zoals The Battle of Orgreave van Turner Prize winnaar Jeremy Deller, Cremaster van Matthew Barney of House van Rachel Whiteread. Het is dus geen toeval dat Küba, dat zo om het idee van een plaats draait, te zien is in de Sorting Office – een verwijzing naar adressen, verhuizen en ergens thuishoren. Dat is ook de reden dat, sinds een week of twee, de televisietoestellen geleidelijk aan verspreid worden door Ataman, Kutlugde hele stad. In de Sorting Office komen dan verhuiskaartjes te liggen.

Vervolgens gaat de hele installatie weer verhuizen: de inwoners van Küba waren hiervoor al te zien op de Carnegie International te Pittsburgh (waar het project prompt de Carnegie Medal won), zullen vanaf 17 juni een treinstel te Stuttgart bevolken, vertrekken dan naar een ferry in Sydney (waar tegelijkertijd een retrospectief van Ataman te zien is in het Museum of Contemporary Art) en eindigen op een rivierboot op de Donau in Wenen.

,,De mensen uit Küba hebben geen geld om zelf te reizen'', zegt Ataman in de lobby van zijn Londense hotel, ,,dus wilde ik dat in ieder geval hun verhalen zouden gaan reizen, zodat ze als vreemde elementen een dialoog zouden aangaan met hun nieuwe omgeving.'' Ataman oogt nog wat verfomfraaid van het symposium over Küba waarvoor hij in Londen is, een hele middag van postmodernistische en geleerde analyses van het project, maar blijft vriendelijk en enthousiast praten over zijn werk. ,,Op het moment dat kunst zich buiten het museum begeeft, gaat ze een discussie aan met de omgeving, omdat die al een eigen taal heeft. Dan ontstaat er een gesprek of een botsing, de ruimte gaat invloed uitoefenen op het werk.''

Het is nog even afwachten wat er gaat gebeuren als de personages los van elkaar te zien zijn in Londen. Samen geven ze immers een levendig beeld van de dromen en herinneringen van een gemeenschap, worden familie- en vriendschapsbanden duidelijk, horen we uit verschillende perspectieven dezelfde vetes, ongelukken, gevangenisstraf, misdaden, mislukte huwelijken, mishandelingen of vechtpartijen beschreven. Mannen hebben het over hun vrouwen, vrouwen over hun liefde voor een andere man, jongeren bekennen misdaden – veel inwoners hielden hun eigen film dan ook verborgen voor hun naasten. Ataman: ,,Ik heb de uiteindelijke versie van iedere film aan de persoon zelf laten zien, maar aan niemand anders daar. En ik heb ze beloofd dat het werk nooit in Turkije zal worden getoond. Het is taboe om dit soort familiebesognes openbaar te maken, en al helemaal immoreel om in de publieke belangstelling te staan als je vrouw bent. Daarbij praatten veel mensen over hun Koerdische identiteit, en dat kan ze in moeilijkheden brengen.

,,Het leverde dus enorme problemen op toen er zoveel publiciteit was in de Britse kranten dat de Turkse kranten het verhaal overnamen. Küba heeft op de voorpagina van Turkse kranten gestaan, en de mensen voelden zich verraden. De gemoederen liepen zeer hoog op, het heeft me drie, vier dagen van telefoontjes gekost voordat ik ze kon kalmeren.''

Atamans eerdere werk werd bevolkt door travestieten, homoseksuele buikdansers, monomane insecten- of plantenverzamelaars, actrices en andere larger-than-life types – altijd mensen die een verhaal te vertellen hebben, en die zichzelf vormgeven door het verhaal dat ze vertellen. ,,Critici definiëren mijn personages altijd als `outsiders' of `marginaal', terwijl ik zelf nooit zo over ze dacht'', zegt Ataman. ,,Ik maak heel objectieve stukken over heel subjectieve mensen, mensen die zichzelf bedenken, als fictie, voor de camera. Ze maakten een mythe van zichzelf. Ze vertellen misschien niet de waarheid, maar dat is voor mij juist het interessantste om te zien.

,,Er wordt ook vaak gezegd dat mijn werk een duidelijk politiek statement zou maken, het zou gaan over `de problemen in Turkije', `homoseksualiteit', et cetera. Ik hoop dat het meer diepte heeft dan dat. Het is zeker politiek, maar niet op die manier van politiek correcte vooroordelen. Het is much more basic, gaat over het individu, de rechten van het individu, wat het betekent om een identiteit te hebben, om vrij te zijn. Küba is in feite een bijenkorf die één enkele, collectieve identiteit creëert: die van `in Küba wonen'. Maar wat betekent vrijheid voor de inwoners van Küba? Ze zeggen dat ze vrij en onafhankelijk zijn omdat ze de wetten van de maatschappij afwijzen, maar om dat te kunnen doen moeten ze zich volledig ondergeschikt maken aan de gemeenschap van Küba.''

Feit en fictie

Net als in het eerdere werk van Ataman is het in Küba niet altijd duidelijk waar de scheidslijn ligt tussen feit en fictie in de verhalen van de personages. Soms zijn de verhalen zo gruwelijk dat je hoopt dat ze overdreven zijn. Zo vertelt Moeder Hatun, activiste van het eerste uur en boegbeeld van de achterbuurt, over haar tijd in de gevangenis. `De dokter vroeg wat er was gebeurd met mijn gezicht en mijn handen. ,,Wat gaat jou dat aan'', zei ik, ,,wat je zou moeten vragen is wat er gebeurt met die vrouwen in de gevangenis van wie ze de pasgeboren baby's afnemen, in stukken snijden en door de wc spoelen. Wat kan jou het schelen wat er met mijn ogen en mond is gebeurd?'

Daarentegen kun je slechts hoofdschuddend luisteren naar Hakan, een aardig ogende jongen, en de enige persoon uit Küba die het ooit tot de universiteit heeft geschopt. Een van de zeer weinige successtory's uit Küba, dus. `Het is gewoon zo dat ik geen zelfvertrouwen heb. Ik denk dat ik lelijk ben. Ik zou willen dat er een meisje naar me toe komt om met me te praten. Maar dat gaat gewoon niet gebeuren.'

,,Ik ben geïnteresseerd in mensen die liegen'', zegt Ataman, ,,en waarom ze liegen. Ik hou ook van inconsistenties. Die laat ik altijd in de films zitten. Of als mensen op een kunstmatige manier gaan praten, dat vind ik fascinerend om te zien. Maar wanneer ik spreek van 'liegen', bedoel ik dat niet als een moreel oordeel. Realiteit is iets dat fictief is, we zijn het voortdurend aan het schrijven. Het is niet alleen zo dat er in mijn werk geen duidelijk onderscheid is tussen feit en fictie; ik ben er bijna zeker van dat feiten niet bestaan. Nou wil ik natuurlijk niet overkomen als een gek, een solipsist, en als er een auto aankomt spring ik heus wel uit de weg. Maar als het gaat over hoe we elkaar waarnemen, naar elkaars verhalen luisteren, verhalen maken over de ander, of over onszelf, dan denk ik dat er geen enkel onderscheid is. Ik denk dat het leven een live performance is. Mensen houden zichzelf niet af en toe voor de gek, het is het enige wat ze kunnen doen. Ze creëren hun eigen leven, continu.'' En dat doen ze in hun verhalen, want, zoals de kunstenaar vaker heeft gezegd, ,,praten is de enige betekenisvolle activiteit waar we toe in staat zijn.

,,Dit heeft ook politieke implicaties'', vervolgt hij. ,,Het is belangrijk om op de kunstmatigheid en subjectiviteit van onze verhalen te wijzen. Kijk maar naar de manier waarop de oorlog in Irak in het nieuws kwam. Het is een constructie, theater bijna, en dat kan gemanipuleerd worden.''

Door de opstelling van zijn installaties, met verhalen op verschillende schermen tegelijk, probeert Ataman deze kunstmatigheid te benadrukken. Want naast de montage van de kunstenaar zelf moet ook de kijker een selectie maken uit het getoonde. Geen twee bezoekers hebben zo dezelfde ervaring. ,,De kijkers zijn ergens getuige van'', zegt Ataman, ,,en net als in het dagelijks leven construeer je verhalen aan de hand van kleine fragmenten. Al mijn werk wijst op de onmogelijkheid van documentaires, van de pretentie de waarheid te tonen.''

Zijn volgende werk zal zelfs geheel en al gebaseerd zijn op roddel, verklapt Ataman. ,,Ik denk dat roddel een van de grootste prestaties van de mensheid is. Roddel is sociale therapie. Als je roddelt, leg je een getuigenis af die impliceert dat het om de waarheid gaat, terwijl het pure fictie is. Als je roddelt, schrijf je drama.''

Had Ataman eigenlijk geen schrijver willen zijn? ,,Ik schrijf ook scenario's'', antwoordt hij, ,,dat is directer dan het schrijven van romans. Waarom zou ik mijn pen gebruiken als ik mijn camera heb? Vóór mensen gingen schrijven, was er orale overlevering. En dat is precies waar ik me mee bezighou.''

Küba. The Sorting Office, 21-31 New Oxford Street, Londen, plus diverse andere locaties in de stad. Tot 4 juni. Toegang gratis. Vanaf 17 juni in een trein op perron 1a, Hauptbahnhof, Stuttgart. Daarna in Sydney en Wenen. www.kuba.org.uk.

`Ik maak

heel objectieve stukken over heel subjectieve mensen'

`Roddel is een

van degrootste

prestaties van

de mensheid'