Cultuur mijden en minnen

Vrouw meer dan man, autochtoon meer dan allochtoon. En allemaal steeds een beetje minder. Dat waren grofweg de conclusies uit een grootschalig onderzoek naar de culturele belangstelling van de Nederlandse bevolking, dat het Sociaal Cultureel Planbureau afgelopen dinsdag presenteerde.

Culturele belangstelling lijkt volgens vaste regels te ontstaan, en wordt vervolgens langs rigide lijnen verdeeld: wie hoger opgeleid is en de taal spreekt van het land waar hij zich bevindt, vindt het makkelijkst de weg naar museum en theater. Een vrouw zijn helpt, geen kinderen hebben helpt, en geld hebben helpt ook. Dat wil zeggen, geld kàn helpen – bij toegenomen welvaart neemt de interesse voor cultuur niet evenredig toe. Integendeel: welvaart kan ook de groei van een diverse, voor traditionele cultuuruitingen fnuikende `vrijetijdsindustrie' doen ontstaan, zoals in Nederland de afgelopen twintig jaar is gebeurd. Wie al moet wandelen, fitnessen of winkelen, kan niet ook nog alsmaar boeken lezen en naar ballet.

Van de geleidelijke afname van culturele belangstelling die het SCP al voorzichtig voorspelt, merken bibliotheken, toneel- en dansgezelschappen en musea vooralsnog niets. Er wordt in Nederland gretig gecultuurd, vooral als dat buitenshuis en gezamenlijk kan. Het lezen van boeken verliest al jaren terrein. Men gaat wel naar de bibliotheek, maar raadpleegt daar net zo lief een digitaal bestand; men kóópt veel boeken en geeft ze elkaar cadeau, maar ze helemaal uitlezen, dat is weer iets anders.

Waar zit nu nog `rek' in de Nederlandse cultuurconsumptie? De antwoorden liggen besloten in hetzelfde onderzoek. Kinderen van 6 tot 11 jaar zijn de laatste jaren opeens gretige theaterbezoekers geworden. Als verklaring daarvoor voert de directeur van het Amsterdamse jeugdtheater de Krakeling de grotere aandacht voor cultuur op scholen aan, én het feit dat er ,,allerlei kleurtjes op het podium staan''. Het gemeentearchief van Dordrecht beschikt sinds een paar jaar over banden met interviews met de grondleggers van de Turkse gemeenschap in de stad, die grotendeels uit hetzelfde dorp komen. Deze eerste migranten kunnen in het algemeen niet lezen of schrijven, maar behoefte aan hun verhalen is er wel. De Dordtse Turken komen nu dus naar het archief – niet om er te gaan zitten turen naar documenten, zoals de Nederlandse man dat graag schijnt te doen, maar om de banden te lenen en te gebruiken bij projecten in buurthuizen.

`Cultuurmijders', het woord dat het SCP in de titel van zijn rapport gebruikt, zijn we allemaal, net zo goed als we allemaal cultuurminnaars zijn. Ik ken hoogopgeleiden die voor geen prijs een opera uit zouden willen zitten, maar die wel vrijwel dagelijks thuis voor de buis hun inmiddels encyclopedische filmkennis uitbreiden. Ik ken tieners die een voorstel tot museumbezoek steevast beantwoorden met een acute geeuwaanval, maar die op de computer in hun kamer muziek componeren. Cultuur wordt aantrekkelijk als je er iets van jezelf in terugvindt; waar dat is, is voor iedereen verschillend.