Coffeeshops: gedoogd maar nog altijd vogelvrij

In Maastricht wordt vandaag een grote drugsconferentie gehouden. Na dertig jaar gedogen zijn coffeeshops nog steeds vogelvrij, vindt de branche. Betrokkenen pleiten voor een `normalisering'.

Aan de muur van de coffeeshop hangt een grote poster met schildpadden en visjes. De sfeer is ontspannen. Er zijn T-shirtjes te koop: `Easy Going Maastricht' staat erop. Het bordje Buy here wijst de klanten de weg naar de Neville haze, de Black Afghaan en de Tai Joint. De zaak in het centrum van Maastricht is open every day, zegt een ander bordje. Bij de ingang liggen foldertjes met tips voor blowers.

Dat zijn al drie potentiële problemen in dit etablissement. Eén van de vele strenge regels stelt dat een coffeeshop niet mag `afficheren', reclame maken. Valt een T-shirtje met de naam onder dat verbod? Een geschilderde wietplant op het raam? Niemand die het weet. Er zijn coffeeshops gekapitteld omdat er folders lagen met voorlichting over de gevaren van rijden onder invloed van cannabisproducten; de naam van de coffeeshop op de folder kan namelijk worden uitgelegd als affichering.

Hoewel Nederland al dertig jaar een gedoogbeleid kent, zijn coffeeshophouders nog steeds ,,vogelvrij'', zegt Marc Josemans, 22 jaar eigenaar van Easy Going en voorzitter van de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht. Verzekeringspremies zijn torenhoog omdat coffeeshops als een verhoogd risico worden beschouwd. En dat terwijl coffeeshophouders door hun schemerige status juist uitermate zuinig zijn op hun zaak. Voor de zaak van Josemans geldt: gaat de coffeeshop in vlammen op, of komt hij te overlijden, dan is het einde verhaal voor zijn 21 werknemers. Maastricht heeft, zoals de meeste gemeenten, een `uitsterfbeleid'. Verkopen van een zaak, is bij coffeeshops niet toegestaan. ,,Zelfs een pooier mag zijn bedrijf verkopen, wij niet'', aldus Joseman.

Door de aard van het gedoogbeleid lopen coffeeshophouders dagelijks tegen de criminaliteit aan. Zij betalen wel belasting, maar facturen voor ingekochte producten krijgen ze niet. ,,Abdul en Ahmet, of hoe ze ook heten, nemen alleen genoegen met cash geld als ze Marokkaanse hasj aanleveren'', zegt Josemans. ,,Geen nota's – ze willen onbekend blijven omdat ze strafbaar zijn.'' Bovendien heeft Josemans zelf ,,een criminele organisatie'' opgericht. Omdat hij van justitie niet meer dan een halve kilo softdrugs in zijn coffeeshop mag hebben, heeft hij vier jongens in dienst die dagelijks zorgen voor de aanvulling van de voorraad aan de achterdeur. En dat is illegaal. Als hij zelf de softdrugs bij de kwekers haalt en daarbij wordt betrapt, raakt hij zijn vergunning kwijt.

Het gedoogbeleid is in praktijk niet meer werkbaar, stelt drugsonderzoekster Nicole Maalsté van het bureau IVO, dat onderzoek doet naar maatschappelijke ontwikkelingen. Zij noemt als voorbeeld dat steeds meer coffeeshops noodgedwongen portiers bij de voordeur zetten om de eventuele verkeersdrukte in goede banen te leiden – `overlast' geldt immers als één van de grote zonden van een coffeeshop. ,,Vragen we Albert Heijn tijdens de hamsterweken een portier neer te zetten om de overlast in toom te houden?''

Na dertig jaar gedoogbeleid moet Nederland eens gaan evalueren wat het heeft opgeleverd, zegt Maalsté. ,,En op basis van de feiten besluiten of we ermee doorgaan of niet. Je moet kijken naar de gevolgen van coffeeshops voor de gezondheid, de veiligheid, de overlast. Zijn er meer of minder wietgebuikers door de coffeeshops, is het risico op productvervuiling kleiner, dat soort vragen. Die roep om zo'n evaluatie hoor je overal, ook in Maastricht.''

Volgens haar is het gedoogbeleid zoals het nu wordt gevoerd niet meer houdbaar, zoals blijkt in Maastricht, waar burgemeester Gerd Leers (CDA) en de politie hun handen vol hebben aan de handhaving van de wet. ,,De regels voor coffeeshops zijn onduidelijk. Sommige coffeeshops krijgen een probleem als een klant bij een controle door de politie harddrugs op zak blijkt te hebben; doordat coffeeshops maar vijfhonderd gram cannabis in de zaak mogen hebben lopen bevoorraders continu met wiet over straat, met alle risico's van dien.''

Maalsté en de coffeeshophouders vinden dat de landelijke overheid moet luisteren naar de mensen die dagelijks met de praktijk van het gedoogbeleid te maken hebben, zoals burgemeesters, politie en de cannabisbranche zelf. ,,Coffeeshophouders worden onnodig op kosten gejaagd'', zegt Maalsté. ,,Het wordt steeds moeilijker om een coffeeshop te runnen. Het leidt ertoe dat mensen die het goed bedoeld hadden ermee stoppen, en dat het overgenomen wordt door mensen die minder goede bedoelingen hebben.'' Met als gevolg meer criminaliteit, minder controle op de kwaliteit van de producten.

Diezelfde trend doet zich voor bij de wiettelers, zegt Willem Panders, voorzitter van het Platform van Cannabisondernemingen. ,,We hebben een verharding in de vervolging van cannabiskwekers gezien. Daardoor stoppen de bonafide kwekers ermee. Hun plek wordt ingenomen door malafide kwekers, mensen die willen dat het illegaal blijft zodat er grote winsten te behalen zijn.''

Het Platform van Cannabisondernemingen heeft de landelijke politiek al eens voorgesteld een systeem te introduceren waarbij de overheid toestemming geeft voor het kweken van hennep onder één lampje. ,,Daarmee kun je een klein gaatje prikken in de ballon van de profijtelijkheid van de hennepteelt'', zegt Panders. ,,Die kleine kwekers kunnen leveren aan de coffeeshops. Zolang je de aanvoer aan de achterdeur van coffeeshops niet regelt, blijft de profijtelijkheid bestaan.''

Volgens de cannabisondernemingen kunnen die kwekers zich aan regels onderwerpen die de overheid stelt, zoals het werken met ,,stroom die niet is gejat'', en een controlesysteem op de kwaliteit van de cannabisproducten. ,,Alle grote gemeenten zijn voor een regulering van de achterdeur van coffeeshops'', zegt Panders. Volgens hem hebben de coffeeshops aangetoond dat de Nederlandse openheid werkt. ,,We hebben aanzienlijk minder harddrugsgebruik dan andere landen. We staan met het gebruik van cannabis in de middenmoot vergeleken met andere landen in Europa, ondanks de coffeeshops. De scheiding van de markten is geslaagd.''

Het belangrijkste dat moet gebeuren om de patstelling rond het gedoogbeleid te doorbreken, zegt Maalsté, is dat de landelijke overheid de cannabisbranche ,,als serieuze gesprekspartner'' ziet. ,,Er zijn een hoop goede initiatieven in de branche en er lopen veel mensen met bruikbare ideeën rond.''

Mogelijk dat de opgelaaide discussies rondom Maastricht een eerste aanzet geven. Burgemeester Leers lijkt vastbesloten de productie en de verkoop van softdrugs te reguleren, in weerwil van het beleid van minister Donner (CDA, Justitie), die de toestroom van buitenlandse drugstoeristen wil weren uit de grensstreek.

,,Donner voert in Maastricht een proefproces om buitenlanders uit de coffeeshops te weren'', zegt Marc Josemans van coffeeshop Easy Going. ,,Dat zal ertoe leiden dat de illegale handel toeneemt. Donner is de stoorzender voor degelijk cannabisbeleid. Hij weigert te luisteren naar mensen uit de praktijk. Het gedoogbeleid blijft volkomen tegenstrijdig: mensen mogen melk drinken en verpakt in drinkbekers kopen in daartoe aangewezen winkels, maar het is volstrekt verboden om een koe te melken.''