Windstilte

Politiek gezagvoerder Balkenende en zijn collega kapitein Berlusconi zitten in hetzelfde schuitje. Gedurende het eerste kwartaal van dit jaar hingen de zeilen van de Nederlandse en de Italiaanse economie slap. Nergens anders in de eurozone stelde de productiegroei in de verstreken maanden zo weinig voor. Terwijl de vaderlandse economie vooralsnog stuurloos ronddobbert, smachten politici naar een aasje wind in de zeilen.

Wil de economische groei echt aantrekken, dan moeten de gezinnen meer geld gaan uitgeven. Hun hogere bestedingen maken middenstanders en fabrikanten blij. Het vooruitzicht van stijgende omzetten beweegt ondernemers meer te investeren in nieuwe machines en bedrijfsgebouwen. Extra bestedingen van positief gestemde consumenten en aantrekkende investeringen van het bedrijfsleven kunnen weer vaart geven aan de Nederlandse economie.

Maar de consumenten zijn nog terughoudend. Van de weeromstuit aarzelen ondernemers meer te investeren. Dat in veel gezinnen elke euro tweemaal wordt omgedraaid is begrijpelijk. Hoewel de prijzen stijgen, gaan lonen en salarissen van de meeste werknemers slechts mondjesmaat omhoog. De ambtenaren maken vrijwel pas op de plaats. De hoogte van de uitkeringen, uitgezonderd de AOW, is bevroren. Tevens verzwaart het kabinet dit jaar de belastingen en sociale premies voor gezinnen met bijna 3 miljard euro.

Het vertrouwen van de consumenten staat ook onder druk door aanhoudende berichten over bedrijfssaneringen en komende herzieningen van het stelsel van sociale zekerheid. Wie in de nabije toekomst werkloos of arbeidsongeschikt wordt, krijgt een soberder uitkering. De VUT gaat verdwijnen. Jongere werknemers moeten zelf extra sparen, willen zij straks nog vervroegd uit het arbeidsproces kunnen treden. Wat zij uit voorzorg voor later opzij leggen wordt niet in de winkel en de horeca uitgegeven.

De geringe steun voor het zittende kabinet valt te verklaren door de ravage in de huishoudportemonnee. Sinds het aantreden van Balkenende verloren doorsnee kostwinners met een bruto jaarloon van 30.000 euro (`modale werknemers') ruim twee procent koopkracht. De alleenstaande modale man levert in de periode 2003-2005 maar liefst 3,5 procent in. Het koopkrachtverlies voor de middengroepen (`dubbelmodale werknemers' met een brutosalaris van 60.000 euro) liep in deze jaren op tot 4 procent.

Het Centraal Planbureau maakt deze berekeningen voor gezinnen in een standaardsituatie. In werkelijkheid laat de koopkrachtverandering van werknemers en uitkeringsontvangers veel grotere uitschieters zien. Wie zijn baan verliest of met pensioen gaat, ziet zijn inkomen veelal met tientallen procenten kelderen. Anderen gaan er ook in deze magere jaren fors op vooruit, zoals werkzoekenden die een baan vinden, werknemers die promotie maken en succesvolle zelfstandige ondernemers. Alle huishoudens sámen gaan er dit jaar echter ruim 1 procent op achteruit, dat staat al vrijwel vast.

Volgend jaar gloort wat licht aan de horizon. Samen zouden gezinnen hun koopkracht mogelijk met een half procent zien verbeteren. Volgens voorlopige becijferingen van het Planbureau maken de middengroepen zelfs in één keer het koopkrachtverlies van de voorafgaande drie jaar goed. Zij gaan er 4,5 procent op vooruit, vooral door de invoering van de basisverzekering tegen ziektekosten. Met ingang van komend jaar verdwijnt het verschil tussen particulier en in het ziekenfonds verzekerden.

De nieuwe basisverzekering is gunstig voor mensen met kinderen die nu particulier zijn verzekerd. In het nieuwe stelsel betaalt de overheid de ziektekostenpremie voor de kinderen. De premie per volwassen verzekerde komt uit op iets meer dan 1100 euro per jaar. Wie geen dokter ziet, krijgt bovendien een no-claimkorting van 255 euro. Zo'n gezin is voortaan voor 1700 euro premie onder de pannen.

Dat scheelt vele honderden tot enkele duizenden euro's in vergelijking met de huidige premie voor de particuliere ziektekostenverzekering. Wel komt de doorgaans gebruikelijke tegemoetkoming van de werkgever in de ziektekosten te vervallen. In plaats daarvan gaan werkgevers voor de basisverzekering 6,25 procent van het loon van hun werknemers afdragen, met een maximum van bijna 1900 euro per jaar. Zelfstandigen betalen deze inkomensafhankelijke premie zelf, naast de vaste jaarpremie van 1100 euro. Lagere inkomens, die nu in het ziekenfonds zitten, gaan aanzienlijk meer betalen.

Om deze lastenstijging te compenseren krijgen ze aanspraak op een zorgtoeslag, een tegemoetkoming van de overheid die valt te vergelijken met de huursubsidie voor mensen met hoge woonlasten. Voor de nieuwe zorgtoeslag heeft het kabinet 2,3 miljard euro gereserveerd. Desondanks zitten de sociale minima ook volgend jaar in de min.

Dit scheve koopkrachtbeeld zal in september, wanneer de rijksbegroting voor 2006 wordt ingediend, het nodige stof doen opwaaien. Het kabinet zal nog wel proberen de koopkrachtplaatjes wat op te fleuren, maar veel geld is daarvoor niet beschikbaar. De nu verwachte bescheiden koopkrachtstijging van gemiddeld een half procent is bovendien nog onzeker. Zij is uitsluitend haalbaar als de economie het komend jaar met ten minste 2 á 2,5 procent groeit. Zo niet, dan wordt 2006 opnieuw een jaar met koopkrachtverlies voor de grote meerderheid van de gezinnen.

Dat is de ironie van de situatie: consumenten moeten hun euro's laten rollen om de economie wind in de zeilen te geven, maar zij houden het geld in de zak uit angst dat de windstilte voortduurt.