Veel improvisatie bij werk Demirel

Wars van intellectualisme, doorwrochte structuren en andere moeilijkdoenerij. Dat bleek het gemeenschappelijke kenmerk van de nieuwe composities die in Rotterdam werden uitgevoerd onder de noemer `Rotterdamse School'.

Van een echte `school' bleek nauwelijks sprake; daarvoor verschilden de werken inhoudelijk te sterk. Wel leken ze ontstaan vanuit dezelfde gedachte: ik componeer wat ik zélf wil, en wat ik zelf móói vind – het credo van jonge componisten die het conservatorium inmiddels achter zich hebben gelaten en vooral plezier in hun vak willen houden.

Het resulteerde in on-schoolse stukken, met ongegeneerd Romantische expressie, impressionistische sfeerschetsen en een tonale, melodieuze basis. En waarom ook niet?

Improvisatie speelde in twee werken een grote rol: Tree of Choices van Dimitar Bodurov (1979) en Cross-Linked van Evrim Demirel (1977). Bij Bodurov krijgt de saxofonist in kop en staart van het werk uitgebreid de ruimte om in een voorgeschreven modus te improviseren. Maar al het interessante gebeurt juist tússen deze improvisaties: een sfeervolle, filmische omlijsting van een krakerige opname waarop de opa van de componist is te horen, met minimalistische strijkers en een mechanisch ritme van elektronische ruisklanken en klikjes.

Ook bij Demirel is de improvisatie grotendeels streng gescheiden van de uitgeschreven passages. Alleen al instrumentaal: een jazzy trio van bas, slagwerk en piano overstemt hier volledig het strijkorkest, dat slechts af en toe een steekje mag uitdelen. Solist Oguz Büyükberber was, op basklarinet, een sensatie op zich, maar ook de componist, die zelf meespeelde op piano, bleek een soepele improvisator. De strijkers kwamen wél weer te pas in verstilde klanksfeertjes en het ritmisch felle, obsessieve gegeven waarmee de compositie opent. Juist met de combinatie van die componenten had Demirel echter veel verder mogen gaan.

Rocco Havelaar (1972) componeerde met zijn Romance een wel heel openlijke bekentenis tot de neo-neoromantiek. Het werk klinkt als een kruisbestuiving van het Adagietto uit Mahlers Vijfde symfonie en de trage non-ontwikkeling van Morton Feldman, waardoor het echter wat in het luchtledige blijft hangen.

Boordevol ideeën zit Langs de Randen van de Nacht van Patrick van Deurzen (1964). Als hij er een paar van had uitgekozen en die consequent had uitgewerkt, was zijn compositie waarschijnlijk sterker geworden. Van de hak op de tak kwamen echter toch prachtige momenten voorbij, met twinkelende belletjes als vallende sterren en zwoel zwijmelende violen con sordino. Sterk is ook de duistere mars, ritmisch geaccentueerd in de contrabas.

Als deze componisten een nieuwe generatie representeren, kan menig afgehaakte concertbezoeker worden gerustgesteld: nieuwe muziek wordt – in Rotterdam althans – weer makkelijk om naar te luisteren.

Concert: Aarre Ensemble Extended o.l.v. Jussi Jaatinen. Werken van Demirel, Van Deurzen, Bodurov en Havelaar. Gehoord: 17/5 Lantaren/Venster, Rotterdam.