Opgelucht

Op het bruggetje bij de vijver zie ik hem staan. Overvallen door verdriet. Eén hand voor zijn verfomfaaide gezicht. Hij heeft me niet gezien maar negeren en voorbijlopen lijkt zo harteloos. Wat doe je eigenlijk als je ziet dat een vage kennis lijdt?

Ik zoek naar een potentiële vluchtweg en kijk op mijn horloge. Tijd genoeg registreert mijn geweten. `Laat hem maar even', zou mijn moeder adviseren, maar schoorvoetend doe ik toch de eerste passen. Ik noem zijn naam. Verwilderd kijkt hij op. Zijn opgeblazen, betraande gezicht spreekt boekdelen als hij piept: ,,Stukje appel.'' In een reflex sla ik hem tussen de schouderbladen. Opgelucht. Allebei.

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik