Onderwijsraad maakt einde aan dubbele wachtlijsten

Gemeenten die leerlingen willen spreiden om zwarte of witte scholen tegen te gaan, moeten van de Onderwijsraad voortaan kijken naar de taalachterstand van kleuters.

Schooldirecteur H. Reitsma van de Rotterdamse basisschool De Pijler weet het even niet meer. De Onderwijsraad oordeelde gisteren dat hij zijn onorthodoxe aanpak om integratie op zijn school te bevorderen moet staken. De Pijler hanteert sinds 2002 voor kleuters die zich aanmelden voor zijn school een dubbele wachtlijst: één voor autochtone en één voor allochtone leerlingen.

Het ziet er naar uit dat dit binnenkort afgelopen is. Minister Van der Hoeven (onderwijs) vroeg de Onderwijsraad, het hoogste adviescollege, om advies over de dubbele wachtlijsten, vooral nadat deze praktijk in Rotterdam gemeengoed zou gaan worden door de enthousiaste onderwijswethouder L. Geluk.

Maar gisteren maakte de Onderwijsraad zijn advies bekend: spreiding van leerlingen op grond van etniciteit gaat in tegen de Grondwet en tegen internationale wet- en regelgeving. Wel mag Reitsma van de Onderwijsraad een lijst aanleggen van `achterstandsleerlingen' die bij hem aan de poort komen, zowel allochtone als autochtone.

Reitsma, die na de bekendmaking was uitgenodigd op het Rotterdamse stadhuis, noemde het advies van de Onderwijsraad de ,,tragiek van de goede bedoelingen''. De commissie voor Sociale Zaken en Onderwijs wilde van hem weten hoe hij de afgelopen jaren te werk is gegaan. Reitsma hanteerde een minimumquotum van 40 procent allochtonen, omdat zijn school, gelegen in een welgesteld deel van Rotterdam-Zuid, anders overwegend autochtoon zou zijn geworden. Het doel van zijn plan was niet om leer- of rekenachterstanden op te lossen, maar juist om de integratie te bevorderen. De school probeerde bij de leerlingen begrip te kweken voor elkaars cultuur. Hij kwam op de dubbele wachtlijsten omdat zijn verwitte school uit haar voegen barstte.

Maar Reitsma moet van de Onderwijsraad zijn dubbele wachtlijsten voortaan baseren op `achterstand' van kleuters, in de praktijk is dit taalachterstand. Hoe hij die in kaart kan brengen, weet hij niet. En daarin is hij niet de enige. De meeste onderwijskundigen zeggen dat een betrouwbare kleutertoets onmogelijk is. Ook scholenorganisaties, lerarenbonden en de Tweede Kamer hebben hun bedenkingen. De Kamer wees eind 2003 unaniem het plan van minister Van der Hoeven af om kleuters te testen. De coalitiepartijen CDA en D66 en de fracties van PvdA, SP en Christenunie vonden te toets te duur en bureaucratisch.

Directeur Reitsma onderschrijft dat. Het nieuwe plan zal hem alleen maar meer werk en tijd kosten, zei hij. ,,Een gemiste kans'' noemt Reitsma dat. Van de ouders had hij nooit een negatieve reactie gehad op de gescheiden lijsten. Reitsma: ,,Nederland zoekt vaker de grens van het betamelijke. Kijk naar ons drugsbeleid. Waarom kan dat bij dit dan niet? Het werkte toch?''

Op een steenworp afstand van het Rotterdamse stadhuis nam minister Van der Hoeven twee uur eerder het gewraakte advies Bakens voor spreiding en integratie van de Onderwijsraad in ontvangst. Zij beloofde snel haar plan over het vaststellen van taalachterstand naar buiten te brengen. De Rotterdamse wethouder Geluk noemde het ,,jammer'' dat de stad leerlingen niet meer mag spreiden op basis van hun etniciteit. Niettemin noemde hij de oplossing ,,een goed, werkbaar alternatief''. Geluk hoopt nu dat de minister gemeenten binnenkort een middel in handen geeft waarmee zij onwillige schoolbesturen kunnen dwingen om álle achterstandsleerlingen op te nemen.

Het onderzoeksbureau Sardes, dat de Onderwijsraad inschakelde voor zijn advies, schrijft in zijn rapport Spreiden is geen Kinderspel dat zeven procent van de gemeenten een soort spreidingsbeleid voert. Ze proberen via `zachte maatregelen' de keuze van ouders te beïnvloeden. Drie basisscholen, twee in Rotterdam en één in Utrecht, spreiden de leerlingen daadwerkelijk met dubbele wachtlijsten. In Ede en Tiel werden scholen door de Commissie Gelijke Behandeling teruggefloten, omdat zij allochtone kinderen aan het spreiden waren.

Het christelijk onderwijs liet weten niets te zien in dwang bij de spreiding van leerlingen. De praktijk heeft al uitgewezen dat ouders toch hun eigen keuze maken, vindt de Besturenraad, de vereniging van het christelijk onderwijs. Ook de Onderwijsbond CNV vindt het zinloos een witte school te dwingen achterstandsleerlingen op te nemen.

De openbare scholen, verenigd in VOS/ABB, vinden het juist jammer dat Rotterdam niet kan doorgaan met dubbele wachtlijsten. De Onderwijsraad had de minister moeten adviseren spreiding op afkomst juist in de wet vast te leggen. ,,In de praktijk is dit per slot van rekening waar het om draait'', schrijft VOS/ABB in een verklaring.

Maar voor het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) gaan dubbele wachtlijsten te ver. Zelfs het spreiden van leerlingen met een taal- of leerachterstand blijft een vorm van rassendiscriminatie, zei het bureau in een reactie.

Professor B. Vermeulen, die het advies van de Onderwijsraad had voorbereid, zei dat selectie op grond van taalachterstand wel een indirect onderscheid zou kunnen maken op grond van afkomst. Om te ervaren hoe dit in de praktijk werkt, moet je het wel een keer doen, betoogde hij.