Mensenrechtencomité tegen spreidingsbeleid, ook naar taalachterstand

Vergaande vormen van spreidingsbeleid zijn in strijd met de Nederlandse en internationale regels over gelijke behandeling.

Dat zegt het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), de belangrijkste nationale organisatie inzake mensenrechten. Het NJCM is in 1974 opgericht als Nederlandse sectie van de International Commission of Jurists (ICJ) en heeft een adviserende rol bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, bij de UNESCO en de Raad van Europa.

Het NJCM stelt dat het Nederlandse spreidingsbeleid in sommige gevallen een ongelijke behandeling oplevert en allochtonen indirect benadeelt. Het comité baseert zich op een brief die minister Van der Hoeven op 23 april 2004 naar de Tweede Kamer stuurde, waarin zij aandacht besteedt aan de integratieproblemen in het onderwijs. Daarin stelt zij voor om alle achterstandsleerlingen, allochtoon en autochtoon, in het basisonderwijs te spreiden. Dergelijke maatregelen zijn gisteren door de Onderwijsraad geadviseerd.

Maar het NJCM zegt dat die voorstellen de fundamentele grondrechten van burgers raken, omdat het gelijkheidsbeginsel in het geding is. Hoewel het voorgenomen spreidingsbeleid niet is gebaseerd op etnische kenmerken, kan het indirect wel allochtone leerlingen benadelen in hun keuzevrijheid, schrijft het comité, aangezien een ,,onevenredig groot aandeel achterstandsleerlingen van allochtone afkomst is''.