ID-plicht voor vreemdeling werkt niet

Ooit liet ik mij tegenover een Senegalese vriend ontvallen dat ik nooit een rijbewijs bij me had. ,,Je wordt toch nooit gecontroleerd'', zei ik. ,,Nee, jij misschien niet. Maar ik kan me dat niet permitteren'', was zijn reactie.

Nadat het in vroeger jaren nooit was gelukt een algemene identificatieplicht van burgers in de wet opgenomen te krijgen, is dit intussen wel zo, ook al spreekt de desbetreffende wet over de `uitgebreide' identificatieplicht. Deze ontwikkeling kan niet los worden gezien van terreur en terreurdreigingen. Ook de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) laat zich niet onbetuigd en heeft inmiddels een `terrorisme unit' opgericht. Het zijn immers uitheemse krachten aan wie dit soort dreigingen worden toegeschreven.

Wat vreemdelingen betreft verdienen twee aspecten van de sinds 1januari jl. voor eenieder geldende identificatieplicht bijzondere aandacht.

De nieuwe wet geeft allereerst de politie (en andere autoriteiten belast met de uitvoering van allerlei wetten, de zogeheten `toezichthouders') ruimere bevoegdheden om de identiteit van personen te controleren. Het wettelijke criterium luidt: ,,voorzover nodig voor een redelijke taakuitoefening''.

Omdat de vrees bestaat dat zo'n ruime bevoegdheid tot willekeur zal leiden en dat mensen met een `buitenlands uiterlijk' eerder zullen worden onderworpen aan identiteitscontroles dan Hollandse `kaaskoppen', heeft minister Donner (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer een evaluatierrapport toegezegd over de uitvoering van de nieuwe regels in de praktijk. De resultaten van dit onderzoek zullen begin 2009 aan de Kamer worden aangeboden. Het is geruststellend dat de minister de tijd neemt om mogelijke discriminatie van allochtonen bij identiteitscontroles grondig te onderzoeken.

Een ander aspect dat bijzondere aandacht verdient is het probleem dat vreemdelingen bij controle dikwijls geen document kunnen tonen ter vaststelling van hun identiteit. Ter herinnering: de identiteitsdocumenten die Nederlanders volgens de WID (Wet op de identificatieplicht) op zak moeten hebben zijn: een paspoort, een identiteitskaart of – in sommige gevallen – een rijbewijs. De vreemdeling zal echter op grond van die WID behalve zijn paspoort ook een verblijfsvergunning moeten kunnen tonen in de vorm van een verblijfsdocument of -pasje, dan wel een aantekening (sticker) in zijn paspoort waaruit blijkt dat het hem is toegestaan in Nederland te verblijven in afwachting van een beslissing op zijn aanvraag of gedurende een procedure. Deze eisen gelden niet voor EU-onderdanen. Zij zijn met Nederlanders gelijkgesteld. Asielzoekers dienen te worden voorzien van een `W-document.'

De pasjes worden echter niet, dan wel met grote vertraging, door de IND aangemaakt. En de buitenlander die met een mvv (machtiging tot voorlopig verblijf) in Nederland is aangekomen, waarmee zijn toelating in feite al akkoord is, moet vanwege de organisatorische wanorde bij de IND ruim een half jaar wachten voordat hem een verblijfsvergunning is verleend. In de tussentijd dient in zijn paspoort de genoemde sticker te zijn aangebracht. Het kan echter maanden duren voordat dit gebeurt.

Bij aanvragen om verlenging van de verblijfsvergunning doen zich vergelijkbare problemen voor. En als de vreemdeling dan ten slotte bericht krijgt dat zijn aanvraag is ingewilligd, kan hij weer tot sint-juttemis wachten voordat het bijbehorende pasje wordt afgegeven.

Om aan dit laatste euvel het hoofd te bieden, heeft de IND met het oog op de verplichtingen op grond van de WID een surrogaatdocument ontwikkeld: een brief waarin staat dat de betrokkene rechtmatig verblijf heeft in Nederland zolang hij nog geen pasje heeft. Maar meestal wordt verzuimd de brief mee te sturen met de inwilligende beschikking. Bovendien is het kinderlijk eenvoudig om van de brief waarvan het model op de internetsite van de IND (www.ind.nl) is te vinden, valselijk gebruik te maken.

De treurige conclusie moet luiden dat veel vreemdelingen zich als gevolg van een disfunctionerende overheid niet kunnen legitimeren en dat diezelfde overheid niet is staat is vreemdelingentoezicht uit te oefenen, omdat het illegale kaf vaak niet van het legale koren valt te scheiden.

Michiel Tjebbes is advocaat bij Everaert Advocaten Amsterdam.

niet van legaal koren te scheiden