Houd kerkgebouwen in ere, sloop ze niet

Ontkerkelijking, leegstand, te duur in het onderhoud: allemaal redenen om kerken te slopen. Maar kerken weerspiegelen de wortels van onze beschaving en verdienen daarom een beter lot, meent Rob Wolters.

Kerken zijn niet alleen maar gebouwen die horen bij een verdwijnend geloofsleven. Ze zijn ook monumenten van Europese beschaving en geschiedenis. Maar voor die notie moet je niet in Nederland zijn, waar per jaar tientallen kerken verdwijnen. Omdat ze als gevolg van de ontkerkelijking leegstaan en het onderhoud te duur is, omdat het beter is een kerk te slopen en de grond te verkopen dan om voor veel geld een lege huls te handhaven, omdat gezegd wordt: ,,God zit in de mens, niet in gebouwen'' en we investeren ons geld liever in mensen.

Mijn reizen door Europa geven me een heel ander beeld. Neem Boedapest waar de bedevaartskerk Máriaremete staat. ,,Wij beschermen onze kerken, want ze beschermen ons. We hebben niet veel geld, maar kerken zijn de bakens van onze beschaving. Wij zijn onderdrukt geweest door het Ottomaanse rijk, door communisten, door allerlei overheersers en de kerken zijn ons alleen ontnomen wanneer machthebbers ons hun geloof of systeem wilden opleggen. Of door oorlog en brand. We zijn trots op onze kerken. Het is ondenkbaar dat we ze zelf zouden slopen'', aldus de Hongaar die mij de kerk liet zien.

Terwijl we bij de kerk stonden, kwam iemand aanwandelen die de laatste Hongaarse president onder het communistisch systeem bleek te zijn. Hij zei trots dat Máriaremete een van de mooiste kerken in Hongarije was, en dat hij hier vaak kwam. Nota bene: een vooraanstaand man, die een katholieke kerk bewierookt in plaats van het geloof opium van het volk te noemen.

Neem Kiev in Oekraïne, waar de orthodoxe kerken van de Pechery Lavra als voorboden van de hemel het stadssilhouet bepalen en glimmend tussen de armoe staan. Of Bulgarije, waar de kerken en de kloosters, zoals Rilski Manasti, een wezenlijk onderdeel zijn van de nationale trots. En Moskou, waar zelfs in de sovjettijd de sprookjesachtige kathedralen in en rond het Kremlin hun identiteit en trots bleven uitstralen en gelovigen in lange rijen voor de deur stonden, ondanks de communistische onderdrukking.

Toen ik kort na de Balkanoorlog door de gehavende Balkanregio reed, waren het opnieuw de kerken die als bakens van hoop in het landschap stonden. Soms geknakt, soms in puin. Maar op de ramen van de vervallen grensovergang van Kroatië naar Servië hingen posters van de paus die dit gebied had bezocht. De geweren van de grimmige grenspolitie staken er schril bij af. Het was bijna aandoenlijk. In Noord-Spanje, waar dorpen letterlijk verlaten in het landschap lagen, waren de vele kleine kerken relatief goed onderhouden, en werden ze druk bezocht.

De reiziger heeft weinig houvast op zijn of haar reis. Het houvast dát hij heeft, zijn niet alleen de wegenkaarten en tal van borden, maar vooral de fysieke uitingen van spiritualiteit. Dat gevoel van houvast is van alle tijden. Zo schreef de kerkvoogd van de hervormde kerk van Borculo, H.W. Heuvel, in 1925: ,,Mij heeft altijd dit verschijnsel ontroerd: waar men komt in ons vaderland, in iedere stad en in het kleinste dorp, daar rijzen de torens omhoog. En als men zich in den vreemde begeeft, ook daar. IJlt men in den spoortrein over de vlakten, heinde en ver steken de kerkspitsen omhoog en is men in het bergland, dan groet ons een vriendelijk kerkje uit ieder vredig dal. Wie naar andere werelddelen trekt, vindt weer overal de kerken en waar die niet zijn, een kruis aan den weg, een offersteen in het woud, een heilige boom, een gewijde bron.''

Waarom is dat niet meer zo? Waar is ons historische gevoel gebleven voor het werk en het gezwoeg van onze voorouders, die – stukken minder rijk dan wij – de mooiste kerken en kathedralen wisten te bouwen en in stand te houden? Waarom staan we toe dat in nog geen 50 jaar het werk van eeuwen wordt weggewist en dat overheden bezuinigen op de toch al spaarzame budgetten die restauratiewerkzaamheden mogelijk maken? Kerkelijke leiders verheffen soms wel hun stem tegen de sloop van kerkgebouwen, maar leggen zich meestal snel neer bij de `noodzaak' ervan, ook uit angst voor wat anders aan ontwijdends met het kerkgebouw zou kunnen gebeuren. Hun belangrijkste argument is dat met de sloop van de ene kerk de andere in stand kan worden gehouden. Maar de sloop van kerken in dorpen levert gewoonweg te weinig op om via sloop van een kerk een andere in stand te houden. Dus zullen de kerken uit de dorpen verdwijnen met dit beleid; één voor éen.

Ondanks de bovengenoede redenen – ontkerkelijking, leegstand, te duur in het onderhoud – zijn er goede redenen om kerken in stand te houden. Maar dat zijn andersoortige redenen, redenen van het hart, niet primair van het hoofd. Kerken weerspiegelen immers de wortels van onze beschaving – althans dat zouden ze moeten doen – en ze vertegenwoordigen een grote emotionele waarde voor gemeenschappen, vooral in dorpen. Waar kerken worden gesloopt, verdwijnt de ziel uit een gebied en daarmee een deel van de identiteit. De komende jaren zullen nog veel kerken overbodig worden, naar verwachting tussen de 500 en de 1000, ook in de zogenaamde kerkdorpen.

In Nederland is de instandhouding van kerken gereduceerd tot een technisch en financieel probleem van de kerkgemeenschappen. Alsof kerken niet ook een onderdeel zijn van onze geschiedenis.

De aandacht voor spiritualiteit neemt weer toe in Nederland. Geloofsbeleving op maat, geloofsbelijdenis op maat; dat is de trend in de geïndividualiseerde samenleving. De maatschappij verandert sterk, de 24-uurs-economie is een realiteit. Geloof is niet passé, kerken zijn niet uit, maar de structuur van de geloofsbeleving is niet meer toegesneden op de realiteit van deze tijd. De geloofsgemeenschappen en hun leiders, katholiek of protestant, leven nog te veel in de 20ste, soms zelfs in de 19de eeuw. Veel mensen in de 21ste eeuw willen niet vastzitten aan erediensten van `10 tot 11'. Hoe vaak ben ik niet in Nederland voor een dichte kerkdeur terechtgekomen? Waarom zijn onze kerken zo weinig uitnodigend? In veel armere (Oost-) Europese landen voel je je welkom als je een kerk betreedt, hier bepaald niet.

De samenleving vraagt om geloofs- en kerkbeleving op maat. Een kerk die warmte uitstraalt, ruim toegankelijk is, en inspireert. Dus pastoors en dominees van Nederland: gooi de kerkdeuren open, verlaag de drempels (en neem eventuele diefstallen op de koop toe; de kerk is geen marktplaats van eigendommen, maar een marktplaats van de ziel). Maak van kerken weer ontmoetingsplaatsen, van mens tot mens, van mens tot God. Zelfs niet-gelovigen zullen dan vaker in deze gewijde omgeving worden aangetroffen.

Laten we ook maximaal inzetten op passende herbestemming of medegebruik in plaats van op sloop. Want weg is weg. Zo'n 60 procent krijgt momenteel geen nieuwe bestemming. Kerkleiders moeten de moed vinden om over hun bezwaren heen te stappen, het is maar in een beperkt aantal gevallen misgegaan.

En overheden van Nederland: durf uw nek uit te stekken en maak een deltaplan voor het behoud van kerken. Van de circa 7.000 kerkgebouwen in Nederland zijn er ongeveer 4.000 rijksmonument, provinciaal monument of gemeentelijk monument. De lasten worden steeds meer bij kerkgemeenschappen gelegd. Het zijn echter niet hún kerken en hún probleem, maar ónze kerken en óns erfgoed. Laat het bedrijfsleven over de brug komen met sponsoring.

Is `geloof, hoop en liefde' ons minder waard dan droge voeten tegen rijzend water? We zijn rijk, maar het wordt tijd weer rijk van geest te worden.

Drs. A.R. Wolters is algemeen directeur van het ECNC-European Centre for Nature Conservation en tevens directeur van het Europese Huis voor Duurzaamheid in Tilburg.