Grut in de prut

Landschap Noord-Holland luidt de noodklok. Want het kwetsbare, kostbare Balgzand, de grote wadplaat tussen Texel en Den Oever, wordt bedreigd.

Maandag zag hij nog een griel. ,,Op het schor, bij Paal 5'', vertelt vogelaar Ben Schrieken op de dijk bij Den Helder. ,,Hij scharrelde hier langs de dijk. Onze vogelwachter zag hem als eerste – in het broedseizoen heb je altijd snoodaards die een eitje willen scoren en daarom hebben we dan bewaking. Ongelooflijk, zo'n zeldzaam, schuw beest! Dit is pas de tweede waarneming hier in de Noordkop.''

Tot vlak na de oorlog zag Ben Schrieken (66) nog grielen broeden in de duinen bij Schoorl. Een grote, plompe steltloper, zandbruin, met prachtige grote gele ogen en een dikke kop, liefhebber van kale, enigszins vervallen landjes. ,,Het zijn van die sluiperds, net reptielen. Waarom ze verdwenen zijn is niet helemaal duidelijk. Misschien is het te druk geworden – ze hebben veel rust en ruimte nodig.''

Vanaf de dijk bezien ligt het Balgzand, de grote wadplaat tussen Texel en Den Oever, er idyllisch bij. Het miegelt hier van de wadvogels. Dicht bij de dijk zie je donkere rotganzen, kleurige bergeenden en een kakofonie van duizenden nestelende kapmeeuwen die elkaar het beste plekje in de broedkolonie op het schor betwisten. Er scheren visdiefjes en sterntjes rond, er zijn stormmeeuwen en zilvermeeuwen en verder weg, langs de vloedlijn, in de grijze ochtendmist, wroeten kluten en scholeksters in de prut. Binnenkort zullen de rosse grutto's bij duizenden arriveren. Op hoogtijdagen in augustus zitten hier misschien wel 500.000 vogels op een kluitje.

Het uitzicht aan de andere kant van de dijk is niet minder spectaculair. Pal achter de dijk heeft de Helderse offshore-industrie zich uitgeleefd in een ondoorgrondelijk netwerk van gas- en oliebuizen, pijpen en kranen. Er zit een gasverdeelstation en een rioolzuiveringsinstallatie, er is een grote marinehaven. Hier ligt ook de aanvliegroute van vliegveld De Kooy met zijn reeksen felle lampen. En toen Den Haag besloot dat elke provincie voortaan zijn eigen bagger moest verwerken, kon de baggeropslag hier mooi in het zuidelijkste puntje van de polder worden ingepast. ,,Na tien jaar zou dat stuk teruggegeven worden aan de natuur'', onderstreept Ben Schrieken, die twintig jaar in de gemeenteraad van Den Helder zat. ,,Die tien jaar zijn allang om, hoor. Laten ze dat slib maar naar het industrieterrein verhuizen.''

Samen met zijn vrienden Jaap Booy en Meindert Otter heeft Schrieken zich jarenlang ingezet om het Balgzand tegen de `oprukkende mensheid' te beschermen. ,,Dit is in de eerste plaats een natuurgebied. Bij hoogwater moeten die wadvogels toch ergens naar toe? Dan zitten ze hier met zijn allen op het schor, of achter de waddendijk, maar daar is haast nergens meer plek.''

Bij de dijkverzwaring in 1982 werd een heel stuk van de schorren afgepakt. Schrieken: ,,Eerst kwamen we in opstand, en daarna hebben we met een heleboel vogelaars dammetjes van rijshout gemaakt, zodat er een nieuw schor zou opslibben. Toen kregen we voor het eerst het benul dat je dingen voor de natuur kunt doen, in plaats van alleen maar overal tegen te hoop te lopen. Rijkswaterstaat was enthousiast. Met het zand dat overbleef bij de dijkaanleg is een soort kunstschor opgeworpen, dat vanzelf weer mooi is opgeslibd.'' Voor de alikruiken, kleine schelpdiertjes, die na de dijkverzwaring vrijwel waren verdwenen, hebben de Rangers van het Wereld Natuur Fonds nieuwe stenen muurtjes opgemetseld op het wad. De alikruik heeft het gered.

Maar hoe lang nog? Landschap Noord-Holland luidt nu de noodklok. Want het kwetsbare, kostbare Balgzand wordt links en rechts bedreigd. In Den Helder heerst malaise wegens inkrimping van de marine. Elk economisch alternatief krijgt luid applaus en langs het Balgzand is ruimte zat. Voor nieuwe industrie, een nieuwe botenhelling, een nieuw gemaal en een ruimere veerhaven voor de boten naar Texel. Verder wil men een nieuw, openbaar fietspad langs de dijk naar Wieringen, wat in het nu nog gesloten vogelbroedterrein veel verstoring zou geven. Sterk verstorend zijn ook de steeds maar toenemende vliegbewegingen van vliegveld De Kooy die jaar in jaar uit de normen overschrijden. Natuurbeschermers tekenen elk jaar protest aan en worden dan door de rechter steeds met terugwerkende kracht in het gelijk gesteld, maar daar schieten de vogels niks mee op.

Goed nieuws is dat de industriële kokkelvisserij op het wad nu eindelijk gestaakt is. Door de jaren heen zal het voedselaanbod voor de vogels zich langzaam maar zeker herstellen. Intussen gaan de kokkelvissers de miljoenensommen waarmee ze zijn uitgekocht investeren in nieuwe, grotere schepen om daarmee de Banc d'Arguin, het waddengebied voor de kust van Mauretanië, waar `onze' wadvogels overwinteren, nog intensiever leeg te vissen. Zo raak je als wadvogel van de regen in de drup.

Mee op excursie naar het Balgzand? Bel Landschap Noord-Holland, 0251-362762.