Griepexperts waarschuwen voor vogelgriep

De kans op een wereldwijde vogelgriepuitbraak neemt toe. Het lijkt erop dat het virus van mens op mens overspringt.

Het vogelgriepvirus dat al twee jaar in Zuidoost-Azië onder pluimvee woedt en soms ook mensen ziek maakt, is de afgelopen maanden van karakter veranderd. Het lijkt er op dat het virus makkelijker van mens op mens overspringt, waardoor de kans op een wereldwijde griepuitbraak stijgt. Deskundigen van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, maken zich zorgen.

Dat staat in een WHO-verslag van een overleg van vogelgriepdeskundigen in Manilla, in de tweede week van mei. Eind april reisden griepdeskundigen van de WHO door Vietnam om de situatie in ogenschouw te nemen. Wat ze daar zagen was een reden voor vervolgbijeenkomsten, waaronder die in Manilla. Tot nu toe zijn officieel bijna 100 mensen ziek geworden door het vogelgriepvirus en zijn er 52 overleden.

De WHO raadt aan om overal ter wereld de draaiboeken voor een griepuitbraak zo snel mogelijk af te ronden. Veel landen leggen voorraden medicijnen tegen influenza aan. Nederland heeft besloten de voorraad grieppremmers uit te breiden. De WHO vindt ook dat er oefeningen moeten worden gehouden om medici, politiek en politie adequaat op plotselinge uitbraken te laten reageren.

,,Met de nodige slagen om de arm is er wel reden voor grotere zorg,'' zegt virologiehoogleraar dr. Ab Osterhaus van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Hij was begin deze maand in Vietnam voor overleg over de vogelgriep. Zijn lab is expertisecentrum van de WHO, analyseert monsters uit Vietnam en werkt mee aan vaccinontwikkeling.

Reden voor de zorg is dat de besmettingen van mensen met het vogelgriepvirus in het noorden van Vietnam van karakter veranderen. De zieke patiënten komen vaker in clusters voor. Ze zijn bijvoorbeeld familie van elkaar. In het noorden van het land hebben epidemiologen in 2005 tot nu toe acht ziekteclusters gezien. Elders in Vietnam waren dat er twee. En het hele vorige jaar waren ziekteclusters nog een zeldzaamheid. Het is waarschijnlijk dat binnen die clusters mensen elkaar besmetten. Daarin verschilt de situatie in het noorden van Vietnam met de ziektegevallen in de rest van Vietnam en in Thailand.

Het virus in het noorden van Vietnam lijkt nu ook mensen van uiteenlopende leeftijden te besmetten. Vorig jaar waren vooral jongeren onder de 20 slachtoffer. De sterfte aan het virus daalt ook duidelijk. In het zuiden van Vietnam, in Cambodja en Thailand sterft meer dan 70 procent van de mensen bij wie een besmetting met het H5N1-influenzavirus is vastgesteld. In het noorden is dat gedaald naar ruim 30 procent. Ook zijn er mensen besmet die helemaal niet ziek werden. Bij hen zijn afweerstoffen tegen het virus in het bloed aangetroffen. Het gaat om mensen die nauw contact met patiënten hebben gehad. Deze infecties zonder ziek te worden zijn overigens wel eerder gezien: bij Japanners die zieke kippen hebben geruimd en bij de verzorgers van tijgers met vogelgriep in een dierentuin in Thailand.

Dat zijn allemaal sterke aanwijzingen, maar er blijft onzekerheid, aldus Osterhaus, ,,omdat er eigenlijk maar weinig virus uit het gebied in Noord-Vietnam is geïsoleerd. Je kunt dan bijvoorbeeld niet met absolute zekerheid zeggen dat de mensen in de clusters elkaar hebben besmet, en dat ze niet door dezelfde bron – ziek pluimvee – zijn geïnfecteerd. Er zijn gegevens van slechts 100 mensen. Binnen sommige clusters heeft heel waarschijnlijk besmetting van mens op mens plaatsgevonden. Maar zolang één persoon minder dan één ander ziek maakt, ontstaat er geen grote epidemie. Hoe langer de besmettingen duren, hoe groter is natuurlijk de kans dat het virus zich uiteindelijk aan de mens aanpast en dat er wel zo'n uitbraak ontstaat.'' Er zijn twee manieren waarop een influenzavirus zich kan aanpassen: door langzame verandering van een vogelgriepvirus in een mensengriepvirus – wat nu wellicht bezig is – en door een snelle vermenging van een mensengriepvirus en een vogelgriepvirus die gelijktijdig één persoon infecteren.

Het veranderende ziektepatroon is ook terug te zien in de genetische eigenschappen van het virus, concluderen de WHO-experts. In 2004 waren de virussen die in heel Zuidoost-Azië werden geanalyseerd nog in te delen in twee stammen, waarbinnen een beperkte genetische variatie optrad. Maar in het noorden van Vietnam en in Thailand hebben de virussen nu veel meer genetische variatie. Het lijkt er op dat er een aparte virusstam aan het ontstaan is.