Geert Mak kan zijn ongelijk niet toegeven

Dankzij Geert Mak weet ik nu dat Geert Mak ongelijk heeft.

In Opinie & Debat van 14 mei schreef hij opnieuw dat het filmpje `Submission 1' van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh overeenkomsten vertoont met de antisemitische nazi-propagandafilm `Der Ewige Jude' uit 1940 van Joseph Goebbels. Hij herhaalde wat hij eerder in zijn pamflet `Gedoemd tot kwetsbaarheid' zo had omschreven: ,,Zonder dat de makers [van `Submission 1'] dat waarschijnlijk beseften, hanteerden ze, bijvoorbeeld, hetzelfde schema dat Joseph Goebbels in 1940 toepaste in zijn beruchte film `Der Ewige Jude': het tonen van weerzinwekkende beelden van het jodendom met daarnaast in dit geval ook nog eens gefingeerde citaten uit de talmoed. Met de excessen van een handvol figuren kunnen zo in één klap alle aanhangers van een religie te kijk worden gezet. Het is en blijft een simpele en zeer effectieve propagandatruc.''

Nee, hij had niet bedoeld dat Hirsi Ali en Van Gogh gelijk waren aan Goebbels, en ook niet dat hun filmpje op Goebbels' film leek. Hij had het alleen maar gehad over wat hij nu noemde ,,een narratief procédé'', een `vormschema' in `Submission 1', dat hem deed denken aan Goebbels' film – althans twee scènes daaruit, preciseerde hij nu. Welke twee scènes precies zei hij er niet bij. Dat is jammer.

Want dankzij Geert Mak heb ik `Der Ewige Jude' kortgeleden bekeken. Dat was niet moeilijk. Eveneens nieuwsgierig Nederlanders, die handiger zijn op internet dan ik, hebben al snel links gemaakt naar de film. Zodoende heb ik grote delen van een Britse nagesynchroniseerde versie gezien.

Dat was onthullend. Goebbels' film heeft de vorm van een lange documentaire (70 minuten), met onder meer beelden uit arme Poolse getto's, handelende joden op straat, geld tellende joden: allemaal nadrukkelijk in een documentaire of quasi-documentaire stijl gefilmd.

Een opgewonden nieuwslezer debiteert bij die beelden steeds belachelijk ronkende antisemitische teksten – dat joden op geld belust zijn, de kunst bederven, dat ze onze gezonde liefdesdriften perverteren met blootbladen, met nepwetenschap de wereld bedotten (Der Relativitätsjude Albert Einstein), dat ze geen liefde voor dieren kennen zoals de Germaanse Ariërs (filmpje joodse rituele slachting van koe). Kortom, aldus de hysterische nieuwslezer: van de joden deugt helemaal niets, het zijn parasieten, ratten (filmpje van ratten) etc. etc. Ook het nationaal-socialistisch staatshoofd A. Hitler komt in beeld, met een redevoering waarin hij voorspelt dat als de op geld beluste joden een nieuwe oorlog uitlokken, hij niet de overwinning, maar de totale vernietiging van het jodendom voorziet.

Op de website van www.holocaust-history.org is het allemaal na te lezen en te bekijken, want daar staan naast goede artikelen ook webpagina's met scènefoto's, scripttekst en uitleg, zodat je een redelijk beeld kan krijgen van `Der Ewige Jude'.

Waar het me hier om gaat, is dat bij nadere beschouwing het `narratief procédé' of `schema' of `vormschema' van `Der Ewige Jude' helemaal niet ,,het koppelen van excessen aan heilige teksten'' is, zoals Mak zaterdag beweerde.

Alles wat de joden doen is fout in deze film: of ze nu een broodje in hun arme gettowoning eten, of ze nu geld tellen na een handeltje, of ze nu de relativiteitstheorie verzinnen, of naar de synagoge gaan en de talmoed lezen – niets deugt. Met `excessen' heeft dat niets van doen. Het hier gehanteerde schema bestaat uit de tegenstelling: zij, de joden, zijn in alles fout, wij de ariërs, zijn in alles goed.

Je zou kunnen zeggen dat `Der Ewige Jude' een horizontaal, van mens-tot-mens schema heeft: het hele verhaal dat als feitenrelaas in een zogenaamd zakelijke documentaire filmstijl wordt opgedist, is bedoeld om de (Duitse) medemens ervan te overtuigen dat een andere medemens (de jood) niet deugt.

Eigenlijk deugt het zelfs niet dat joden ademen, lijkt de film te willen zeggen. En dat klopt, want de Deense filmgeleerde Stig Hornshøj-Møller, die de film 25 jaar bestudeerde, heeft vastgesteld dat Goebbels en Hitler, die samen grote bemoeienis met `Der Ewige Jude' hadden, de propagandadocumentaire duidelijke bedoeld hebben als middel om de geesten rijp te maken voor de vernietiging van de joden. (Zie Hornshøj-Møllers artikelen op www.holocaust-history.org en diens boek Der Ewige Jude, Quellenkritische Analyse eines antisemitischen Propagandafilms, Göttingen, 1995)

Anders dan Mak kan ik in `Der Ewige Jude' geen overeenkomst vinden met de vorm (of het vormschema of het narratief procédé) van `Submission 1'. Vanaf de eerste beelden van Hirsi Ali's gefilmde pamflet is duidelijk dat het in dit 11minuten durende filmpje om een persoonlijke visie gaat, kritiek op een maatschappelijk verschijnsel in de vorm van een toneelstukje, zo je wilt. We zien geen echte mishandelde vrouwen, maar vrouwen die mishandelde vrouwen spelen. De teksten die deze vrouwelijke personages uitspreken zijn geen stellige beweringen van een op hol geslagen racistische nieuwslezer, maar hebben de vorm van een poging tot dialoog met de allerhoogste. Zij stellen vragen. Zij stellen kritische vragen aan God, over hun leven, over hun lot, over de heilige tekst die misbruikt wordt om hen te mishandelen.

Dat is het `vormschema' in `Submission 1': een poging tot een dialoog met God. Het is een verticaal schema: een vertwijfeld individu zoekt contact met God, met Allah.

Doel van deze film en van het `narratief procédé' is niet een medemens ervan te overtuigen dat een andere medemens niet deugt, zoals bij `Der Ewige Jude', nee, het doel van het verhaalschema is individuen kritisch te laten nadenken over God. Het is een poging om aan te zetten tot persoonlijke religiekritiek. Niet om hele volksstammen van iets te beschuldigen.

Geert Mak heeft ongelijk met zijn stelling over de vormovereenkomst tussen `Submission 1' en `Der Ewige Jude'. Hij kan het alleen niet toegeven.

Paul Steenhuis is redacteur van NRC Handelsblad.