Europeanen zijn gematigd liberaal

Europeanen staan in meerderheid positief tegenover de liberale markteconomie, mits deze gepaard gaat met goede sociale voorzieningen als een minimuminkomen en toegankelijke publieke voorzieningen.

Ook op sociaal-cultureel gebied staan Europeanen over het algemeen een liberale houding voor ten opzichte van onderwerpen als homoseksualiteit en abortus.

Dat blijkt uit een peiling onder 10.000 mensen, afkomstig uit tien EU-lidstaten die samen ruim tachtig procent van de bevolking van de Europese Unie vertegenwoordigen. Het onderzoek is gehouden door het wereldwijde marketingnetwerk Euro RSCG dat – aanvankelijk voor eigen, commercieel gebruik – wilde weten of `de gemiddelde Europeaan bestaat'.

De resultaten worden nu door het bureau bekendgemaakt omdat zij een ,,correctie'' vormen op het ,,door emoties geregeerde'' publieke debat over de Europese Grondwet, aldus Euro RSCG-directeur F. Moolhuijsen. Want wat blijkt: de gemiddelde Europeaan bestaat, in die zin dat ,,de verschillen tussen de landen helemaal niet groot zijn''. En bovendien zitten juist Nederlanders met hun gematigd liberale opvattingen het dichtst bij de gemiddelde Europese waarden. ,,Als je Nederlanders vraagt hoe ze denken, zijn ze het meer eens met Europa en de Grondwet dan ze denken.''

Toch kan volgens het onderzoeksbureau wel worden verklaard dat de Grondwet in het publieke debat op scepsis stuit. Want uit de peiling blijkt ook dat zestig procent van de Nederlanders juist denkt veraf te staan van de waarden in andere landen. Dat is een van de hoogste scores in Europa. Volgens Moolhuijsen komt dat doordat de overheid ,,verzuimt uit te leggen waartoe de Europese Unie op aarde is. Want burgers zijn het juist eens met de waarden die in de Grondwet zijn verwoord.''

De landen die meer dan Nederland afwijken van de gemiddelde opvattingen zijn volgens het onderzoek Polen, Portugal en Finland. Ook in Frankrijk wordt over sommige onderwerpen afwijkend gedacht. Zo vindt 53 procent van de Europeanen dat immigratie moet worden beperkt, terwijl Fransen daarover liberaler zijn. Bij economische vraagstukken hebben zij een minder liberale houding. Zo geven de Fransen meer steun aan het minimuminkomen (79 tegen 63 procent) en minder aan het principe van concurrentie: 64 procent tegenover 73.