Desegregatie onderwijs

Segregatie tussen autochtone en allochtone scholen is in de grote steden een hardnekkig probleem waar niemand een oplossing voor weet, ook de Onderwijsraad niet. In een nieuw advies heeft de Raad taalontwikkeling in plaats van etnische afkomst als criterium genomen voor achterstand van leerlingen. Theoretisch is taalachterstand een scherpere en eerlijker maatstaf dan etnische afkomst. Er komen steeds meer goedopgeleide allochtonen en er zijn ook veel autochtone kinderen die taalachterstand hebben. Maar hoe wordt die taalachterstand gemeten? FRÖbelende kleuters zijn moeilijker te testen dan basisscholieren die gewoon les krijgen en worden overhoord. Zo'n nieuw `taalachterstands-desegregatieplan' met kleutertoetsen dreigt onvermoede consequenties te hebben voor leerkrachten en schoolbesturen, die toch al overladen zijn met de gevolgen van snel wisselende beleidsmodes, die ten koste gaan van het onderwijs waar het uiteindelijk om gaat.

Onderwijssegregatie wordt niet veroorzaakt door de onwil van schoolbesturen en ouders, maar door de concentratie van arme, ongeschoolde immigranten in de grote steden. Na volledige desegregatie van Amsterdamse en Rotterdamse scholen zouden er uitsluitend overwegend allochtone, `zwarte' scholen overblijven. Zoals in veel Amerikaanse steden vluchten goedopgeleide autochtone of allochtone ouders dan naar voorsteden met `witte' scholen. Als ze rijk genoeg zijn, richten ze ongesubsidieerde particuliere scholen op waar de gemeente geen vat op heeft. De opheffing van de in artikel 23 van de Grondwet omschreven vrijheid van onderwijs kan dat niet verhelpen. Veel ouders willen graag zelf de school voor hun kind kunnen kiezen, dus gedwongen desegregatie van onderwijs bevordert gesegregeerd wonen.

Het heeft geen zin om de onderwijswethouder van Amsterdam of Rotterdam de macht te geven over de verdeling van leerlingen zonder `witte' of `zwarte' orthodox-religieuze scholen of `witte' voorsteden als Amstelveen of Barendrecht bij de gedwongen spreiding te betrekken. Toch is het heilloos om lagereschoolkinderen vanuit de stad met de bus naar een school in de voorstad te vervoeren. In Amerika was het zogenoemde busing aanvankelijk bedoeld als noodmaatregel om de opheffing van de wettelijke rassensegregatie in het zuiden kracht bij te zetten. Bij gebrek aan enthousiasme onder zwarte en blanke ouders is daar een eind aan gekomen.

Het is spijtig dat door het advies van de Onderwijsraad een einde komt aan het prachtige initiatief van een Rotterdamse basisschool, De Pijler, om met steun van de ouders twee wachtlijsten te hanteren voor autochtone en allochtone kinderen, zodat de aantallen in evenwicht blijven. De Raad stelt terecht vast dat wachtlijsten naar etnische afkomst geen wettelijke basis hebben, de achterstandsmaatstaf wel. De voortvarende leiding van basisschool De Pijler is misschien met de hulp van door de gemeente verschafte juristen creatief genoeg om hier een mouw aan te passen door een formeel testje. Dit enthousiaste experiment is niet overal herhaalbaar, maar mag niet worden ontmoedigd. Ook de `witte' ouders die collectief hun kind op een zwarte school plaatsen, hebben recht op ruimhartige steun van het gemeentebestuur. Zij verhelpen problemen in hun eigen buurt, maar de segregatie in de stad is er niet mee opgeheven. Desegregatie begint met gespreid wonen.