Afschaffen krijgsraad blijkt ernstige misstap 1

De beschouwing van Steven Derix over het arrest van de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem in de zaak van Eric O. verdient alle lof (NRC Handelsblad, 6mei). Over de overweging die tot de vrijspraak leidde: het waarschuwingsschot was toegestaan, wordt niet verder uitgeweid. Belangrijker is het belichten van de overwegingen van het hof met betrekking tot het beleid van het openbaar ministerie en, in mindere mate, het beleid van het ministerie van Defensie. Vooral het OM krijgt een paar harde vegen uit de pan van het hof, dat voorts als `obiter dictum' laat weten de politieaanpak bij voorbaat af te wijzen.

Naar mijn mening dient ook een derde partij in de kritische beschouwingen te worden betrokken, te weten de wetgever alias de politiek. Die heeft een aantal jaren terug de krijgsraad afgeschaft, en daarbij ook de militaire staande magistraat: de auditeur-militair. Dat het bewijs voor deze misstap pas nu, door de vervolging van een militair die zijn plicht deed, wordt geleverd is eigenlijk een wonder. Het hof levert in feite dit bewijs, zoals uit het verslag van Derix blijkt.

Daarom dient de militaire justitie weer waarlijk `militair' te zijn, vooral wat de staande magistratuur betreft. Het is immers onredelijk om van een officier van justitie in Nederland te verwachten dat hij in zijn vervolgingsbeleid de omstandigheden in Irak, Afghanistan, Libanon of waar dan ook kan betrekken. Het is evenzeer onredelijk om van de opsporende en rapporterende instanties (marechaussee, militaire politie, plaatselijke civiele politie) te verwachten dat zij die omstandigheden zo rapporteren dat iemand in Nederland werkelijk beseft wat daar aan de hand is.

Toen ik, nu meer dan een halve eeuw geleden, de auditie van de krijgsraad te velde te Semarang moest liquideren, vormden de zaken die niet in Indonesië konden worden afgehandeld mijn grootste zorg. Ook van de toenmalige krijgsraden te velde in Nederland (te velde: zoals in Den Haag en Arnhem bijvoorbeeld) kon inleving in de omstandigheden van de soldaten in Indonesië niet of nauwelijks worden verwacht.

Laat de zaak-Eric O. de politiek doen beseffen dat niet alleen de opsporing, maar ook de vervolging bij de troep hoort: te velde. Daarbij is het juridisch relevante onderscheid: al dan niet `staat van oorlog' niet relevant voor de militair die in minder dan een seconde moet beslissen over zijn eigen leven of dat van een ander, dan wel over beider levens.