Afrika's nieuwe goudmachine

Iedereen betaalt een hoge prijs om in het door oorlog geruïneerde noordoosten van Congo goud te delven. AngloGold Ashanti kan er eindelijk legaal aan de slag, maar ziet zich geconfronteerd met gewapende milities en afpersing. ,,Wanneer gaan de Congolezen nu eens profiteren van hun eigen grondstoffen?''

De jongen die tot zijn knieën in het modderbruine water staat te graven, heet zoals je wilt. Je mag hem Jacques noemen. Maar Jean is ook goed. Hij haalt zijn schouders op als je hem er naar vraagt. De goudzoekers van Mongbwalu in het Noordoosten van Congo hebben liever geen namen en ook liever geen gesprek. Een pikhouweel ketst af op eigenwijze rotssteen. De jongen hoost water met een plastic teiltje. ,,Ik heb nog niets gevonden vandaag'', is alles wat hij heeft te zeggen tegen de plotseling verschenen vreemdeling.

Zwijgen is altijd goud geweest in Mongbwalu. Tot een week geleden was dit oude mijnstadje hermetisch afgesloten van de buitenwereld. De weg over de groene heuvels naar de districtshoofdstad was onbegaanbaar, door de modder en de gewapende milities die hier de dienst uitmaken.

Tot een week geleden regeerde het Front Nationaliste et Intégrationiste hier. Het FNI is een van de zeven langs etnische lijnen georganiseerde militiegroepen die in dit deel van Oost-Congo actief zijn. De afgelopen jaren `bewaakten' de 450 strijders van die militie, meest tieners, de plaatselijke bevolking van Mongbwalu. Bewaken, dat wil zeggen: ze beheerden de goudmijnen, ze persten beschermingsgeld af en vermoordden iedereen die zich niet aan het gezag van het FNI wenste te onderwerpen.

Tot een week geleden voedde het goud in de rivierbodem van Mongbwalu zo een oorlog die de afgelopen zes jaar naar schatting alleen al in dit deel van Congo aan zestigduizend mensen het leven heeft gekost. Ituri, heet dit district. Zo'n drieduizend kilometer van de Congolese hoofdstad Kinshasa vandaan schuurt het door dichte jungle overgroeide grensgebied tegen Oeganda en Soedan aan. De enige vreemdelingen die deze uithoek van Congo tot voor kort bezochten, kwamen uit de buurlanden. In hun gecharterde vliegtuigjes brachten ze de militiegroepen wapens en namen ze het goud weer mee terug.

Nu klinken in Mongbwalu voor het eerst ook andere buitenlandse talen. Driehonderd Pakistaanse soldaten van de vredesmacht van de Verenigde Naties in Congo (MONUC) arriveerden hier vlak voor het weekend. De blauwhelmen bewaken de enige landingsstrook van Mongbwalu en houden de valleien er omheen intensief in de gaten. Zij arresteerden de leiders van het FNI, ontwapenden hun soldaten. Zo veilig als nu is het in Mongbwalu in jaren niet geweest.

Dat nieuws had geen week nodig om ook het hoofdkantoor van de grootste goudproducent ter wereld te bereiken, het Zuid-Afrikaans-Ghanese AngloGold Ashanti. Het is dag zes na de komst van de Pakistaanse vredessoldaten, als een terreinwagen de glibberige hoofdweg van Mongbwalu binnenglijdt. Aan boord vijf Zuid-Afrikaanse zakenmannen, die voor de gelegenheid het strakke pak hebben ingewisseld voor flodderige tropenshirts.

,,MONUC is het beste wat ons in jaren is overkomen'', glimlacht Steve Lenahan als hij de soldaten en andere vertegenwoordigers van de Verenigde Naties een hand geeft. Executive officer, corporate affairs staat er op zijn zwartoranje visitekaartje.

Iedereen in de geïmproviseerde vergaderzaal, met uitzicht op de rivierbedding waar voltallige families staan te graven, moet lachen om dit understatement. Anglo loert al decennia op het Congolese goud. Rond Mongbwalu ligt een van de laatste onontgonnen goudgordels in de wereld. ,,Een potentiële geldmachine'', noemt Anglo dat, een hoogwaardig gouddepot van tienduizend vierkante kilometer dat op termijn net zoveel goud kan produceren als Zuid-Afrika, momenteel nog goudnatie nummer één.

In de jaren tachtig probeerden Zuid-Afrikaanse bedrijven de toenmalige president van Zaïre Mobutu al te bewegen tot samenwerking. De Congolese bodem geldt als de Afrikaanse hoofdprijs voor buitenlandse mijnbedrijven. De grond is zwanger van waardevolle metalen en mineralen, behalve goud ook diamanten, koper, kobalt, tinsteen en coltan, het hoofdbestanddeel voor de fabricage van mobiele telefoons. Maar Mobutu voelde niets voor privatisering van de mijnindustrie: hij hield de grondstoffen liever voor zichzelf en zijn paleizen.

Toen in 1997 Mobutu verdreven was en Zaïre weer Congo werd, nam Oeganda het Congolese goudgebied over. Het buurland stationeerde er soldaten om eigenhandig de militaire steun terug te verdienen die ze aan Mobutu's opvolger Laurent Kabila gegeven had toen hij het jaar ervoor met zijn rebellenleger optrok naar Kinshasa. Oeganda verdiende hier miljoenen. Net als buurland Rwanda in het grensgebied ten zuiden van Ituri, wapende de Oegandese regering lokale gevechtsgroepen en stookten ze de eeuwenoude conflicten tussen de plaatselijke stammen weer op. De Verenigde Naties hebben er rapporten over vol geschreven.

AngloGold, dochter van mijngigant Anglo Americain, moest wachten tot de moord op Laurent Kabila in 2001 en het vertrek van het Oegandese leger uit Ituri twee jaar later. Kabila's zoon, Joseph, liet de Verenigde Naties binnen en opende de Congolese markten. De jonge Congolese president gaf het startschot voor AngloGold, dat inmiddels met het Ghanese Ashanti is gefuseerd. De investering waarvoor Anglo eind vorige maand de contracten sloot met de Congolese regering is meer dan 30 miljoen euro waard.

Wie zaken wil doen in zo'n gebied, moet een hoge prijs betalen. Toen de Zuid-Afrikanen hier eind vorig jaar met hun boren en klophamers arriveerden, stonden direct de milities van het FNI voor de deur. ,,Ze vroegen ons om auto's, motorfietsen en computers'', zegt Howard Fall, hoofd exploratie. ,,Daar zijn we natuurlijk niet op in gegaan.''

Toch beweert de `Group of Experts' van de Verenigde Naties anders. In januari presenteerde het onderzoeksteam een nieuw rapport aan de Veiligheidsraad over de diefstal van de grondstoffen in de Congo. Daarin wordt Anglo beschuldigd van ,,aantoonbare schending'' van het VN-wapenembargo dat tegen de gewapende militiegroepen is ingesteld. Hoewel Anglo niet direct

wapens zou hebben geleverd, onderzoekt de VN momenteel een ,,onderhandse betaling'' aan een van de militieleiders.

De Zuid-Afrikanen trekken een pijnlijk gezicht als het VN-rapport ter sprake komt. Steve Lenahan spreek over ,,een vervelend incident begin januari''. ,,De milities benaderden ons voor financiële steun om naar de nationale verzoeningsdiscussies te gaan in Kinshasa. We hebben dat eerst geweigerd. Maar toen ze hun eis iets meer kracht bijzette hebben we toch maar betaald. Achtduizend dollar in contanten.''

Een eis kracht bijzetten, dat is Congolees voor `betalen of anders de kogel'. Of de milities ook inderdaad naar Kinshasa zijn afgereisd, heeft Anglo nooit gevraagd. Waarom zouden ze? Ook Anglo weet dat ieder militielid dat naar de hoofdstad wil gaan om met de regering te praten recht heeft op een gratis vlucht van de Verenigde Naties. Lenehan geeft toe dat zijn bedrijf zich kwetsbaar heeft gemaakt voor meer afpersing in de toekomst. ,,Zeer spijtig'', noemt hij dat. ,,Zeer strijdig met ons beleid. Daarom zijn we ook zo blij dat de Verenigde Naties hier nu zijn.''

Mongbwalu is veilig genoeg nu, Anglo kan eindelijk aan de slag. Na een eeuw van wetteloos graven in de grond van Mongbwalu krijgt de gouddelverij het predikaat `legaal'. Dat besef is nog niet doorgedrongen op de goudmarkt van Bunia, honderd kilometer verderop. De handelaren in gammele hutjes die nu nog het goud kopen van de illegale gravers in Mongbwalu hebben nog nooit van Anglo gehoord. ,,We verkopen het meeste goud aan Oegandezen'', zegt een van de handelaren, en wijst in de richting van Lake Albert, op de grens tussen Congo en Oeganda. `Monsieur Stato' noemt hij zichzelf. De belasting over het goud dat hij verkoopt, betaalde hij de afgelopen jaren aan een ieder die zich eigenaar noemde van de grondstoffen. Eerst waren dat de Oegandezen. Toen waren het de militiegroepen die vanaf 2003 om de controle van Bunia vochten. Sinds het herstel van de orde vorig jaar betaalt hij zijn honderd dollar jaarlijkse belasting aan de Congolese regering.

Met de komst van Anglo naar Mongbwalu zal de toevoer van het goud naar de markt in Bunia langzaam stagneren. De illegale goudzoekers mogen hopen dat Anglo nieuwe werk voor ze vindt. ,,Laten we Anglo vooral niet voorstellen als een mondiale sinterklaas of zo'', grapt Steve Lenahan. ,,Banen kunnen we in deze exploratiefase niet beloven.'' Anglo zal voorlopig alleen investeren in de lokale ziekenhuizen en de school. In het handelscontract beloofden de Zuid-Afrikanen een klein deel van de winst aan het staatsbedrijf Kimo, dat de licentie voor het gebied beheert. De komende drie jaar krijgen de Congolezen dertien procent van de omzet.

,,Der-tien pro-cent'', spelt Pétronille Waweka met ingehouden woede verderop in de districtshoofdstad Bunia. Zij is `Madame la Commissaire' voor het Ituri-district, de enige directe vertegenwoordiger van de Congolese staat in deze uithoek van het land. ,,Hoe durven ze!'' Ze slaat ze met haar vuist op de tafel. Haar tirade tegen de schamele verdeling is niet alleen gericht tegen AngloGold Ashanti, maar vooral tegen haar bazen in Kinshasa. In de hoofdstad zitten te veel politici en te weinig economen, vindt ze. Politici die de afgelopen jaren net als Rwanda en Oeganda voor eigen gewin het conflict in Ituri hebben opgestookt.

,,Als ik president van dit land was geweest, had ik dat contract in de prullenbak gegooid. Wanneer gaan de Congolezen nu eens profiteren van hun eigen grondstoffen?'' Ze somt de namen van de dieven op die zich de afgelopen eeuw aan de Congolese grondstoffen hebben vergrepen. De Belgische Koning Leopold, die tussen 1884 en 1906 de Congo gebruikte voor prestige en zelfverrijking. De Belgische staat die tot de onafhankelijkheid in 1960 de koloniale rooftocht voortzette. President Mobutu. Zijn opvolgers Kabila senior en junior. De buurlanden – Angola, Zimbabwe, Oeganda, Rwanda en Burundi – die vanaf 1996 het Congolese grondgebied onder valse voorwendselen betraden en bestalen. En nu de Zuid-Afrikanen, die onder leiding van president Mbeki vrede tussen de strijdende partijen bedong en begin vorig jaar hun vredesdividend ophaalde. Een mijnbouwcontract van bijna 7 miljard euro was daar een belangrijk onderdeel van.

,,Anno 2005'', zucht Madame la Commissaire tenslotte, ,,worden we nog net zo bedonderd als de Indianen in Amerika eeuwen geleden. Vriendelijk blijven lachen terwijl je bestolen wordt waar je bijstaat.''