Vraag van de lezer

Krijgt de Europese Unie de bevoegdheid het defensiebeleid geleidelijk uit te breiden? (Klaas Oterdoom, Bentveld)

Ja, de Europese Unie krijgt meer bevoegdheden op defensieterrein. De gemeenschappelijke buitenlandse politiek en defensie blijven een zaak van de Europese Raad (van staatshoofden en regeringsleiders) en de lidstaten houden hun vetorecht. Letterlijk stelt de Grondwet: ,,De Europese Unie is bevoegd om een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te bepalen en uit te voeren, met inbegrip van de geleidelijke bepaling van een gemeenschappelijk defensiebeleid'' (art.I-12, lid 4). En de EU-landen verplichten zich daaraan ,,in de geest van loyaliteit en wederzijdse solidariteit hun actieve en onvoorwaardelijke steun'' te geven (art.I-16).

Bij de gemeenschappelijke defensie gaat het in de eerste plaats om EU-missies voor vredeshandhaving, conflictpreventie en humanitaire interventies. Voor onderzoek, behoefteplanning en aanschaf van militair materieel is inmiddels een apart Europees Defensie Agentschap opgericht.

Interessant is ten slotte de optie die de Grondwet biedt aan lidstaten waarvan ,,de militaire vermogens voldoen aan strenge criteria''. Zij kunnen binnen de Europese Unie een ,,permanente gestructureerde samenwerking'' aangaan. In het recente verleden toonden Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg hier al belangstelling voor. Hiervoor is geen unanimiteit vereist, maar volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Als de Grondwet doorgaat, wordt de hamvraag dan ook: vormt deze optie een opmaat naar nauwere defensiesamenwerking in de hele Unie, of blijft het een dode letter?