Volleybalsters nationaal team naar Martinus

Zeker zeven speelsters van de nationale volleybalploeg spelen volgend seizoen bij de Amstelveense eredivisieclub Martinus. Zij worden daar getraind door bondscoach Avital Selinger, die ook clubcoach wordt.

Het onderbrengen van een kerngroep internationals bij één Nederlandse club was een voorwaarde voor Selinger om aan te blijven als bondscoach. Hij had voor zichzelf besloten bij ongewijzigde omstandigheden te zullen stoppen. Volgens afspraak met de clubs zouden de internationals tweeënhalve dag beschikbaar zijn voor centrale trainingen in Amsterdam. In de praktijk was de opkomst vaak zo slecht, dat het effect volgens Selinger verloren ging.

Wilde hij aan de opdracht van de nationale volleybalbond (NeVoBo) plaatsing voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking kunnen voldoen, dan moest Selinger de internationals naar zijn zeggen gedurende een heel jaar minimaal dertig uur per week tot zijn beschikking hebben. Die ambitie wordt gedeeld door de speelsters. Zelfs degenen die in het buitenland spelen, hebben te kennen gegeven voor dat doel terug te willen keren naar Nederland, is het niet dit jaar dan zeker volgend jaar.

Inmiddels hebben de volgende speelsters toegezegd komend seizoen met Selinger naar Martinus te gaan: Chaïne en Kim Staelens, Janneke van Tienen, Caroline Wensink en Manon Flier. Samen met de bij Martinus spelende internationals Suzanne Freriks en Debby Stam vormen zij de basisgroep waarmee wordt begonnen.

De nauwe samenwerking van Martinus met de nationale vrouwenploeg heeft kwaad bloed gezet bij de andere clubs, die zijn verenigd in de de Vereniging Top Volleybal (VTV). Het bestuur van VTV heeft inmiddels verklaard zich over zijn positie te beraden.

Bij Martinus laten ze de belangen van de nationale ploeg én, zoals wordt gezegd, het Nederlands volleybal zwaarder wegen. Voor Frits Suèr, vice-voorzitter van de Stichting Topteams Martinus, herleven oude tijden. Twintig jaar geleden was hij betrokken bij een soortgelijke actie van de nationale mannenploeg, die zich verenigde in het zogenoemde `Bankrasmodel' en in 1996 bij de Spelen in Atlanta goud won.

Suèr: ,,Ik ken de jongen met de ambitie van Selinger. Die zijn niet te stuiten. Als ze niet linksom hun doel bereiken, dan maar rechtsom. En toen bleek dat onze sponsors wilden meewerken, werd het voor Martinus aantrekkelijk deze keer de nationale vrouwenploeg in haar ambities te steunen.''

De NeVoBo heeft zijn goedkeuring gegeven aan de samenwerking met Martinus, hoewel de bond aanvankelijk achter het standpunt van de VTV stond. Maar nader overleg met de internationals leerde voorzitter Hans Nieukerke en directeur Matthijs Huizing, dat de speelsters uitdrukkelijk de lijn van Selinger wilden volgen. Nieukerke verklaarde tegenover het ANP die gewijzigde opstelling als volgt: ,,De internationals zien dit als de beste stap in hun leven om goud bij de Spelen te kunnen halen. We betreuren het gedoe, maar blijven ze steunen.''