Vliegen is techniek

Het relletje tussen de Nederlandse Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Turkse luchtvaartmaatschappij Onur Air heeft een juridische, politieke, ja zelfs Europese dimensie gekregen – en dreigt nu een volwassen conflict te worden. Onur Air is een prijsstunter die voor weinig geld op populaire vakantiebestemmingen in Turkije vliegt. Vorige week trok de Nederlandse inspectiedienst de landingsrechten van Onur in na een aantal incidenten, variërend van een brandende motor tot onevenwichtige belading. De druppel die de emmer deed overlopen was een mankement aan het straalomkeersysteem van een Airbus van Onur Air op de startbaan van vliegveld Antalya in Turkije. Na Nederland namen ook Duitsland, Frankrijk en Zwitserland hun maatregelen tegen het Turkse bedrijf. België deed dat niet, en zo kon het gebeuren dat Nederlandse passagiers door Onur bij Brussel werden afgeleverd en vandaar naar huis werden vervoerd. Intussen begon in ruziesfeer het overleg tussen Onur Air en de Inspectie Verkeer en Waterstaat, een gesprek waarin de Turken de Nederlandse autoriteiten verweten dat het veiligheidsargument slechts werd gebruikt om Onur de deur te wijzen ten gunste van Nederlandse vliegtuigmaatschappijen.

Vliegen is economie en politiek tegelijk. Conflicten kunnen zo hoog oplopen dat over de hoofden van de reizigers regeringen elkaar met argumenten gaan bestoken. Ook over dit geval hebben de premiers Balkenende en Erdogan (kort) met elkaar gesproken. Maar vliegen is bovenal techniek. Loszittende moeren, kapotte motoren, overladen toestellen, disfunctionerende landingsgestellen: het is allemaal al een keer vertoond, soms met catastrofaal gevolg. Het is goed dat er inspecties zijn die hierop controleren. In Nederland gebeurt dit door de Inspectie Verkeer en Waterstaat, een overheidsdienst die de veiligheid van luchtvaartmaatschappijen en vliegtuigen bewaakt. De inspectie sprak onlangs in pittige bewoordingen haar zorg uit over de veiligheid bij een aantal vakantiechartermaatschappijen. Begin deze maand stonden twee bedrijven wegens technische incidenten onder verscherpt toezicht. Beide waren Turks.

Veiligheid is in de luchtvaart het hoogste goed. Prijsstunters met een geschiedenis van dubieuze incidenten verdienen het om uit de lucht te worden gehaald. Als op een kwade dag een incident een ramp wordt, zal terecht worden gevraagd hoe het met de controle op het toestel was gesteld. Maatschappijen dragen de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid aan boord. Reizigers dienen zich echter af te vragen of men wel voor een dubbeltje op de eerste rang kan zitten. Veiligheid in de lucht heeft immers een prijs. Het is op z'n zachtst gezegd merkwaardig dat de veiligheidsnormen in de lidstaten van de Europese Unie kennelijk nogal verschillen. Hoe kan het anders dat Onur Air niet in Nederland en Duitsland, maar wel in België mag landen? Harmonisatie in dezen is dringend gewenst. Met veiligheid kan niet worden gemarchandeerd. Dat is een les voor prijsstunters en politici.