Textiele werkvormen

Moderne industriestaten, zo worden de landen van de Europese Unie en Noord-Amerika in de regel genoemd. Maar dat wil niet zeggen dat alles wat hier wordt geproduceerd al even hoogwaardig is. De paniekerige reactie van de Europese Unie, en de Verenigde Staten, op de golf van import van Chinees textiel sinds begin dit jaar spreekt wat dat betreft voor zichzelf. Nadat de VS vorige week vrijdag al beperkende maatregelen aankondigden op de invoer van textiel uit China, maakte Europees Commissaris voor Handel Peter Mandelson gisteren, een kleine twee weken voor het Franse referedum, bekend dat er ook in de EU actie nodig is. Brussel zal met onmiddellijke ingang consultaties beginnen met Peking, hetgeen doorgaans het voorportaal is van invoerbeperkingen. Vorige maand begon de Commissie al een onderzoek naar negen productcategorieën, dat twee maanden in beslag neemt, maar nu ingehaald kan worden door Mandelsons nieuwe voornemen.

Op het eerste gezicht is de situatie ernstig. Per 2005 verviel een internationale overeenkomst voor importbeperkingen van textiel, en sindsdien is er een vrij gevecht op de wereldmarkt aan de gang. China wint in adembenemend tempo marktaandeel. De invoer van T-shirts in de EU uit China is bijvoorbeeld met 157 procent toegenomen, die van linnen garens met 56 procent. Dat kost banen, vooral in Portugal en Griekenland, maar ook in Italië en Frankrijk. De linnenindustrie zou al een productieverlies van een kwart lijden, met een werkgelegenheidsverlies van 13 procent. De Europese textielbedrijfstak heeft het dus moeilijk. Volgens regels van de wereldhandelsorganisatie WTO mag de invoerstijging worden beperkt tot 7,5 procent. Als de Chinezen dat niet snel zelf doorvoeren, zo luidt de boodschap uit Brussel, dan doet de EU het wel voor hen.

Het lijkt redelijk dat een al te grote stijging van de invoer tijdelijk mag worden afgeremd. Al was het maar om de bedreigde industrietak in Europa de tijd te geven zich aan te passen. Dat was ook afgesproken bij China's toetreding tot de WTO. Toch zijn er kanttekeningen te plaatsen bij het voornemen van de EU. Europese modebedrijven schuimen al sinds jaar en dag de wereldmarkt af op zoek naar de goedkoopste productiefaciliteiten. Het is niet zo dat het Chinese textiel zich ongevraagd opstapelt op de havenkade. Het komt hier in de regel in opdracht van het bedrijfsleven in Europa zelf. In Noord-Europa is de inheemse textielindustrie al goeddeels verdwenen, maar veel Zuid-Europese landen liggen achter bij deze aanpassing aan de veranderende internationale arbeidsdeling. Het heeft weinig zin om China er de schuld van te geven dat het inspeelt op die onvolkomenheid. De consument profiteert er intussen alleen maar van: sinds 2000 steeg het algemene prijspeil met ruim 13 procent, maar dat van kleding nam nauwelijks toe en daalt zelfs sinds begin dit jaar.

Dat China rekening moet houden met concurrenten als Pakistan en Bangladesh, die eveneens lijden onder de golf van Chinees textiel op de wereldmarkt, snijdt veel meer hout. Maar voor Europa en de VS is het afstaan van de textielproductie aan lagelonenlanden op termijn onvermijdelijk. Het heeft weinig zin om, zoals Mandelson nu voorstelt, aan de kust te gaan staan en de hand op te heffen tegen de vloed.