NIB Leeson

De twee grootste pensioenfondsen van Nederland zullen de laatste zijn om hun avontuur in het bankieren een mislukking te noemen. Maar wat is het dan?

De gretigheid waarmee ABP (ambtenaren) en PGGM (zorg) in 1999 het bankiersvak instapten is omgeslagen in een bescheiden en stil aandeelhouderschap. Zes jaar geleden slaagden de pensioenfondsen erin de nieuwe eigenaar te worden van de Nationale Investeringsbank (NIB). Daar was wel wat voor nodig. In de `bank der banken' – opgericht in 1948 – hadden, naast de overheid, de meeste Nederlandse banken wel een belang: een erfenis van de naoorlogse Marshall-hulp waarbij met vereende krachten en Amerikaanse middelen het land werd opgebouwd. De Nederlandse financiële wereld gaf de pensioenreuzen in 1999 niet zomaar een vrijkaartje voor de bancaire sector. Tot tweemaal toe moesten de pensioenfondsen hun bod op de NIB verhogen tot uiteindelijk 2 miljard euro.

En dat was begrijpelijk. Met het enorme pensioenvermogen van ABP en PGGM achter de hand zou NIB uitgroeien tot een nieuwe geduchte concurrent van de gevestigde grootbanken. Een nieuwe zakenbank was in de maak – met alle takken van sport onder één dak: bancaire expertise, vermogensbeheer, durfkapitaal, you name it.

Maar de jaren erna bleek vooral hoe snel de takken van sport konden verdwijnen. Om te beginnen met de naam: Nationale Investeringsbank werd NIB Capital. Bestuursvoorzitter Marius Jonkhart was binnen een paar maanden verdwenen. Een uittocht van personeel kwam op gang. De gouden handdrukken stegen, de winst daalde. Vermogensbeheer van ABP verhuisde naar NIB en weer terug.

Ondertussen vroeg de politiek zich de laatste jaren steeds harder op af of pensioenfondsen wel met gewone banken moeten concurreren. Het gebeurt tenslotte met collectief kapitaal, onder de hoede van werknemers en werkgevers.

Gisteren meldde NIB Capital haar Belgische dochter te zullen sluiten. Reden: een verlies van 56 miljoen euro bij de optiehandel. De verliezen zijn nog groter geworden sinds 31 maart, maar de bank wil niet zeggen hoeveel en voedt daarmee speculaties dat de bank door een scheve handelspositie wordt uitgekleed. En iedere trader weet: met de hefbomen in de derivatenhandel kan de 1 van vandaag morgen 1.000 zijn. Of andersom.

Het tempo waarmee NIB Capital door het leven gaat past niet bij beleggers die een verantwoordelijkheid hebben die generaties overstijgt. De `strategische heroriëntatie' van NIB – lees veiling – is voor de pensioenfondsen dé kans om hun ambities in bankieren definitief vaarwel te zeggen. Nu maar hopen dat hun leerschool niet te duur uit zal vallen.