Cultuur

Interview

Interview

Jeanne Moreau bij de European Film Awards in 2003

Foto: Fabrizio Bensch/Reuters

“Mijn leven is mijn werk”

De grote dame van de Franse film Jeanne Moreau speelt de hoofdrol in Le temps qui reste, de nieuwe film van François Ozon. “François is niet bang voor acteurs.”

Ze is oud, ze is elegant, ze rookt als een ketter met die mond die nog steeds niet alleen als herinnering beroemd hoeft te zijn, het is nog steeds die van Jeanne Moreau. Op het terras van hotel Martinez in Cannes geeft Jeanne Moreau interviews aan groepjes journalisten.

Ze klaagt dat ze haar steeds hetzelfde vragen. Ze antwoordt omdat ze in een film van François Ozon speelt, die op het festival wordt vertoond in het programma Un Certain Regard. Ozon werkt vaak met oudere actrices. In Swimming Pool en Sous le sable schitterde Charlotte Rampling. In Le temps qui reste smeult Moreau, ster van Ascenseur pour l’echafaud, Jules et Jim, Querelle en Les Valseuses. Ze speelde in meer dan honderd films, waarvan er een flink aantal onvergetelijk is.

Deze zomer zullen veel van die onvergetelijke films in Nederland te zien zijn in een retrospectief dat het Filmmuseum in Amsterdam aan haar wijdt. Voorzover bekend zal de actrice dan ook in persoon aanwezig zijn.

In Le temps qui reste, een kaal melodrama, is Moreau de grootmoeder van een jonge fotograaf die net heeft gehoord dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft, een feit dat hij niet aan zijn ouders, zijn zus, of zijn vriend vertelt, maar wel aan haar. “U gaat ook binnenkort dood.”

Moreau heeft maar een kleine rol in de film, maar na afloop lijkt dat niet zo. Anders dan Rampling (1945) filmt Ozon Moreau (1928) niet naakt, maar hij weet het wel te impliceren. Moreau ligt met blote schouders in bed en verklaart dat ze altijd naakt slaapt.

Was u geschokt door de zin over de dood die de kleinzoon in de film tegen de grootmoeder zegt?

“Nee. Ik genoot ervan. Het is onconventioneel maar waar. Conventies zijn leugens. We moeten de waarheid onder ogen zien. De eerste ademtocht leidt al naar de dood.”

U heeft gezegd dat u nooit een grootmoeder wil spelen. Waarom heeft u dat nu toch gedaan?

“Omdat François Ozon het vroeg. Hij is geen regisseur, geen regelaar, maar iemand die zijn obsessies verbeeldt. Bovendien is hij niet bang voor acteurs, zoals veel regisseurs, die hun acteurs daardoor maar gaan commanderen. Ozon overlegt, laat dingen uitproberen.”

Heeft u er spijt dat u bepaalde films niet gemaakt hebt?

“Alleen van de rol van Varinia in Spartacus van Stanley Kubrick misschien. Ik zou ook een film met Bergman maken, maar daar is nooit wat van gekomen. Maar dat geeft niet, want ik heb een uitstekende relatie met hem en dat is net zo belangrijk als een film. Mijn leven is mijn werk en andersom, ze zijn niet van elkaar te scheiden.”

Hoe is de filmwereld veranderd sinds uw debuut in 1949?

“De wereld is veranderd en film is een spiegel van de wereld. Orson Welles noemde de cinema ooit een rivier van dromen. Nu is het eerder een rivier van nachtmerries. Leest u de krant maar. Daarnaast is de techniek veranderd. Camera’s zijn steeds kleiner, beweeglijker en goedkoper geworden. Daardoor zijn geweldige nieuwe dingen mogelijk. Films gaan meer op schilderijen lijken.”

Ziet u nog veel films?

“Ik heb thuis een gigantisch scherm en daar zie ik veel op. Ik werk graag met jonge regisseurs. Ik organiseer deze zomer een workshop voor beginnende filmmakers in Angers, waar ik ook een masterclass zal geven.”

Heeft u ook adviezen voor beginnende acteurs?

“Nee. Elke film en elke regisseur zijn anders.”

En voor beginnende mensen?

“Trek je niets aan van conventies. Trouwen, kinderen krijgen, grootmoeder worden, het is nooit mijn doel geweest. Als kind wilde ik ballerina worden, en daarna non. Toen ik opgroeide was de wereld zo’n puinhoop dat ik me eruit terug wilde trekken. Bovendien hield ik van de religieuze rituelen. Maar tegen het einde van de oorlog ging ik voor het eerst naar een toneelstuk. Het was Antigone, en ik zag dat meisje daar op het toneel staan en almaar nee! zeggen. Toen dacht ik: dat ben ik. Ik wil helemaal alleen in het licht staan, uit de schaduw komen van de mannen, en nee! nee! nee! zeggen.”