Meer democratie of een dure fopspeen

Krijgen nationale parlementen meer zeggenschap in Europa, zoals de voorstanders van de Grondwet zeggen? Enkele maanden oefenen met het desbetreffende Grondwetsartikel leverde daarover de nodige twijfels op.

Een rijbewijs voor treinmachinisten, is dat iets waarvoor een Europese wet moet bestaan? En moet de Europese Unie regelen hoeveel boete spoorbedrijven moeten betalen als goederen schade of vertraging oplopen?

De nationale parlementen van de Europese lidstaten hebben er geen bezwaar tegen dat deze zaken Europees worden geregeld, zo bleek gisteren in Luxemburg. Vertegenwoordigers van de parlementen van alle 25 lidstaten waren daar bijeen om te spreken over een oefening met een van de meest bediscussieerde onderwerpen uit de Europese Grondwet: de `gele kaart'.

De gele kaart is vaktaal voor de waarschuwing die nationale parlementen straks kunnen uitdelen aan de Europese Commissie als ze niet willen dat onderwerpen op Europees niveau worden geregeld. Alle parlementen in de 25 lidstaten krijgen zes weken de tijd om op elk Europees voorstel deze zogenoemde `subsidiariteitstoets' toe te passen voordat het thema verder in Brussel behandeld wordt.

De gele kaart is als een van de belangrijkste argumenten van voorstanders om de Europese Grondwet aan burgers te verkopen. De zeggenschap van de nationale parlementen op Europese besluitvorming neemt toe, zegt bijvoorbeeld Kamerlid Van Baalen (VVD). ,,De dienstenrichtlijn, die in Frankrijk zo omstreden is, zou er met deze procedure vast niet gekomen zijn. Hoe onterecht dat ook zou zijn.''

Tegenstanders van de Grondwet, zoals senator Van Raak (SP) spreken daarentegen van een ,,fopspeenprocedure''. Belangrijkste argument daarvoor is dat de Europese Commissie zich niets hoeft aan te trekken van de nationale parlementen – zelfs al zouden ze alle unaniem tegen zijn. Immers: volgens protocol 10, artikel 7 van de Europese Grondwet kan de Commissie besluiten het voorstel alsnog te handhaven, te wijzigen of in te trekken. ,,We geven op heel veel terreinen veto's op'', zegt Van Raak. ,,En als compensatie tuigen we een hele bureaucratische procedure op zodat parlementen alleen maar kunnen zéggen dat ze Europese besluiten niet willen.''

Om een gele kaart uit te delen moeten de parlementen van negen van de 25 lidstaten zich uitspreken tegen een voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe wet. Hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat, wilden de parlementen zelf ook wel weten. Daarom oefenden ze de afgelopen maanden met een voorstel van de Europese Commissie uit 2004, dat twee richtlijnen en twee verordeningen voor het spoorwegverkeer omvat (`Derde Spoorpakket').

Niet alle parlementen deden mee, vertelt Tweede-Kamerlid Van Heteren (PvdA), deze week aanwezig in Luxemburg. De Duitse Bundestag deed niet mee omdat het `spelletje' pas serieus wordt als de Grondwet in werking treedt. Het Portugese parlement is door verkiezingen niet aan het werk. En Malta zag het nut van de proef niet – het eiland kent geen spoorwegen.

Maar in de rapporten van de 31 van de 37 parlementen die wél meededen springt één probleem eruit: zes weken om advies te geven is voor een gemiddeld parlement in Europa veel te krap. In die tijd moeten stukken worden rondgestuurd, belangengroepen geconsulteerd, overeenstemming bereikt. ,,Sommige landen hebben het niet gehaald'', zegt Van Heteren.

De Tweede en Eerste Kamer hebben het wel gehaald, maar met grote moeite, vertelt Tweede-Kamerlid Van Dijk (CDA). Hij is voorzitter van een speciale gecombineerde commissie van Eerste en Tweede Kamer die vakcommissies moet helpen de subsidiariteitstoets uit de voeren. In maart en april hielp hij de verkeerscommissies in Eerste en Tweede Kamer met het Derde Spoorpakket. En dat ging niet soepel, vindt Van Dijk. Na vijf weken ,,bleek het de Kamercommissies te behagen'' het over drie van de vier regelingen in het pakket oneens te zijn. Toen hij vervolgens beide Kamercommissies bijeen wilde roepen voor overleg, kwamen de verkeerswoordvoerders uit de Tweede Kamer in opstand. ,,De Eerste Kamer die in zo'n zware positie met de Tweede Kamer debatteert'', zegt Tweede-Kamerlid Duyvendak (GroenLinks), ,,dat kan niet. Dat is iets dat echt moet veranderen.'' Maar de Grondwet bepaalt dat de Eerste en Tweede Kamer elk één stem hebben.

Uiteindelijk formuleerde Van Dijk zelf, in overleg met één Tweede-Kamerlid en één senator, alsnog een `unaniem' advies. Nederland wilde één gele kaart uitdelen aan de Europese Commissie: over de boeteregeling. Die zou niet op Europees niveau moeten worden vastgesteld. Enkele andere parlementen wilden dat ook. Maar niet genoeg voor een gele kaart: dat vereist een derde van de EU-parlementen. Het `knipperlicht' is niet gaan branden.

Van Dijk is warm voorstander van de Grondwet, maar erg hard is de blokkerende macht van nationale parlementen niet, erkent hij. Als parlementen hun verzet volhouden, kunnen ze hoogstens hun regeringen aansporen om naar het Europees Hof van Justitie te stappen. Parlementen kunnen zelf niet naar het Hof stappen. ,,Maar regeringen zullen niet fungeren als louter postbus voor parlementen'', verwacht hij. ,,Die hebben zelf ook een mening.'' Volgens senator Van Raak (SP) zal het Hof bovendien niet snel `politieke' uitspraken doen.Een voordeel dat voor nationale parlementen overblijft is dat zij vroeger dan nu gespitst raken op aankomende Europese regels. ,,Dat zal voor een cultuurverandering gaan zorgen'', meent Van Dijk. Duyvendak verwacht veel van samenwerking tussen EU-parlementen. ,,Dat gaan wij met de Duitse Grünen zeker doen.'' Ook tegenstander Van Raak vindt grotere betrokkenheid van nationale parlementariërs een ,,goed punt'' Maar, zegt hij, ,,deze fopspeen is daarvoor wel een heel bureaucratische en dure manier.''