Karinthië viert zijn tweetaligheid

In de Oostenrijkse deelstaat Karinthië zijn niet veel Slovenen meer. Niettemin is de tweetaligheid van straatnaamborden nog altijd een heet hangijzer. Vorige week was sprake van ,,een historisch succes''.

Met vijf blauwgerande borden, twee fanfarekorpsen, een bondskanselier en een gouverneur heeft de zuidelijke Oostenrijkse deelstaat Karinthië vorige week weer een stapje gezet op weg naar de multiculturele samenleving. In het zuiden van Karinthië hebben vijf gehuchten tweetalige plaatnaamborden gekregen; behalve in het Duits worden ze voortaan ook in het Sloveens aangeduid. Bondskanselier Wolfgang Schüssel ging, samen met Karinthië's gouverneur Jörg Haider, alle vijf dorpjes langs om de nieuwe naamborden in te wijden. Hij sprak daarbij van ,,een historisch succes''.

Protesten bleven uit – althans tijdens het bezoek van de bondskanselier. Toen Jörg Haider een dag eerder in Neuhaus nog had willen uitleggen waarom die tweetaligheid zo'n goed idee was, werd zijn toespraak luidruchtig verstoord door Oostenrijkers die dat niet wilden inzien. Een feestje werd afgelast om verdere onrust te voorkomen.

Ooit was Sloveens de voertaal in het zuiden van Karinthië. Maar de taal sterft langzaam uit. Bij de volkstelling van vier jaar geleden zeiden nog maar 12.554 Karinthiërs het Sloveens als hun moedertaal te beschouwen. In geen enkele Karinthische gemeente zijn de Sloveenstaligen nog in de meerderheid. En op straat is de taal nergens meer te horen.

Maar de Sloveenstaligen geven zich niet zomaar gewonnen. Bij gemeenteraadsverkiezingen haalt de Sloveense `Eenheidslijst' zo'n vijfduizend stemmen. In Klagenfurt (Celovec in het Sloveens), hoofdstad van Karinthië, staat een gymnasium voor Slovenen en van 's ochtends zes tot 's avonds zes is er een Sloveenstalige radiozender in de lucht.

Het is in Zuid-Karinthië een gevoelig onderwerp. Al in 1972 is een keer geprobeerd om plaatsnaamborden tweetalig te maken. Maar nog maar net nadat toenmalig bondskanselier Bruno Kreisky de borden met dubbele namen had ingevoerd, werden ze door boze dorpelingen uitgegraven.

Ook deze keer dreigde een `patriottistische' actiegroep van burgers die zich Heimatdienst van Karinthië noemt, met ,,onrust onder de bevolking'' als voor ieder nieuw naambord niet uitgebreid wordt onderzocht wat de dorpsbewoners er eigenlijk van vinden.

Toch is de tweetaligheid slechts een uitvloeisel van een afspraak uit het Staatsverdrag waarmee Oostenrijk in 1955 – afgelopen weekeinde precies vijftig jaar geleden – na de Tweede Wereldoorlog zijn soevereiniteit terugkreeg door de beëindiging van de geallieerde bezetting. In dat Staatsverdrag staat dat topografische namen in gebieden met een gemengde bevolking in beide talen vermeld moeten worden. Gebieden zijn volgens een in 1977 door de regering vastgestelde definitie `gemengd' als ten minste een kwart van de bevolking het Sloveens als voertaal gebruikt. Nog steeds zijn er dorpen in de regio die de dubbele namen weigeren. Officieel zijn nu 77 van de 91 Karinthische plaatsen en gehuchten waar het om gaat tweetalig.

Drie jaar geleden laaide de strijd opnieuw op. Toen besloot het Constitutionele Hof, de hoogste rechtbank van Oostenrijk, dat de 25-procentsnorm wel erg royaal was. Ook gemeenten met tien procent Slovenen zijn in de ogen van het Hof `gemengd'. Gouverneur Jörg Haider, leider van de rechts-populistische FPÖ, was woedend en zei dat hij niet van plan was ook maar één naambord te vervangen. Maar de FPÖ is ook coalitiepartner van de conservatieve ÖVP van bondskanselier Wolfgang Schüssel. In Wenen werd daarom gezocht naar een manier om Haiders weigerachtigheid en de uitspraak van het Hof met elkaar te verzoenen. Met de vijf nieuwe plaatsnaamborden als eerste resultaat.

Karinthië telt twee Sloveense culturele verenigingen, een christelijke en een links-liberale. De christelijke is zeer principieel. Een van haar leden weigerde een bekeuring wegens te hard rijden te betalen, nadat hij was geflitst binnen de bebouwde kom van een tweetalig dorp. Volgens hem was het straatnaambord ongeldig omdat het dorp formeel ééntalig was. De rechter gaf de man gelijk.

De liberale vereniging heeft langzamerhand genoeg van het gekissebis. Volgens voorzitter Marjan Sturm gaat het al lang niet meer om het Sloveens zijn van een deel van de Oostenrijkers, maar om het Sloveens als taal van het buurland. Oostenrijk is de grootste investeerder in Slovenië, dat sinds vorig jaar lid is van de Europese Unie. Maar slechts vijf procent van die investeringen is afkomstig uit Karinthië, de deelstaat die grenst aan Slovenië.