De terugkeer van het team der luitenanten

CSKA Moskou speelt vanavond de UEFA-Cupfinale tegen Sporting Portugal. Dat hoogtepunt dankt de club vooral aan de oliemiljoenen van Chelsea-eigenaar Abramovitsj, die na onderzoek van de UEFA officieel geen enkel belang heeft in de Russische club.

Roman Abramovitsj, de Russische eigenaar van de Londense voetbalclub Chelsea, is vanavond in Lissabon een van de tweeduizend Russen in Estadio José Alvalade. De thuishaven van Sporting Portugal, vernoemd naar de hertog die 99 jaar geleden de club oprichtte, zal zijn uitverkocht met 43.000 rumoerige Sporting-supporters. Maar CSKA is niet van plan zich daardoor te laten imponeren. Het bleef eerder, in de tweede ronde van het UEFA-Cuptoernooi, ook tegen Sportings stadgenoot Benfica op de been in Lissabon. Het werd toen 1-1.

De finaleplaats voor CSKA is het voorlopige hoogtepunt in de renaissance die de voormalige legerclub de afgelopen jaren doormaakte. In de jaren tachtig was CSKA in eigen land oppermachtig en in 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie werd ontmanteld, behaalde de club nog de landstitel.In de jaren negentig van de vorige eeuw volgde zowel economische recessie als politieke instabiliteit, en de geldbron van het Rode Leger droogde op. CSKA zag het machtscentrum van het Russische clubvoetbal verschuiven naar stadgenoten Dinamo en Spartak, en veel erger nog, Zenith Sint-Petersburg, de favoriete club van de nieuwe Russische president Vladimir Poetin.

Voorzichtig herstel volgde met een tweede plaats in de competitie in 1998. De definitieve omwenteling vond plaats in 2001, toen Jevgeni Giner aan het bewind kwam. De voorzitter is een telg van de nieuwe Russische elite. Hij genoot zijn managementopleiding in Europa en de Verenigde Staten. Hij beloofde de supporters de langverhoopte terugkeer van het `legendarische team der luitenanten', zoals CSKA (voluit: Tsentralnyj Sportivnyj Kloeb Armii of Centrale Sportclub van het Leger) vroeger bekendstond.

Met de niewe coach Valeri Gazzajev aan het roer veroverde CSKA in 2002 de Russische beker en een tweede plaats in de competitie, in 2003 werd de club voor het eerst kampioen in de nieuwe Russische competitie. Vorig jaar werd de club opnieuw tweede, maar via twee voorrondes (onder andere tegen Glasgow Rangers) bereikte ze toch de groepsfase van de Champions League.

In de groepsfase werd CSKA dit seizoen gekoppeld aan Paris St.Germain, titelverdediger FC Porto en Chelsea. Dat plaatste de Europese voetbalbond UEFA voor een probleem, want de geruchten over de invloed van Roman Abramovitsj, eigenaar van de Londense club, staken steeds heviger de kop op. Twee teams met dezelfde eigenaar mogen niet aan dezelfde competitie deelnemen. Zo mocht Slavia Praag in 1999 niet deelnemen aan het UEFA-Cuptoernooi, omdat het net als AEK Athene voor meer dan 50 procent bezit was van de Britse investeringsmaatschappij ENIC.

UEFA kwam tot de vaststelling dat Abramovitsj officieel geen enkel belang heeft in CSKA. De club is voor 49 procent eigendom van de Engelse vennootschap Bluecastle Enterprises, die ondanks de subtiele verwijzing naar het blauw van Chelsea geen Abramovitsj onder de aandeelhouders heeft. De andere CSKA-aandelen zijn gelijk verdeeld over het Russische fonds AVO Kapital en het Russische ministerie van defensie.

Abramovitsj heeft wel een andere invloed. Zijn oliemaatschappij Sibneft is tot 2007 de sponsor van CSKA, goed voor 14,3 miljoen euro per jaar. Ook bouwt de sponsor een nieuw stadion van 200 miljoen euro voor de club, dat over twee jaar voltooid moet zijn.

Dankzij het geld van zijn vriend en zakenrelatie kon voorzitter Giner al een mooie reeks vedetten naar de Russische hoofdstad halen: de Tsjech Jiri Jarosik voor 3,7 miljoen euro, de Kroaat Ivica Olic voor 5 miljoen, de Braziliaanse aanvaller en huidige smaakmaker Vagner Love mocht zelfs 8 miljoen kosten. Love scoorde dit seizoen al zeven keer in Europese bekerduels. Jarosik is ondertussen op huurbasis vertrokken naar, toeval of niet, Chelsea. Maar CSKA kan vanavond wel een beroep doen op de 22-jarige Braziliaanse spelverdeler-jeugdinternational Daniel Carvalho en de 19-jarige Russische doelman Igor Akinfeev.

Het is een trend die ook bij de andere Russische topclubs waarneembaar is. Spartak kan rekenen op het geld van Loekoil, Dinamo speelt met Joekos op de truitjes. En de miljoenen van de `oliegarchen' zorgen voor een toevloed van vooral Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse talenten naar de Russische competitie.

Coach Valeri Gazzajev geeft zijn ploeg vanavond, ondanks het thuisvoordeel voor Sporting, goede kansen als eerste Russische club ooit een Europese beker te veroveren. Want voor het eerst sinds Dinamo Moskou in 1972 staat vanavond een Russische club in een Europese bekerfinale. In het Sovjet-tijdperk won Dinamo Kiev in 1975 en 1986 de (later opgeheven) Europa Cup 2. Dinamo Tblisi won deze beker voor bekerwinnaars in 1981. Maar aan die Oekraïense en Georgische successen worden de Russen vandaag liever niet herinnerd.