`De hele dag golfen gaat ook vervelen'

Het gebeurt regelmatig: ontslag uit een topfunctie. Het `slachtoffer' kan meestal geen kant op. Bureau Boubeek plaatst uitgerangeerde managers bij non-profitinstellingen.

`Wat denkt u wel mevrouw'', kreeg Marijke Horensma bij haar eerste sollicitatie te horen, ,,wat moeten wij met twintig jaar bierervaring?'' Voor Horensma, die vanaf 1985 hoge posities bekleedde in de marketingdivisie van Heineken, was dat wel even slikken. Door een reorganisatie bij de bierbrouwer verloor ze bijna twee jaar geleden haar baan. In het Heineken-concern zelf waren geen alternatieven en sollicitaties elders op hoge posities bleven vruchteloos: ze was te zeer met één product bezig geweest of was te oud, werd haar te verstaan gegeven. Horensma (nu 52) bracht haar gedwongen vrije tijd door met reizen, het volgen van colleges psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, het verlenen van mantelzorg en, zoals ze het noemt, ,,het inhalen van achterstallig sociaal onderhoud''. Troost: haar salaris zou nog anderhalf jaar worden doorbetaald. ,,Want Heineken had een heel goed sociaal plan.''

Marketing manager voor Afrika en het Midden-Oosten was ze bij Heineken – Marijke Horensma had een prachtbaan zegt ze, met veel vrijheid en een hoog inkomen. In 2003 kwam daar op slag een eind aan. Ze moest zich overgeven aan de `mobiliteitscoördinator' van het bedrijf, een eufemistische benaming voor ontslagbegeleider. ,,Ik voelde me eerst afschuwelijk. Ik solliciteerde intern en extern, maar zonder resultaat. Maar na verloop van tijd zag ik ook de voordelen. Ik kon dingen doen die ik voorheen niet deed.'' Toen bureau Boubeek uit Zwolle zich in de zomer van 2004 bij haar meldde met het programma Delta Rematch en de vraag of zij een marketingplan wilde opstellen voor Nationaal Park De Hoge Veluwe, hoefde ze niet lang na te denken. Horensma ging gretig op het aanbod in. ,,Ik was blij met de nieuwe mogelijkheden die dit schiep.''

De vrijwel onbekende wereld van het natuurbeheer ging voor haar open. Heineken werd door Boubeek gevraagd om medewerking aan het project en het bedrijf zegde toe Horensma's functie bij het Park niet als een nieuwe baan te zullen zien. Het bierconcern kon daardoor het inkomen en sociale premies tot 1 april 2005 doorbetalen. Marijke Horensma groeide snel in naar nieuwe betrekking: ,,Ik merkte dat er tussen het verkopen van bier of de natuur niet zo'n groot verschil zit, marketing is marketing. En ik zag dat ik ook in een kleine organisatie prima mijn werk kan doen.'' Vorige maand rondde zij het marketingplan af, dat het park tot 2009 vooruit moet helpen.

Nationaal Park De Hoge Veluwe is een particuliere stichting, zonder winstoogmerk. Het park ontvangt geen subsidie en moet dus de eigen broek ophouden. De afgelopen jaren vielen de inkomsten tegen en er moest daarom fors worden bezuinigd, zegt de directeur, Seger baron van Voorst tot Voorst. ,,Voor het aanstellen van een marketingstrateeg hadden we geen geld, maar er bestond wel een schreeuwende behoefte op dit gebied. Hoe halen we meer bezoekers naar ons park en hoe genereren we meer inkomsten vroegen we ons af.'' De tijdelijke indienstneming van Marijke Horensma noemt hij ,,een gouden greep''. Voor De Hoge Veluwe stelde zij in zes maanden tijd een ,,hoog gekwalificeerd marketingplan'' op waarmee Van Voorst tot Voorst de dalende lijn in zijn park denkt te kunnen ombuigen. Hij roemt de duidelijkheid en efficiency van het plan. ,,Om maar wat te noemen: wij richtten ons tot nu toe op maar liefst 46 bezoekersgroepen voor het park, Marijke heeft dat teruggebracht tot drie overzichtelijke doelgroepen.''

Tijdens een tocht per witte fiets, van het Jachthuis St. Hubertus naar het bezoekerscentrum en het KRÖller-Müller Museum in het hart van het park, praat Horensma over De Hoge Veluwe alsof ze er al jaren werkt. ,,Wat is de essentie van het park en voor wie zijn we er? We zijn een natuurgebied met verschillende landschappen en musea, er zijn vlinders en moeflons, er zijn bomen en er is hei. En een gezonde wildstand is van belang. Wat er te veel is moet worden bejaagd. Mijn plan is inmiddels in werking getreden.''

Boubeek-eigenaar Hein van Beek legt uit wat Delta Rematch behelst: ,,Het is bedoeld voor boventallige medewerkers van bedrijven. Gedurende de periode dat zij onder een sociaal plan vallen, kunnen ze parttime en op vrijwillige basis, leidinggeven aan culturele en sportprojecten en fondsenwerving.''

Vooral aan de vraagzijde is de belangstelling groot, zegt Van Beek. Menige instelling heeft zich gemeld bij Boubeek met een verzoek om organisatorische ondersteuning. ,,De overheid is bezig haar rol als subsidieverstrekker structureel te verkleinen. De ontvangers moeten nu op zijn minst kostendekkend zijn. Dit betekent marktgericht denken en handelen, maar het ontbreekt vele instellingen aan kennis en mankracht op dit gebied.'' Managers die voor grote ondernemingen hebben gewerkt zijn vertrouwd met ,,het opstellen van transparante budgetten en het opzetten van een functionele administratie'', zegt Van Beek. Non-profitorganisaties beschikken meestal niet over dergelijke inzichten en zouden die kennis maar wat graag `lenen'. Boubeek rekent rond de 3.000 euro voor plaatsing en begeleiding, een bedrag dat de instellingen zelf moeten betalen.

Ook De Federatie Particulier Grondbezit in Zeist heeft via Delta Rematch tijdelijke steun gekregen van een ex-werknemer van Heineken. Rob van Breemen (57), tussen 1975 en 2002 marketing- en exportmanager bij Heineken, werkte sinds december 2004 aan een marketingplan voor de federatie, een belangenvereniging voor particuliere grondeigenaren in Nederland. Aan Van Breemens vertrek bij Heineken lag, anders dan in het geval van Marijke Horensma, een arbeidsconflict ten grondslag. ,,We hadden een meningsverschil over marketing waardoor het tot een breuk kwam. Daarna vond Heineken dat ik niet meer nodig was en kreeg ik ontslag.''

Via de kantonrechter dwong Van Breemen een vertrekpremie af. Hoe hoog deze is wil hij niet zeggen, ,,maar ik kan er voorlopig aardig van leven''. Twee jaar lang had Van Breemen geen werk meer – betaald noch onbetaald. Hij volgde colleges aan de Universiteit van Utrecht, richtte een schrijfgroep op voor Amnesty International en deed `iets' voor de VVV op de Utrechtse Heuvelrug. ,,Boubeek bracht mij op het spoor van de Federatie Particulier Grondbezit en het klikte meteen.''

Johan Wytema, bestuurder van de Federatie, is zeer ingenomen met de komst van Van Breemen. ,,We hadden een strategie en een missie, maar het was onsamenhangend. De tweeduizend particulieren hebben allemaal verschillende inzichten. Dat geeft een buitengewoon rijke variëteit, maar ook tegenstellingen. Uiteindelijk zul je toch tot één noemer moeten komen. Met zijn marketing achtergrond heeft Rob iets gebracht dat wij niet konden.''

Wytema zet zich af tegen de ,,monocultuur'' van grote instellingen als Staatsbosbeheer en de Vereniging Natuurmonumenten. ,,Wij draaien zonder een cent subsidie, terwijl we wel een groot maatschappelijk nut vertegenwoordigen. Bijna alle landerijen en hoeves zijn opengesteld voor het publiek.'' Voor Rob van Breemen komt het er simpelweg op neer het `product' van de Federatie te `vermarkten'. Hij ziet parallellen met zijn vorige baan bij Heineken. ,,De Federatie Particulier Grondbezit is niet bekend bij het grote publiek, zoals een nieuwe biersoort of frisdrank. Het is zaak dat de consument ziet dat je product zich onderscheidt en voldoet aan zekere wensen. In het geval van de landgoederen moeten bezoekers de situatie kunnen `meebeleven'.'' Van Breemens werk zit er op, het marketingplan wordt voorgelegd aan het federatiebestuur, ,,maar ik blijf betrokken bij de uitvoering''.

Heineken ziet deelname aan het project als mogelijkheid náást het outplacementtraject. ,,Het gaat puur om vrijwilligerswerk. Als mensen gedurende de tijd dat ze bij ons boventallig zijn daartoe bereid zijn, werken wij mee'', zegt Janine van Oosten, P&O bemiddelingsadviseur bij Heineken. Van Oosten benadrukt dat het ,,snel mogelijk vinden van een echte baan'' het hoofddoel voor Heineken is, want in dat geval heeft het bedrijf geen kosten meer. Heineken ziet deelname aan Delta Rematch ook niet als een opstapje naar sponsoring van maatschappelijke instellingen, zegt van Oosten, ,,daarvoor is het project voorlopig nog te klein''.

Ook andere grote bedrijven hebben inmiddels hun belangstelling getoond voor Delta Rematch, waaronder Akzo Nobel, Sanoma en ING.

Wat gebeurt er met de deelnemers als het project is afgelopen? Proberen ze dan terug te keren in het reguliere bedrijfsleven? Rob van Breemen sluit niets uit. ,,Ik solliciteer vier keer per maand, ook omdat dat moet, op marketingfuncties, maar ik word steeds afgewezen, meestal op grond van mijn leeftijd.'' Bedrijven schrikken er ook voor terug om iemand met veel ervaring in dienst te nemen, die dan zou moeten rapporteren aan een jonger iemand, zegt Van Breemen. ,,Een afwijzing doet me niets meer, ik heb er een olifantenhuid voor ontwikkeld.''

Johan Wytema vindt dat de werkzaamheden die Van Breemen voor zijn Federatie verricht behoren tot een ,,reguliere invulling van de sollitatieplicht''. Volgens Wytema zijn er ,,talloze instellingen'' die graag overtallige managers uit het bedrijfsleven voor korte of langere tijd zouden willen `inhuren'. De gemeentelijke sociale diensten zouden daar meer oog voor moeten hebben. ,,Er loopt zoveel kwaliteit rond in Nederland. We moeten veel meer een beroep doen op oud-managers en leeftijdsgrenzen overschrijden. Voor mensen die buiten het arbeidsproces zijn komen te staan, schept elke dag een balletje in een putje slaan of de zevende reis naar Venetië ondernemen op den duur niet genoeg voldoening.''

Marijke Horensma is nu echt werkloos en ze komt nog regelmatig naar Park De Hoge Veluwe om de voortgang van haar plan te bewaken. Èn ze is een ervaring rijker: op zoek naar een nieuwe baan vindt ze tevredenheid over haar werk belangrijker dan de hoogte van het inkomen. ,,Ik heb dankzij het werk in het Park een andere blik op de arbeidsmarkt gekregen. Ik kan me nu wel weer voorstellen op een plek in het bedrijfsleven, maar het kan ook net zo goed bij een maatschappelijke instelling zijn. En een hoog inkomen is ook niet alles.''

Hein van Beek: ,,De arbeidsmarkt wordt niet makkelijker. Dit helpt boventallige managers om in elk geval tijdelijk emplooi te vinden in een totaal andere werkomgeving. Want er is meer te koop dan alleen banen bij de grote concerns.''