Blozende baby door toponderzoek

De Amerikaanse medicijnfabrikant Genzyme ontwikkelt middelen tegen zeldzame ziekten. Het bedrijf opereert voor Europa vanuit Naarden. ,,De Europese resultaten beïnvloeden de aandelenkoers steeds meer.''

Terwijl ze nog aan het infuus ligt, wordt Benthe Oude Smeijers wakker. De blozende, blonde baby van zes maanden krijgt elke twee weken in het Rotterdamse Erasmus MC een middel tegen de ziekte van Pompe toegediend, dat nog in de experimentele fase zit. Zonder behandeling worden baby's met deze zeldzame spierziekte niet ouder dan een jaar. Arts Ans van der Ploeg houdt bij welke vorderingen Benthe maakt, om te zien of het middel werkt. Het ziet ernaar uit van wel. Terwijl ze na haar geboorte vier weken lang in het ziekenhuis zuurstof kreeg, kan ze nu zelfstandig ademen. Sinds twee weken kan ze zelf eten. Benthes moeder Mirjam vertelt: ,,Eerst was je bang om haar aan te pakken, nu is het een flinke dame.''

Het medicijn dat Benthe sinds twee weken na haar geboorte krijgt, wordt ontwikkeld door het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Genzyme, dat zijn Europese hoofdkantoor heeft in Naarden. Het bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling van medicijnen voor zogeheten stapelingsziekten. Daarbij missen patiënten een enzym, waardoor bepaalde stoffen zich in het lichaam ophopen. Voor de stapelingsziekten Gaucher, MPS-1 en Fabry verkoopt het bedrijf al medicijnen. Het middel voor Pompe is het meest veelbelovende nieuwe product.

Maar eerst moet Genzyme de farmaceutische toezichthouders – in Europa de EMEA, in de VS de FDA – ervan overtuigen dat het middel werkt en veilig is. Daar houdt de meerderheid van de werknemers in Nederland zich mee bezig, vertelt Hans Schikan, directeur van Genzyme Nederland. Vanuit Naarden coördineert Genzyme de klinische onderzoeken in Europa. Schikan: ,,Nederland staat heel hoog aangeschreven als het gaat om toponderzoek.'' Genzyme moet nauw samenwerken met academische medische centra, die de patiënten behandelen.

Van de honderd Pompe-patiënten die wereldwijd het middel van Genzyme krijgen, heeft Van der Ploeg er achttien onder haar hoede. Het belangrijkste bij het doen van klinisch onderzoek is het stellen van goede einddoelen, vertelt ze. Van tevoren moet een bedrijf aan de toezichthouders vertellen wat het wil aantonen en in hoeveel tijd. ,,Bij baby's met de ziekte van Pompe kan dat bijvoorbeeld zijn: ik wil dat ze na een jaar therapie nog leven.''

De 220 werknemers in Naarden, waarvan zo'n 70 uit het buitenland komen, vliegen door Europa om artsen zoals Van der Ploeg op te zoeken. Die artsen rapporteren aan hen hoe het met de patiënten gaat. Genzyme maakt daar dossiers van die uiteindelijk naar de toezichthouders gaan. De klinische onderzoeken naar het Pompemiddel lopen nu zes jaar en Genzyme hoopt binnen een jaar een markttoelating te krijgen. Ook middelen die al op de markt zijn, moet Genzyme blijven testen.

Het Pompemiddel zal waarschijnlijk eerder een toelating in Europa krijgen dan in de VS. Dat is wel eens anders geweest, vertelt Carlo Incerti, Genzymes wetenschappelijk directeur in Europa. Omdat het bedrijf gevestigd is in Boston en aan de Amerikaanse beurs genoteerd is, telde voor investeerders lange tijd alleen het fiat van de FDA. ,,Inmiddels beïnvloeden onze Europese resultaten de aandelenkoers steeds meer.''

Het management in de VS zet voor het beleid de lijn uit, maar hier ,,gaat er een Europees sausje overheen'', legt Schikan uit. Zo zijn de wettelijke regels in Europa soms anders dan in de VS. Dat topman Termeer een Nederlander is, maakt volgens hem nauwelijks verschil. ,,Die heeft een mondiale blik, hij is niet echt meer een Nederlander.'' Wel heeft hij volgens Schikan een speciale band met het land. ,,Toen hij van zijn moeder hoorde dat hier een Pompepatiënt op tv was, belde hij op om te vragen of die wordt behandeld.''

Benthe zal haar verdere leven het Pompemedicijn moeten gebruiken, dus voor haar is het zeer belangrijk dat de markttoelating er komt. Ook voor Genzyme staat veel op het spel, het is niet de bedoeling dat de jarenlange investeringen weggegooid geld blijken. Volgens arts Van der Ploeg is het belangrijk dat de einddoelen van het eerste onderzoek niet te hoog worden gesteld. ,,Dan zou het mogelijk niet worden toegelaten, ook al zie ik dat iemand er baat bij heeft. Daarin hebben industrie, patiënt en dokter een gemeenschappelijk belang.''

Van der Ploeg denkt dat het Pompemiddel werkt, dus wat dat betreft zit ze met Genzyme op één lijn. Ze heeft het ook wel eens lastig gevonden een industriële partner te hebben. Het middel werd in eerste instantie ontwikkeld door de Nederlandse biotechfirma Pharming en toen Genzyme het van hen overnam, veranderde het de manier van produceren. Van der Ploeg: ,,Dat is heel lastig voor een dokter, als je om bedrijfstechnische redenen moet overschakelen naar een ander middel.''

De laatste tijd liggen farmaceutische bedrijven regelmatig onder vuur. Negatieve resultaten van klinisch onderzoek zouden worden weggemoffeld om maar een markttoelating te krijgen. Heeft Genzyme last van die negatieve publiciteit? ,,Ja en of'', zegt Incerti. ,,Farmabedrijven worden nu beschouwd als boosdoeners die geld willen verdienen aan andermans ziekte.'' Genzyme is volgens hem anders omdat het geen traditioneel farmaceutisch bedrijf is. ,,Wij maken alleen medicijnen voor ziektes die nog niet kunnen worden genezen.''

Genzyme heeft last van de maatregelen die toezichthouders nemen als reactie op de overtredingen, zegt Incerti. Zo zou de afstand tussen bedrijven en artsen groter moeten worden. Maar omdat Genzyme met zeldzame ziekten werkt, heeft het nauw contact nodig met de medische wetenschap. Incerti vertelt dat het bedrijf artsen onderwijst over de ziekte. In Nederland worden elk jaar naar schatting vijf kinderen met de ziekte van Pompe geboren. Als een arts die niet herkent, krijgt de patiënt geen behandeling en kan Genzyme zijn medicijnen niet verkopen.

Waar Schikan zich in Nederland zorgen over maakt, is dat het kabinet erover denkt de financiering van geneesmiddelen voor zeer zeldzame ziekten te veranderen. De overheid had een potje voor deze zogeheten weesgeneesmiddelen, maar het kabinet wil nu dat ziekenhuizen die zelf gaan betalen. Doordat die vaak peperduur zijn – het middel voor de ziekte van Fabry kost zo'n 150.000 euro per patiënt per jaar – komt volgens Schikan de toegankelijkheid van de behandeling in gevaar. Nu het nog niet is toegelaten, betaalt Genzyme de therapie van deelnemers aan het onderzoek en van patiënten voor wie het middel de laatste redding kan zijn. ,,Maar we zijn een commercieel bedrijf, we gaan ervan uit dat er straks een taak is voor de overheid om de financiering ter hand te nemen.''

De vader van Benthe volgt het nieuws hierover en maakt zich zorgen. ,,Ik hoop dat ze er snel uit zijn, wie het gaat betalen.'' Voor hem en zijn vrouw blijft het spannend of het middel blijft werken. Mirjam Oude Smeijers: ,,Hoe het verder gaat, moet Benthe zelf laten zien. Maar nu ontwikkelt ze zich als een normaal kind.''

Laatste deel in een serie over Nederlandse dochters van buitenlandse bedrijven. Eerdere afleveringen staan op www.nrc.nl.