Als er kinderen komen, verdwijnt de kunst

In de vrije tijd van de Nederlanders verliest cultuur terrein op winkels, sport en pretparken. Onderwijs kan de trend mogelijk keren, denken SCP-onderzoekers. ,,Dit is een generatieverhaal.''

Ze lezen meer, gaan vaker naar toneel, ballet en museum, stemmen vaker af op culturele programma's op radio en tv én doen meer aan amateurkunst: als het om interesse in cultuur gaat, lopen Nederlandse vrouwen op elk gebied voor op mannen. Alleen naar de bioscoop gaan man en vrouw even vaak. Daarnaast hebben mannen twee specifieke interesses: archieven en archeologische vindplaatsen en exposities.

Dit verschil tussen de sexen is een van de constanten in het gisteren verschenen rapport Cultuurminnaars en cultuurmijders van het Sociaal Cultureel Planbureau. Het rapport vormt de weerslag van een onderzoek naar de culturele belangstelling in Nederland tussen 1983 en 2003. Om de vier jaar werd aan 14.000 mensen uit heel het land, leeftijd vanaf 6 jaar, dezelfde vragenlijst voorgelegd. Het feit dat in die periode ook steeds meer vrouwen de arbeidsmarkt opgingen, heeft geen invloed gehad op hun cultuurconsumptie. SCP-medewerker Frank Huysmans, samen met Jos de Haan en Andries van den Broek auteur van het rapport: ,,Het gaat hier om dingen die je eens in de paar weken, of eens per maand doet. Met een baan valt dat makkelijk te combineren, met kinderen niet. Zodra mensen kinderen krijgen, zie je een scherpe daling in hun culturele belangstelling. Het kost dan te veel geregel om 's avonds nog de deur uit te kunnen, en ze hebben er minder energie voor.''

Tweede opvallende constante in het rapport is dat de cultuurdeelname van allochtonen ver achter blijft op die van autochtonen. Huysmans: ,,De laatste jaren wordt die achterstand iets kleiner, maar zeker voor de eerste generatie immigranten gold dat het culturele aanbod hen nauwelijks bereikte. Dat lag aan de taalbarrière, maar ook aan de vorm: voor klassieke muziek bijvoorbeeld is geen kennis van het Nederlands vereist, maar het is toch een westers fenomeen, waar deze groepen geen affiniteit mee hebben.''

Sinds het bewind van staatssecretaris Rick van der Ploeg (Cultuur) wordt er door culturele instellingen meer rekening gehouden met Turken, Marokkanen, Antillianen en Surinamers. Vooral de laatste twee groepen gaan nu vaker naar podiumkunstuitvoeringen; in het algemeen stijgt het museumbezoek van allochtonen. Huysmans: ,,Stadsarchieven springen ook vaker op de behoeften van bepaalde groepen in. Dordrecht liep hier voorop: daar begon men in 2000 een project voor de Turkse gemeenschap, waarbij in Turkije interviews met sleutelfiguren uit de migratie naar Nederland werden afgenomen. Die bandopnamen kunnen nu in twee talen worden geraadpleegd.''

Hoewel er meer mensen dan twintig jaar geleden naar musicals, popconcerten en films gaan en de interesse voor `traditionele cultuur' (toneel, ballet, musea) zich heeft gehandhaafd, wordt er in het algemeen steeds minder tijd aan cultuur besteed. Huysmans: ,,In cijfers is dat nog niet zichtbaar, omdat er in de periode van het onderzoek ook steeds meer hoger opgeleiden kwamen. Hoger opgeleiden hebben meer culturele interesse, op elk gebied. Maar het einde van die onderwijstrend is in zicht, en dan zal de belangstelling voor cultuur wel degelijk afnemen.''

Hoe komt dat? Huysmans voert twee verklaringen aan. ,,Het welvaartsniveau steeg de afgelopen twintig jaar, en daardoor hielden mensen meer geld over voor andere dingen: sporten, wandelen, pretparken, shopping malls. Het aanbod werd steeds groter en daarbij steeds diverser, en voor cultuur werd de koek steeds kleiner. Daarnaast is met name bij jongeren een beeld ontstaan van cultuur als iets gratis, dat overal en altijd beschikbaar is. Nieuws haal je uit de Metro en de Spits!, muziek en films haal je van het internet. ''

Is culturele belangstelling van buitenaf te sturen? Huysmans denkt van wel. Volgens hem ,,wijzen de pijlen hardnekkig richting onderwijs''. ,,Kinderen moeten op een ontvankelijke leeftijd op het bestaan van alle soorten cultuur gewezen worden. Onder jongeren is er nu een stijging in museumbezoek, en in de jaren negentig was er een theateropleving; het directe verband met het schoolvak CKV kunnen we niet leggen, maar we vermoeden wel dat het invloed heeft. Maar dit is een generatieverhaal, het werkt heel langzaam door. Als een kind op jonge leeftijd bekend raakt met theater en museum, vergroot dat de kans dat het er tien jaar later uit eigen beweging heengaat.''

Sociaal en Cultureel Planbureau: `Cultuurminnaars en cultuurmijders. Trends in de belangstelling voor kunsten en cultureel erfgoed'; Andries van den Broek, Frank Huysmans, Jos de Haan, mei 2005; €14,90. Inl. www.scp.nl

Tekstbijdragen op deze pagina: Bas Blokker, Hester Carvalho, Kasper Jansen, Sandra Smallenburg, Wilfred Takken en Ward Wijndelts