Sinds 1 mei in Irak meer dan 500 doden

Met opnieuw ruim 70 doden in de afgelopen 48 uur is het aantal dodelijke slachtoffers van het Iraakse geweld sinds 1 mei ruim boven de 500 gekomen, in meerderheid burgers.

Volgens minister van Defensie Saadoun al-Dulaimi werden alleen de laatste week 230 burgers gedood.

De laatste paar dagen werden in verschillende delen van het land groepen lijken ontdekt, waarvan vele gebonden en geblinddoekt. Dertien lijken werden gevonden op een vuildump in de shi'itische sloppenwijk Sadr City in Bagdad, elf in een leegstaande kippenboerderij in de zogeheten Driehoek des doods ten zuiden van de hoofdstad en tien in het sunnitische rebellenbolwerk Ramadi. Zondag werden nog eens acht lijken met op de rug gevonden handen en een kogel in het hoofd aangetroffen bij een dam in een andere shi'itische wijk van Bagdad. Twee overlevenden stierven later in een ziekenhuis.

In de meeste gevallen worden de daders gezocht in de kringen van de sunnitische opstandelingen die sinds de val van het bewind van Saddam Hussein in 2003 actief zijn. Maar volgens de sunnitische Associatie van islamitische geestelijken was de laatste zaak het werk van de Iraakse veiligheidsdiensten, die de slachtoffers uit een moskee hadden ontvoerd. Volgens de Associatie hadden de twee gewonden dat voor hun dood verklaard. Minister Dulaimi, zelf een sunniet, sprak de beschuldiging meteen tegen. Maar in een gebaar naar de Associatie zei hij dat leger en politie niet langer moskeeën zouden mogen binnengaan.

Gisteren werden verder onder andere tien mensen, van wie negen militairen, gedood bij een dubbele bomaanslag in Bagdad. Vandaag werden vier Iraakse soldaten gedood bij een botsing met rebellen bij een elektriciteitscentrale in de zuidelijke stad Mussayib. Het Amerikaanse leger maakte het einde bekend van een groot offensief tegen rebellen in de westelijke provincie Al-Anbar dat wordt beschouwd als toevluchtsoord voor rebellen. Volgens het leger zijn 125 rebellen gedood en negen Amerikaanse mariniers. Het leger noemde de operatie een succes, maar The Washington Post meldde op basis van Amerikaanse legerbronnen dat de deelnemende eenheden in feite niet veel meer hadden gedaan dan de rebellen voor zich uit te jagen. De ontvoerde gouverneur van Al-Anbar werd later vrijgelaten. Zijn ontvoering was bedoeld om stopzetting van het offensief af te dwingen.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice bracht zondag een kort bezoek aan Irak, waarbij zij Amerika's Koerdische bondgenoten bezocht en de nieuwe shi'itische premier Ibrahim Jaafari sprak. Volgens Rice zullen uiteindelijk niet militaire acties maar democratische hervormingen een einde maken aan het geweld in het land. Daarbij waarschuwde ze dat de sunnieten (20 procent van de bevolking) met twee van de 55 leden ondervertegenwoordigd zijn in de commissie die de nieuwe, permanente grondwet moet opstellen.