Onze man in Byzantium

Met verrassende souplesse is de internationale gemeenschap erin geslaagd een van haar gevoeligste vacatures te vullen. Op 26 mei zullen de 148 bij de wereldhandelsorganisatie WTO aangesloten landen de Fransman Pascal Lamy tot hoofd van de WTO benoemen. De gang van zaken contrasteert met de moeizame selectie van zijn twee voorgangers. Zes jaar geleden trad een zodanige patstelling op, dat de termijn van zes jaar moest worden verdeeld tussen de Nieuw-Zeelander Mike Moore en de Thai Supachai Panitchpakdi.

Dat het ditmaal anders ging, heeft te maken met het platform van Lamy's campagne. De Europese Unie steunde uiteraard de kandidatuur van haar voormalige Europees Commissaris van Buitenlandse Handel en ook Afrikaanse, Aziatische en Caraïbische landen die vanouds een speciale band hebben met – en speciale privileges bij – de EU-landen, stelden zich achter hem op. Amerikaanse steun was verzekerd voor Lamy's goede reputatie, die stamt van zijn verstandhouding met zijn evenknie uit de VS, de vorige handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick. Bovendien kan de door Europa gesteunde benoeming van de voormalige Amerikaanse staatssecretaris van Defensie, Paul Wolfowitz, bij de Wereldbank hebben geholpen.

Hopelijk heeft Lamy's zege ook te maken met een detente in het internationale handelsoverleg. De huidige Doha-ronde van de WTO, genoemd naar de onderhandelingen voor verdere handelsliberalisering in de hoofdstad van Qatar, liep in 2003 stuk na een bittere confrontatie tussen de industrielanden en grote derdewereldlanden tijdens een conferentie in het Mexicaanse Cancún. De golf van antiglobalisering, die overigens in 1999 losbarstte tijdens een WTO-conferentie in het Amerikaanse Seattle, lijkt inmiddels wat van zijn kracht te hebben verloren. Hoewel India en de Latijns-Amerikaanse landen hebben laten blijken weinig enthousiast te zijn over Lamy, geeft hun instemming met zijn kandidatuur blijk van enige ontspanning.

Daartegenover staat een groeiende dreiging van onderling protectionisme in de Verenigde Staten en Europa. De liberale geest van het einde van de vorige eeuw lijkt daar juist te verwaaien door de krachtige concurrentie van Azië in het internationale handelsverkeer, en tegenvallende economische groei thuis. Lamy, die per 1 september aantreedt, krijgt meteen een Herculestaak voor zijn kiezen: in december volgt de WTO-ministersconferentie in Hongkong, die het fiasco van Cancún zal moeten doen vergeten. De Fransman is dan nog geen vier maanden in functie.

Aan Lamy's geloofsbrieven zal het niet liggen, maar het hoofd van de WTO heeft weinig uitvoerende macht. Zijn kracht zal moeten zitten in overreding, het smeden van consensus en het ontbinden van byzantijnse dossiers in de voor de deelnemers relevante en uit te ruilen factoren. Of de WTO onder Lamy uit de huidige impasse weet te komen is de vraag, maar zeker ook welke smaak hij het overleg weet te geven. In het internationale handelsoverleg is het lastig vrijhandel, ontwikkeling én duurzaamheid samen te brengen. Wellicht dat Lamy, de combinatie van Fransman, socialist én vrijhandelaar, daar juist de goede man voor is.