Meer alleenstaande moeders met werk

Alleenstaande moeders met kinderen hebben steeds vaker een baan, vergeleken met tien jaar geleden. Vooral alleenstaande moeders met kinderen op de middelbare school zijn gaan werken. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die vandaag zijn gepubliceerd.

De arbeidsdeelname van alleenstaande ouders is sinds 1996 sterk toegenomen. In 2004 had 65 procent van de alleenstaande ouders een betaalde baan. In 1996 was dat nog 54 procent. Het aantal alleenstaande ouders is tussen 1996 en 2004 gestegen van 208 duizend tot 270 duizend. Negen van de tien alleenstaande ouders zijn moeder.

Alleenstaande moeders hebben nu bijna even vaak een baan als moeders (van minderjarige kinderen) die deel uitmaken van een echtpaar. Van deze vrouwen heeft 67 procent een betaalde baan.

In het algemeen zijn ouders met kinderen de afgelopen tien jaar meer gaan werken. Van hen behoorde in 2004 bijna 80 procent tot de beroepsbevolking. Maar de toename van de arbeidsdeelname van ouderparen was minder sterk dan die van alleenstaande ouders.

Alleenstaande moeders met kinderen op de middelbare school hebben zelfs vaker een baan dan alle vrouwen in de leeftijd van 25 tot en met 49 jaar. Alleenstaande vrouwen met jonge kinderen hebben minder vaak een baan.

De meeste werkende vaders zijn tevreden over het aantal uren dat ze werken. Maar moeders willen juist minder uren werken, vooral als de kinderen klein zijn (0-3 jaar). Naarmate de kinderen groter zijn, willen moeders juist vaker meer uren werken. Voor alleenstaande moeders geldt dat nog sterker dan voor moeders met een partner.

Bijna 12 procent van de alleenstaande moeders is op zoek naar werk voor twaalf uur of meer per week. Daarmee is de werkloosheid in deze groep ruim tweemaal hoger dan bij moeders met partner.