Gergjev maakt indruk in Requiem

Is het opera of religie, muziek of godsdienst, dat is de eeuwig gestelde vraag bij de Messa da Requiem van Giuseppe Verdi. Het is een vraag die alleen de luisteraar voor zichzelf kan beantwoorden. Voor de een is Verdi's Requiem met de spectaculaire schildering van de Dag des Oordeels en sterk bewogen melodieën voor koor en solistenkwartet weergaloze muziekkunst. Voor de ander is het Requiem ook nog een religieuze ervaring, die voert tot bezinning op de ultieme betekenis van leven en dood, zoals verwoord in het Libera me: `Heer, bevrijd mij van de eeuwige dood.'

Maar het hangt niet alleen af van het eigen geloof of ongeloof over het leven in extremis, hoe men een uitvoering van Verdi's apocalyptische Requiem ervaart. Ook de kwaliteit en de interpretatie van de uitvoering zijn daarvoor bepalend. Zo kwamen Valery Gergjev, koor en orkest van het Mariinksi Theater en een voortreffelijk solistenkwartet in het Verdi-herdenkingsjaar 2001 op een Philips-cd tot een fenomenale uitvoering met zoveel overtuigend persoonlijk engagement, dat de kwestie `opera of religie' academisch werd.

In de Matinee kwam Gergjev met zijn Rotterdamse orkest en het voortreffelijke Groot Omroepkoor iets minder ver, maar toch een heel eind. Gergjev beheerst het hele spectrum van stemmingen, van de stamelende ootmoed in de opening, via het verpletterende Dies irae en het ontzagwekkende kopergeschal in Tuba mirum - aanvankelijk aarzelend, allengs aanzwellend tot verzengende vreeswekkendheid – eindigend met de existentieel-dringende smeekbede `Libera me'. Bij mij stonden de tranen in de ogen, het publiek kwam tot langdurige ovaties.

Carlo Rizzi bleef in 2001 bij het Rotterdamse orkest aan de buitenkant, bij Gergjev gaat het om de binnenkant. Het solistenkwartet – essentieel voor een goede uitvoering – was hier beter en evenwichtiger, zij het in de loop van het stuk toch ook nog wat wisselvallig. De soms wat laag intonerende sopraan Marina Mescheriakova en de gevoileerde mezzo Mzia Nioradze kwamen tot innige vertolkingen van het Recordare en het Agnus Dei, de tenor Francisco Casanova produceerde wat Italiaanse snikjes.

De bijzonderste solist was Andrea Silvestrelli, een zeer diepe maar ook wendbare bas in een ontzet Mors stupebit en een krachtig smekend Confutatis, zich van zijn stoel oprichtend als een wanhopige op het Laatste Oordeel van Michelangelo.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 14/5 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 17/5 20.02 uur.