Geef Europa gewicht in de wereld

Noch Europa noch de wereld kan het zich veroorloven dat wij onszelf schaden door de Grondwet af te wijzen. Het uitblijven van ratificatie zou niet alleen de toekomstige vooruitgang in het buitenlandse beleid van de Europese Unie afremmen, het zou zelfs de enorme vooruitgang die de afgelopen jaren op Europees terrein is geboekt, in gevaar kunnen brengen, meent Javier Solana.

Nooit is er méér reden geweest om voor Europa te kiezen. En toch zijn sommige Europeanen bevangen door twijfel en aarzeling. Dat blijkt wel uit de koortsachtige debatten over de referenda in Frankrijk en Nederland. Maar ook in bredere kring heerst een gevoel van stuurloosheid.

Op reis door Europa merk ik tot mijn verbazing dat zelfs het concept Europa als zodanig omstreden is. Dat is eigenaardig, want op mijn reizen door de wereld zie ik precies het tegenovergestelde: Europa wordt alom bewonderd, en de meeste mensen streven naar een band met Europa.

Wat precies de oorzaken zijn van deze onvrede valt moeilijk te zeggen.

Deels komt het door een onbestemd gevoel van onveiligheid. Wij leven in een verwarrende wereld, die veel vergt van de burgers en hun leiders. Het valt wel te begrijpen dat sommigen liever uitgaan van iets eenvoudigers, zoals nationaal optreden of ideologische zuiverheid. Begrijpelijk, maar contraproductief.

Anderen hebben bezwaar tegen de compromissen die bij de constructie van een unie voor een groot, heterogeen werelddeel onvermijdelijk zijn. De breuklijnen en coalities zijn bekend: groot tegenover klein, oud tegenover nieuw, vrije tegenover gereguleerde markt, netto-betalers tegenover netto-ontvangers. In de Europese Unie moeten wij deze verschillen dagelijks met elkaar verzoenen – en dat doen we ook. Maar zoals met alle compromissen het geval is, heb je kans dat ze sommigen teleurstellen – en dat komt ook voor.

Van tijd tot tijd moeten wij de argumenten voor Europa en zijn rol in de wereld opnieuw op een rij zetten. In de eindeloze stroom Europese richtlijnen en topconferenties kun je maar al te gemakkelijk uit het oog verliezen waar het feitelijk om gaat. Op het gevaar af te simplificeren stel ik nadrukkelijk dat Europa drie kerndoelen heeft. Ten eerste: de demonen uit ons verleden uit te bannen. Ten tweede: de zone van vrede en voorspoed uit te breiden over heel ons werelddeel. En ten derde: een chaotische wereld, waarin geen grenzen meer bestaan, het hoofd te bieden.

Waarom zijn wij eigenlijk aan dit project begonnen? Nergens ter wereld hebben de verschrikkingen van de twintigste eeuw zo hard toegeslagen als in Europa: invasies, bezettingen, burgeroorlogen, barbarij. Geen wonder dat na 1945 een uitgeput werelddeel bereid was om een radicaal nieuwe aanpak te proberen: een vredeszone scheppen door instellingen samen te voegen en soevereiniteit vrijwillig te delen. Zelfs voor de grondleggers was het een verrassing hoe goed het project aansloeg.

Het parool van deze Europese reis is altijd simpel geweest: verdiepen, verbreden en hervormen. Elk van deze elementen was voor zijn welslagen afhankelijk van de andere – en zo is het nog steeds. Van kolen en staal is het via kernenergie gegaan naar de Euromarkt, `Schengen' (vrij verkeer van personen) en de euro.

Van zes naar negen, twaalf, vijftien en thans vijfentwintig lidstaten. Van Parijs in 1951, via de verdragen van Rome, Maastricht, Amsterdam en Nice naar de Grondwet die in 2004 – weer in Rome – is ondertekend. Wij hebben een lange weg afgelegd en veel tot stand gebracht. Dat mag, zeker in deze periode van twijfels, wel eens gezegd worden.

Het buitenlandse en het veiligheidsbeleid behoorden niet tot het oorspronkelijke pakket, integendeel. Op het gebied van veiligheid en diplomatie cijferde de Europese Gemeenschap zichzelf weg. Pas in Maastricht hebben wij voor het eerst geprobeerd een `zeewaardig' buitenlands beleid te construeren. Maar toen het Verdrag van Maastricht van kracht werd, was Joegoslavië al uiteengevallen. Een verdeeld, weifelachtig Europa kon geen einde maken aan het bloedvergieten. Van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië draagt een hele generatie Europeanen, mijzelf inbegrepen, nog de littekens.

Die oorlogen waren een angstwekkende terugkeer van de demonen. Ze hebben ons geleerd dat diplomatie zonder ruggensteun van een geloofwaardige dreiging geen partij was voor vastberaden ultranationalisten. En toen wij ten slotte samen met de Verenigde Staten in actie kwamen – in Bosnië en later in Kosovo – sprong de militaire zwakte van Europa in het oog.

Maar de grote kracht van de Europese Unie is dat wij ons na iedere tegenslag hergroeperen en sterker weer tevoorschijn komen. Daarom heeft het onheil op de Balkan ertoe geleid dat in Amsterdam de post van hoge vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid is ingesteld. Bosnië en Kosovo hebben een beslissende aanzet gegeven tot het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid, en Irak heeft in zekere zin geleid tot de Europese Veiligheidsstrategie.

Wij moeten waakzaam blijven, maar in Europa zijn de demonen tenminste voorgoed verdwenen. In een halve eeuw zijn wij van de grillen van de balance of power, gelegenheidsallianties en veroveringsplannen gekomen tot een nieuwe regionale orde op basis van vrede, integratie, democratie en rechtszekerheid. Dat is niet gering.

De tweede pijler van het Europese project is dat wij deze zone van vrede, democratie en voorspoed willen uitbreiden tot in alle hoeken van ons werelddeel. De nieuwe lidstaten begrijpen heel goed hoe moeilijk de overgang is die iedere postcommunistische samenleving moet doormaken. Ralf Dahrendorf heeft het een reis door een ,,tranendal'' genoemd. Maar die doortocht is ongetwijfeld vergemakkelijkt door de wetenschap dat er aan gene zijde van dat `tranendal' een duidelijk reisdoel wacht. De krachtige prikkels en middelen van de EU maken het eenvoudiger om steun te verwerven voor de noodzakelijke hervormingen. Dat was de afspraak die ten grondslag lag aan de uitbreiding van de EU. En die uitbreiding heeft – de zwartkijkers ten spijt – plaatsgevonden op de geplande datum, zonder partijdigheid of voortrekkerij. Het was een prachtige manier om ons werelddeel te herenigen.

En het mooiste is: de uitbreiding is nog niet af. Als motor van transformatie heeft Europa nog meer in zijn mars. Roemenië en Bulgarije hebben zojuist hun toetredingsverdragen ondertekend. Als aan de vereiste voorwaarden wordt voldaan, beginnen Turkije en Kroatië later dit jaar met de onderhandelingen. En wij hopen dat op den duur alle Balkanlanden tot de Europese Unie zullen toetreden.

Daar komt bij dat de aantrekkingskracht van Europa ook verder weg nog wordt gevoeld. Denk aan Georgië in 2003. Denk ook aan Oekraïne in 2004, toen de Europese Unie een belangrijke rol heeft gespeeld in de vredige, democratische afloop van die politieke crisis. Dat was het buitenlandse beleid van de EU op zijn best: ferm in zijn ondersteuning van de Europese waarden, onverzettelijk opkomend voor de democratische aspiraties van Oekraïne, open en eerlijk in onze dialoog met Rusland, en pragmatisch in de samenwerking tussen de hoofdsteden en Brussel.

Ook Moldavië heeft gekozen voor nauwere banden met de Europese Unie. En wie weet wat er nog komen gaat – volgend jaar Wit-Rusland misschien? Toen ik vorig jaar contact had met Wit-Russische oppositiegroepen, bespeurde ik daar een sterk verlangen naar de Europese waarden en democratie.

De derde reden om voor Europa te kiezen is om een rol te kunnen spelen op het wereldtoneel. Gaza, Darfur, Wit-Rusland, Oezbekistan en Birma: allemaal vereisen ze een ander antwoord. Maar toeschouwer zijn, de status quo accepteren, zo is Europa niet. Wij leven in een turbulente wereld.

Europa moet zich engageren.

In de eerste plaats is 'niets doen' niet mogelijk. Als je niets doet, wordt dat vaak aangezien voor een bewust beleid. De genocide in Rwanda heeft deels kunnen plaatsvinden, doordat de daders dachten dat wij, de internationale gemeenschap, niets zouden doen.

In de tweede plaats zou het onredelijk zijn om de Verenigde Staten als enige wereldwijd te laten optreden – of in Washington die indruk te wekken. Amerika heeft net zo goed hulp en bijstand nodig als een verantwoordelijk Europa respect en invloed verdient. En in de derde plaats: gebeurtenissen in afgelegen oorden, zoals Afghanistan, kunnen in onze geglobaliseerde wereld ónze veiligheid raken, en doen dat ook. Afstanden en grenzen bieden geen bescherming meer.

De complexiteit van deze wereld is dus één reden voor een ambitieus Europees buitenlands beleid; een andere reden is: grootte. Want wat kan ieder van ons op eigen houtje doen? Europese verdeeldheid resulteert maar al te vaak in strategische irrelevantie. De contouren van een internationale orde in opkomst, met hoofdrollen voor China, India en andere mogendheden, tekenen zich al af. Als de Europeanen geen steun zoeken bij elkaar, zullen toekomstige historici wellicht concluderen dat in het begin van de eenentwintigste eeuw het uur van Europa heeft geslagen – en is verstreken.

Het is bemoedigend dat er ondanks het onbehagen dat hier en daar heerst over het Europese project in ruimere zin, brede steun bestaat voor een sterkere rol van Europa in de wereld. De peilingen spreken duidelijke taal.

Als wij het daarover eens zijn, moeten wij ook de Grondwet steunen. Waarom?

Omdat wat Maastricht heeft gedaan voor de euro, de Grondwet zou kunnen doen voor de rol van Europa in de wereld.

Ten eerste stelt de Grondwet ons een stuk beter in staat om oude en nieuwe bedreigingen van de veiligheid aan te pakken. Denk maar aan de solidariteitsclausule, die zowel terrorisme als natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen dekt. Daarbij komen versterkte samenwerking bij rampenbestrijding en structurele samenwerking op defensiegebied. Beide stellen een capabeler Europa in het vooruitzicht, dat de problemen van vandaag en van morgen aanpakt.

In de tweede plaats introduceert de Grondwet een nieuwe, doeltreffender manier om besluiten voor te bereiden en te nemen. De grootste vernieuwing is misschien wel de geplande minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, waardoor één persoon alle afzonderlijke EU-instrumenten op het gebied van de externe betrekkingen zal kunnen inzetten. Ter wille van de consistentie wordt de minister van Buitenlandse Zaken van de EU ook de representant van de Unie in het buitenland. Onze partners krijgen dan één aanspreekpunt, en dat werd hoog tijd.

Ten slotte voorziet de Grondwet in de oprichting van de European External Action Service (Europese Dienst voor Extern Optreden). Zodoende zal Europa beschikken over één team dat onder één dak werkt en verantwoording aflegt aan één persoon, die verantwoordelijk is voor het hele scala van de Europese externe betrekkingen.

Het gaat om al deze dingen samen. Wie de minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, de External Action Service, de solidariteitsclausule en de structurele samenwerking bij elkaar optelt, zal zien dat dit een groot verschil maakt voor het internationale gewicht van Europa. Dát eisen de inwoners van Europa. En dat vragen ook de niet-Europeanen – de Amerikanen inbegrepen.

Noch Europa noch de wereld kan zich veroorloven dat wij onszelf schaden door de Grondwet af te wijzen. Het uitblijven van ratificatie zou niet alleen de toekomstige vooruitgang in het buitenlandse beleid van de Europese Unie afremmen; het zou zelfs de geweldige vooruitgang die wij de afgelopen jaren hebben geboekt, in gevaar kunnen brengen.

Schopenhauer heeft eens gezegd dat iedere waarheid drie stadia doorloopt.

Eerst wordt ze bespot, daarna wordt ze fel bestreden en ten slotte wordt ze als vanzelfsprekend beschouwd. Het idee dat Europa een geloofwaardig buitenlands beleid zou kunnen ontwikkelen, bevindt zich nu tussen de tweede en de derde fase. Het is aan ons om het te verwezenlijken.

Javier Solana is de hoge vertegenwoordiger van de EU voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Dit is een bewerking van een toespraak die hij vorige week in Warschau hield.