Een doodgewoon buitenbeentje

Bij zijn debuut voor de Phoenix Suns in 1996 werd hij uitgejouwd. En ook zijn beginjaren bij de Dallas Mavericks waren geen onverdeeld succes. Negen seizoenen later is de 31-jarige Canadees Steve Nash de Most Valuable Player in de NBA.

In de harde wereld van het Amerikaanse profbasketbal, waar uiterlijkheden, poen en trash talk tot de orde van de dag behoren, is Steve Nash altijd een buitenbeentje geweest. Canadees. Met zijn 1 meter 91 eerder klein. Halflang sluik haar, een houthakkershemd boven een jeans, geen protserige juwelen of tattoos. Geen hiphop in de i-pod, maar Britse rock van The Verve, Radiohead en Oasis. Op vakantie trekt hij met de rugzak door Europa. Hij houdt van voetbal, het Engelse spel in het algemeen en Tottenham Hotspur, waar zijn broer het ooit tot in het tweede elftal schopte, in het bijzonder.

En hij leest. Geen strips, maar de autobiografie van Ghandi, nog steeds zijn favoriete lectuur, de dagboeken van Che Guevara en, `om een wat beter inzicht te verwerven in die dagboeken', ook het Communistisch Manifest. Tijdens de play-offs ligt 'De Gebroeders Karamazov' van Dostojevski op zijn nachtkastje, toch al gauw een pil van een bladzijde of achthonderd. En bepaald geen boek waar je in de kleedkamer mee kan uitpakken of grapjes over kan maken.

Nash valt haast alleen op door zijn gave om vooral niet op te vallen, zowel op als naast het parket van de basketbalzaal. Dat hij ooit door een keur van sportjournalisten zou worden uitverkozen tot beste speler van de NBA, de sterkst bezette profcompetitie ter wereld, kwam nooit in hem op. In januari nog, toen duidelijk werd dat Nash voor de `MVP-award' verwikkeld zou raken in een nek-aan-nek-race met Shaquille O'Neal van de Miami Heat, zei de bescheiden `point guard' van de Phoenix Suns: ,,Ik vind het al een hele eer dat ik genoemd word. Dat voelt alsof ik al een winnaar ben.''

Als zoon van een voetballende vader en een netbal spelende moeder had de jonge Steve meteen de smaak van het sporten te pakken. Volgens de familielegende was zijn eerste woordje `Goal!'. Geboren in Johannesburg in Zuid-Afrika kwam hij als tweejarige al in Canada terecht, want vader John en moeder Jean wilden niet dat hun zoon opgroeide in het land van apartheid.

In de Canadese stad Victoria (British Columbia) kwam hij met zowat alle sporten in aanraking. IJshockey uiteraard, Canada's favoriete tijdverdrijf. Maar hij werd ook uitverkoren tot beste speler van de provincie in het schoolvoetbal, scoorde ooit eens zeven goals in een lacrosse-wedstrijd en in zijn eerste rugbyduel voor het schoolteam scoorde hij meteen tien penalty-kicks. Tussenin, om lichamelijk wat uit te rusten, won hij ook drie keer het provinciale schaaktoernooi.

Alles speelde de kleine Steve, behalve basketbal. Waarom zou hij ook? In Canada is basketbal helemaal niet populair. Er is niet eens een professionele competitie en op de scholen wordt er haast geen aandacht aan besteed. De NBA-ploeg het dichtst bij hem in de buurt, in Seattle, was al gauw een ferry-tocht van twee uur verder. Toch ontdekte de sportgekke Steve op dertienjarige leeftijd plots de ringen, en vanaf die dag wist hij het zeker: basketballer zou hij worden. En niet zomaar eentje. ,,Ooit speel ik in de NBA'', vertrouwde hij zijn moeder toe. En vanaf die dag stond alles in het teken van het behalen van dat doel.

Tientallen brieven schreef de gedreven tiener naar allerhande Amerikaanse universiteiten om er een beurs te krijgen en zich via het college basketball in de schijnwerpers van de NBA te kunnen spelen. Welgeteld één coach van een collegeteam vond het de moeite de reis naar Canada te maken. Scott Gradin van Santa Clara, niet echt een grote naam uit de Ivy League, zag wel iets in het jonge talent. Dus trok Nash naar Californië, ongeveer zestig kilometer ten zuiden van San Francisco, naar een universiteit met amper vierduizend studenten.

Nash greep de kleine kans met beide handen aan. Medestudenten van toen herinneren zich dat hij altijd met een tennisbal op zak liep. Daar speelde hij mee tijdens de dode momenten, om zijn oog-hand-coördinatie op peil te houden. Ondanks de beperktheid van een klein en onbekend vijftal, liet hij als onbetwistbaar leider van zijn team, de Santa Clara Broncos, toch af en toe van zich spreken. Het leverde hem in 1995 een artikel op in het gerennomeerde tijdschrift Sports Illustrated: `The best point guard you never saw.'

In zijn vijf seizoenen in het universiteitsbasketbal werden slechts vijf van de vijfhonderd wedstrijden van 'zijn' Broncos getoond op televisie. De laatste was tegen het team van UCLA, de uittredende kampioen. De spanning in de kleedkamer was groot. Nash nam de zenuwen bij zijn teamgenoten weg met de aanmoediging: ,,Ik kan niet geloven dat een stelletje bruten als wij straks gaan winnen van UCLA.'' Nog slap van het lachen wonnen de Broncos vervolgens met 78-69. In de coulissen had NBA-vedette Magic Johnson het spektakel gevolgd. Hij ging met Nash op de foto, een dag later zette hij er zelfs zijn krabbel op. ,,Good luck from Big Magic to Little Magic.''

Het leverde Nash inderdaad die felbegeerde plaats op in de NBA, alhoewel hij in de draft, het systeem waarbij de profteams spelers uit het collegebasketbal mogen kiezen, pas als vijftiende aan de beurt was. Met een diploma sociologie op zak trok Nash naar Phoenix, om er bij de Suns te spelen. Amper één keer kwam hij er aan de start in twee seizoenen, en hij werd herhaaldelijk uitgejouwd. Het was voor de kleine Canadees ook geen geschenk om Jason Kidd uit de ploeg te spelen.

Na twee jaar Arizona verhuisde Nash naar de Dallas Mavericks, toen een meelopertje in de NBA. Ook daar kreeg hij aanvankelijk het publiek tegen zich, maar samen met zijn Duitse vriend Dirk Nowitzki groeide hij toch uit tot de dragende speler die Scott Gardin indertijd in hem had gezien. En proefde het publiek in Dallas eindelijk de smaak van het succes. Voor het eerst in tien jaar haalde Dallas de play-offs.

In het tussenseizoen verhuisde Nash opnieuw naar Phoenix via een vrije transfer. Hij verdient er elf miljoen dollar per jaar, en dit seizoen bewees hij zijn geld waard te zijn. Tijdens de reguliere competitie stuwde hij de Suns naar een record van 62 overwinningen. Nash zijn grootste troef is volgens coach Mike D'Antoni, die zelf werd verkozen tot coach van het jaar, dat hij zijn medespelers beter laat spelen.

Hij kiest liever voor een sobere maar beslissende pass dan voor eigen succes. Toch scoort hij zelf ook regelmatig, gisteren zelfs met een persoonlijk record van 48 punten. Nash is de drijvende kracht achter het snelle uitbraakbasketbal dat de Suns tot in de halve finale van de play-offs bracht. `Blitzkrieg basketbal', noemt coack Kevin McHale van de Minnesota Timberwolves het spel van de Suns, en Nash is altijd de man die de aanval lanceert. En dat maakt indruk. Hij is pas de vierde point guard die het schopt tot MVP, en de eerste buitenlander ooit.

Zijn weinig opvallende maar efficiënte spel zet Nash ook door langs de lijn. Een keer sprong hij een beetje uit de band. Toen hij twee jaar geleden voor het eerst mocht meedoen aan de All-Star-wedstrijd, verscheen hij er met een T-shirt met het opschrift `No War. Shoot for Peace.' Zijn protest tegen de Golfoorlog typeert zijn sociale ingesteldheid. Toen de Vancouver Grizzlies uit Canada vertrokken om de `franchise' weer naar het zuiden te brengen, stichtte Nash er een jeugdacademie om de jonge talenten niet aan hun lot over te laten. Hij financieert in zijn vaderland ook een hulplijn voor jongeren, en zijn ploeggenoten in het olympische team, allemaal amateurs, kregen in 2000 ieder drieduizend dollar zakgeld om de reis naar Sydney wat op te vrolijken. Het geld werd wel verdeeld via de coach, Nash wou niet dat bekend werd van waar het presentje kwam.

Want Nash loopt met al die zaken liever niet te koop. Hij focust zijn aandacht op het basketbal en op zijn Paraguayaanse vriendin Alejandra Amarilla, en hun zeven maanden oude tweeling Lourdes en Isabella. Nash duikt dan ook niet op in nachtclubs, is nog nooit dronken gezien en is nooit gesignaleerd aan de arm van vrouwelijk schoon, ondanks hardnekkige roddels over romances met Spice Girl Gerri Halliwell en actrice Elizabeth Hurley, die door de betrokkene telkens vrolijk werden weggelachen.

,,Wat wil je dat mensen van je weten?'', vroeg een twaalfjarige een paar weken geleden tijdens een interview voor een schoolkrant. Nash glimlachte. ,,Dat ik een gewone jongen ben, als iedereen.''