De brandweer staat altijd vooraan

De onderhandelingen over de gemeente-CAO zijn afgebroken. Vanochtend voerde de brandweer actie in Amsterdam en Delft. De CAO geldt voor 200.000 mensen, maar het conflict gaat over de oudedagsregeling voor 5.000 man.

Op de kazerne van de brandweer in Alkmaar is het rustig. Geen gillende brandweerauto's die af- en aanrijden, geen rondrennende brandweermannen. Een omgeving die niet direct de gedachte oproept dat het beroep van brandweerman zo zwaar is dat je na je 55ste moet stoppen, zoals nu het geval is.

Maar schijn bedriegt, zegt commandant van de brandweer in Alkmaar Henny Foederer. De grote, rustige man drukt het uit in cijfers. ,,In Alkmaar moet de brandweer jaarlijks 1.200 keer uitrukken, en meestal 's avonds of 's nachts.'' Vooral de psychische belasting van het werk, dat varieert van branden blussen en het openknippen van autowrakken na ongelukken tot assistentie bij afwaaiende dakpannen, is volgens Foederer groot. ,,Maar het verschilt heel erg per persoon. Sommigen springen met 55 nog zo over de schutting, anderen zijn met 50 al afgebrand.''

De zwaarte van het werk van de brandweer en het gemeentelijk ambulancepersoneel is hét grote struikelblok in de onderhandelingen over een nieuwe CAO voor alle Nederlandse gemeentes. Bijna 200.000 man gemeentepersoneel is in de greep van het functioneel leeftijdsontslag (FLO), een regeling voor 5.000 brandweermannen en ambulancebroeders. Deze groep stopt na het 55ste jaar met werken, en houdt tot het pensioen ongeveer 80 procent van het salaris. Een dure regeling waar de gemeenten al jaren vanaf willen. Maar voor de bonden is dat vrijwel onbespreekbaar. Zij gaan er op 9 juni zelfs voor staken. ,,Het is een belangrijke arbeidsvoorwaarde'', bevestigt Abvakabo-onderhandelaar Peter Wiechman. ,,Daardoor is het een gevoelig onderwerp waarover moeilijk zaken te doen valt.''

Dat bevestigt Don Berghuijs, commandant van de brandweer in Rotterdam. ,,Het is een emotioneel zeer beladen onderwerp'', zegt Berghuijs. Maar toch vindt hij dat de vakbonden bereid moeten zijn om erover te praten. De gemeenten hebben de bonden voor het blok gezet: geen CAO zonder hervorming van het FLO. Begrijpelijk, vindt Berghuijs, die de vakbonden gebrek aan leiderschap verwijt als ze niet over het leeftijdsontslag willen onderhandelen.

De argumenten die de gemeenten aanvoeren voor hun harde opstelling zijn deels financieel en wettelijk van aard. De FLO-regeling is vanaf volgend jaar te duur én verboden, zegt Ina Sjerps, die namens de gemeenten onderhandelt. Te duur, omdat het kabinet de fiscale subsidie van het prepensioen afschaft, en verboden omdat de Wet gelijke behandeling vanaf volgend jaar verbiedt werknemers op grond van leeftijd te ontslaan (vóór hun 65ste) als daar geen goede reden voor is.

Maar er is ook een inhoudelijk argument, dat Berghuijs beschouwt als de belangrijkste reden om het vroegpensioen af te schaffen. Namelijk dat het brandweerwerk zo belastend is, dat veel brandweermannen het werk al vóór hun 55ste niet meer kunnen doen. Dat is de uitkomst van een onderzoek van het Coronel instituut van het academisch ziekenhuis van Amsterdam van vorig jaar. Uitgevoerd op verzoek van bonden én gemeenten. Doel van het onderzoek was om te bepalen of er één algemene leeftijdsgrens bestaat voor brandweerwerk. Uit het onderzoek blijkt inderdaad dat het werk van brandwachten belastend is, vooral psychisch. Maar voor een algemene leeftijdsgrens, zoals nu bestaat, biedt het onderzoek geen steun.

Daarmee wordt volgens Berghuijs het idee weerlegd van veel mensen dat brandwachten slapend rijk worden. Zij werken meestal in diensten van 24 uur, waarin 8 uur wordt gewerkt en de rest – deels slapend – wacht gehouden. Daar zit steeds 48 uur pauze tussen voor herstel. Maar in die 48 uur heeft een groot deel van hen ander werk. ,,Klopt, ongeveer eenderde verdient bij'', zegt Berghuijs. Er zijn brandweermannen met klusbedrijven of duikscholen. Maar volgens hem staat niet vast dat brandweermannen daardoor sneller opbranden. ,,Het is de vraag of thuis nietsdoen zoveel bijdraagt aan de gezondheid.''

Paradoxaal genoeg is het Coronel-onderzoek daarmee een troefkaart geworden van de gemeenten. Die willen nu dat alle brandwachten na maximaal twintig jaar ander werk gaan doen. Binnen de gemeente, of daarbuiten. Het FLO zou daarmee komen te vervallen.

Commandant Berghuijs steunt de gemeenten in deze aanpak, maar zijn personeel ziet er niets in. De brandwachten – en hun bonden: meer dan 90 procent van de brandwachten is vakbondslid – zijn bang dat ze `gedumpt' worden bij gemeentereiniging of parkeerpolitie. Brandweercommandant Foederer vreest op zijn beurt dat het in de toekomst moeilijker zal worden mensen te vinden. ,,Als jonge mensen vantevoren al weten dat het tijdelijk is, willen ze dit werk misschien niet meer doen.'' Foederer zit in een werkgroep van brandweercommandanten die moet zorgen dat een compromis over het FLO nog wel werkbaar blijft.

Foederer wil bovendien, in tegenstelling tot Berghuijs, dit heikele onderwerp buiten de CAO-onderhandelingen houden. En daar vindt hij de bonden aan zijn zijde. Abvakabo wil praten over aanpassing van het FLO, maar alleen na afsluiting van een CAO. ,,En alleen in een open en zorgvuldig proces, niet op basis van een dictaat van de werkgevers'', zegt onderhandelaar Wiechman.

Maar de gemeenten blijven onvermurwbaar: wijziging van het FLO moet bij deze onderhandelingen worden besproken. Gemeenteonderhandelaar Sjerps: ,,We praten er al jaren over, met werkgroepen, afspraken over studies en al. Maar dat is altijd het moeras ingelopen.'' Dan liever stakingen.