Campagne Grondwet is staatspropaganda

In NRC Handelsblad van 14 mei lezen we dat de Nederlandse regering 3,5 miljoen euro uittrekt om met reclame het electoraat ertoe te bewegen op 1 juni vóór de Europese Grondwet te stemmen. Dat bedrag is vermoedelijk exclusief de kosten van vrijgemaakte ambtenaren die zich voor deze campagne gaan inzetten. Het treft mij dat het hier niet gaat om gelden uit de campagnekas van een politieke partij, maar om een dekking uit de staatskas, om belastinggeld dus. Dat maakt deze campagne in mijn ogen tot een vorm van staatspropaganda.

Staatsmiddelen worden geacht te worden gebruikt ten behoeve van het algemeen belang. Wat dat algemeen belang precies is, bepaalt onze democratisch gelegitimeerde regering, maar het zal ieder duidelijk zijn dat zuiver partijpolitieke of persoonlijke belangen hier niet onder vallen.

Tijdens verkiezingen en referenda is het aan de burger zelf om zich over het algemeen belang uit te spreken, en dient de staat zich met de uitkomst van het electorale proces niet te bemoeien. Als de staat dat wel doet, wordt de oppositie oneerlijk beconcurreerd, en wordt afbreuk gedaan aan het democratische gehalte van het proces. Als de regering zo goed weet, dat ons algemeen belang verlangt dat Nederland de Europese Grondwet accepteert, dan had zij een raadgevend referendum niet hoeven uit te schrijven. Nu de regering dat wel heeft gedaan en de uitkomst van het referendum tot inzet heeft gemaakt van partijpolitiek, kan zij haar mening wel uitspreken, maar mag zij van haar machtspositie geen misbruik maken. De staat zelf behoort geen partij te zijn.