Bush en Oezbekistan

De opstand in de voormalige sovjetrepubliek Oezbekistan in Centraal-Azië is met harde hand neergeslagen. Wat er de afgelopen dagen precies is gebeurd, is onduidelijk. Feit is dat het leger met scherp op betogers in de oostelijke stad Andizjon heeft geschoten en dat daarbij veel doden zijn gevallen. Maar of hier sprake is van een massale volksrevolte tegen het dictatoriale bewind van president Islam Karimov, is de vraag. De overige feiten zijn te schaars om die conclusie te trekken. Dat de gebeurtenissen desalniettemin betekenis hebben, staat vast. Oezbekistan is belangrijk door de rol die het van de Amerikanen kreeg in de strijd tegen het terrorisme. Dictator Karimov is een bondgenoot van president Bush, die in zijn hoedanigheid als vrijheidsprediker óók graag ziet dat obscure republieken als Oezbekistan democratisch worden. Zo komt het land voor de buitenwereld tweeledig in de schijnwerpers te staan.

Het Amerikaanse ongemak over de dubbele moraal is evident. De vraag dringt zich op wat voor Washington belangrijker is: steun aan een democratische beweging in Oezbekistan of steun aan een dictator die helpt terroristen te vangen, al was het maar uit eigenbelang. De Amerikaanse betrokkenheid in Oezbekistan bij de strijd tegen het terrorisme is groot. Het land kent ten minste één moslimfundamentalistische organisatie die banden heeft met het vroegere Talibaan-bewind van Afghanistan en die het geweld niet schuwt. President Karimov heeft sinds `9/11' duizenden vermeende terroristen laten oppakken. Vanaf een Oezbeekse basis mogen Amerikaanse vliegtuigen opstijgen om missies in Afghanistan uit te voeren. Kortom, Oezbekistan is voor Bush' war on terror een sleutelland. De democratische prioriteiten leken voor Washington op het tweede plan te komen. Tot nu toe.

Wellicht hebben de vreedzame volksopstanden in Georgië, Oekraïne en recentelijk in buurland Kirgizië aanstekelijk gewerkt. Ook kan het veelvuldig geventileerde vrijheidsstreven van de Amerikaanse president verwachtingen hebben gewekt en hebben bijgedragen aan een revolutionaire atmosfeer in oostelijk Oezbekistan. Hoe dan ook, déze revolte is gewelddadig verlopen. Karimov heeft op harde wijze duidelijk gemaakt dat hij niet is gediend van een Kirgizische reprise. Zijn land, zei hij, heeft evolutie nodig en geen revolutie. In de autoritair geregeerde regio werd instemmend geknikt.

Hiermee lijkt deze alleenheerser te gemakkelijk weg te komen. Het is een paar jaar zijn geluk geweest dat hij voor Amerikaanse rekening kon helpen met de jacht op al-Qaedastrijders. Nu heeft hij pech. Washington steunt bij monde van het hoogste gezag – de president – vrijheid en democratie in de wereld. Bush kan zijn (gedeelde) verantwoordelijkheid voor meer vrijheid in Oezbekistan niet ontwijken. Het ligt toch iets ingewikkelder dan de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov vrijdag aangaf, namelijk dat het geweld een interne Oezbeekse aangelegenheid is. Dat is het niet uitsluitend; een notie die Bush tot handelen en Karimov tot voorzichtigheid dwingt.